OSHO: Wie intelligent is moet zich wel gaan vervelen. Verveling is menselijk, en omdat een mens zich kan vervelen, kan hij ook lachen. Lachen is het andere uiterste van dezelfde energie. Tussen verveling en lachen ligt de hele bandbreedte.
Daarom gebruik ik zo veel moppen:

Afgelopen nacht droomde ik dat ik een kind was,’ vertelde Jos aan Alex, ‘en ik had een vrijkaartje voor alle ritjes in Disneyland. Jongen, wat heb ik genoten! Ik hoefde niet te kiezen welke ritjes ik zou doen – ik deed ze allemaal.’
‘Dat is interessant,’ merkte zijn vriend op. ‘Ik had vannacht ook een levendige droom. Ik droomde dat een prachtig blondje op mijn deur klopte en me overweldigde met haar verlangen. Net toen we gingen beginnen kwam een andere bezoeker binnen, een grandioze weelderig geschapen brunette, en wilde mij ook!’
‘Wow,’ onderbrak Jos. ‘Jongen, wat had ik het heerlijk gevonden daar bij te zijn! Waarom heb je me niet gebeld?’
‘Dat heb ik gedaan,’ antwoordde Alex, ‘en je moeder zei me dat je in Disneyland was.’

Op een kleine school zei de onderwijzeres tegen de jongens: ‘Jullie moeten ten minste eenmaal per week een goede daad verrichten.’ Een jongen vroeg: ‘Geef ons alstublieft gewoon een paar voorbeelden van goede daden. We weten niet wat goed is.’ Dus zei ze: ‘Bijvoorbeeld: een blinde vrouw wil de straat oversteken, help haar dan de straat over te steken. Dit is een goede daad, dit is deugdzaam.’

De volgende week vroeg ze: ‘Heeft ieder van jullie onthouden te doen wat ik jullie heb opgedragen?’ Drie kinderen staken hun hand op. Toen zei ze: ‘Dit is niet goed, niet de hele klas heeft het opgevolgd. Maar toch is het goed dat in ieder geval drie jongens iets goeds gedaan hebben.’
Ze vroeg de eerste: ‘Wat heb jij gedaan?’ Hij zei: ‘Precies wat u hebt gezegd: een oude vrouw die blind was, heb ik geholpen de straat over te steken.’
Ze zei: ‘Dat is heel goed. God zal je zegenen.’ Ze vroeg de tweede: ‘Wat heb jij gedaan?’ Hij zei: ‘Het zelfde – een blinde oude vrouw en ik hielp haar de straat oversteken.’ De onderwijzeres werd een beetje verbaasd – waar vinden ze blinde oude mensen? Maar het is een grote stad, misschien hebben ze er twee kunnen vinden. Ze vroeg derde en hij zei: ‘Ik deed precies wat zij hebben gedaan: hielp een blinde oude vrouw de straat oversteken.’

De onderwijzeres zei: ‘Maar waar vonden jullie drie blinde vrouwen?’ Ze zeiden toen: ‘U begrijpt het niet: er waren geen drie blinde vrouwen, er was maar één blinde vrouw. En het was zwaar haar te helpen de straat over te steken! Ze sloeg ons en was aan het gillen en schreeuwen, want ze wilde niet oversteken, maar wij waren vastbesloten een goede daad te verrichten. Er verzamelde zich een menigte en mensen schreeuwden tegen ons, maar wij zeiden: “Wees niet ongerust. We brengen haar naar de overkant.” Maar ze wilde helemaal niet naar de overkant!’

Moella Nasroeddin en zijn twee vrienden waren er met elkaar over aan het praten op wie ze lijken. De eerste vriend zei: ‘Mijn gezicht lijkt op dat van Winston Churchill. Ik ben vaak verward met hem.’
De tweede zei: ‘In mijn geval denken mensen dat ik Richard Nixon ben en vragen me om mijn handtekening.’
Moella zei: ‘Dat is niets. Wel, in mijn geval, word ik verward met god zelf.’
De eerste en de tweede vroegen tegelijkertijd: ‘Hoe dan?’
Moella Nasroeddin zei: ‘Wel, toen ik veroordeeld werd en voor de vierde keer naar de gevangenis gestuurd werd, riep de gevangenbewaarder toe hij mij zag: "Oh god, je bent er weer!"’

Bij de twaalfde hole van een verhitte wedstrijd, keek het park uit op de snelweg, en toen Smith en Jones de green naderden, zagen ze een begrafenisstoet voorbij komen.
Hier stopte Smith, nam zijn hoed af, legde hem over zijn hart en boog zijn hoofd totdat de stoet om de hoek verdween.
Jones was verbaasd en nadat Smith zijn hoed weer had opgezet en naar zijn spel terugkeerde, zei hij: ‘Dat was fijngevoelig en respectvol van je, Smith.’
‘Och ja,’ zei Smith. Ik kon niet minder doen. Ik was tenslotte twintig jaar getrouwd met die vrouw.’

Ik hoorde eens…
Een oude man zat vlakbij Delhi aan de weg, toen er een jongeman langs kwam rijden. Hij stopte en vroeg de oude man: ‘Hoe ver is het naar Delhi?’ De oude man zei: ‘Als je de weg vervolgt die je gaat, en in de richting die je gaat, is het heel, heel ver weg. Je moet dan de hele aarde rondreizen – want je hebt Delhi twee kilometer achter je gelaten.’

Toen Louis thuiskwam, kreeg hij een schok toen hij zijn vrouw in de armen van een andere man aantrof. Hij vloog de kamer uit, en riep: ‘Ik pak mijn geweer.’
Zijn vrouw stormde achter hem aan ondanks haar ontkleedde staat, greep hem beet en schreeuwde: ‘Jij dwaas, waar wind je je over op? Het was mijn minnaar die voor de nieuwe meubels betaalde en voor mijn nieuwe kleren. Het extra geld waarvan je dacht dat ik het met naaiwerk verdiende, de kleine luxe dingen die we konden kopen – het kwam allemaal van hem!’
Maar Louis wrong zich van haar los en ging verder de trap op.
‘Geen geweer, Louis!’ gilde zijn vrouw.
‘Wat geweer?’ riep Louis terug. ‘Ik ga een deken halen. Die arme kerel vat kou, daar zo naakt op het bed.’

Ik heb een kikker gekocht,’ zei de zoölogie professor stralend tegen zijn klas, ‘fris uit de vijver, zodat we zijn uiterlijke verschijning kunnen bestuderen en hem later kunnen ontleden.’
Voorzichtig pakte hij het pakje uit dat hij bij zich droeg en er zat een keurig verzorgde sandwich met ham in. De goede professor keek er met verbazing naar.
‘Vreemd!’ zei hij, ‘ik herinner me duidelijk dat ik mijn lunch heb opgegeten.’

Mevrouw Steenman, negenentachtig jaar oud, woonde in een bejaardencentrum. Ondanks haar hoge leeftijd was ze nog erg vief. Ze zei tegen een medebewoner: ‘Ida, vanavond ga ik voor de lol zonder kleren door de eetkamer lopen.’
‘Wat!’ gilde haar vriendin. ‘Jij naakt door de eetkamer?’
‘Inderdaad!’
Die avond liep de oude mevrouw Steenman, zonder een draad aan haar lijf door de eetkamer. Twee oude heren zagen haar. ‘Was dat niet mevrouw Steenman?’ vroeg de een.
‘Ja,’ zei de ander. ‘En wat ze ook aan mag hebben, ze had het wel even mogen strijken!’

Paddy kwam een uur eerder thuis dan gebruikelijk en trof zijn vrouw spiernaakt op bed aan. Toen hij vroeg waarom, verklaarde ze: ‘Ik protesteer omdat ik helemaal geen leuke kleren heb om aan te trekken,’
Daarop trok Paddy de kastdeur open. ‘Dat is dwaas,’ zei hij, ‘moet je hier kijken. Er hangt een gele jurk, een rode jurk, een bedrukte jurk, een broekjurk… Hallo, Willem!’ En hij gaat verder, ‘een groene jurk… ‘
 

Drie vrouwen waren met elkaar aan het praten en, zoals gebruikelijk bij vrouwen, waren ze over hun kinderen aan het opscheppen. De ene zei: ‘Mijn kind is nog maar vijf jaar oud, maar hij schrijft al gedichten. En zulke prachtige gedichten dat zelfs bekende dichters zich schamen.’
De tweede zei: ‘Dit is nog niets. Mijn kind is pas vier en hij schildert al – zulke moderne, hypermoderne schilderijen dat zelfs Picasso er geen touw aan vast kan knopen wat het betekent. En hij gebruikt geen kwast, hij gebruikt gewoon zijn handen. Soms gooit hij de verf eenvoudig op het doek en er ontstaat iets moois vanuit het niets. Mijn kind is een impressionist, een heel originele schilder.’
De derde vrouw zei: ‘Dat is niets. Mijn kind is pas drie, en hij gaat al alleen naar de psychiater.’

Het gebeurde eens dat de sjofele, bezorgde Garfinkel in een trein zat met een drie jaar oud jongentje. Elke paar minuten gaf hij het kind een pak voor de broek.
‘Als je die baby nog een keer slaat,’ zei een vrouw die tegenover hem zat, ‘bezorg ik je zoveel narigheid dat je het nooit meer vergeet!’
‘Narigheid?’ zei Garfinkel. ‘Je gaat me narigheid bezorgen? Dame, mijn partner heeft al mijn geld gestolen en ging er met mijn vrouw en mijn auto vandoor. Mijn dochter zit in de restauratiewagen, is zes maanden zwanger en heeft geen man. Mijn bagage is weg, ik zit in de verkeerde trein en deze kleine stinkerd heeft net de kaartjes opgegeten en kotste het allemaal over me heen. En dame, ú gaat me narigheid bezorgen?’

Ik hoorde eens het volgende…
Een klein oud joods dametje zit in een vliegtuig naast een grote Noor. Ze blijft maar naar hem staren en staren. Ten slotte wendt ze zich tot hem en zegt: ‘Neemt u me niet kwalijk, bent u joods?’
Hij antwoordt: ‘Nee.’
Een paar minuten gaat voorbij en ze kijkt weer naar hem en zegt: ‘U kunt het me wel zeggen – u bent toch joods?’
Hij antwoordt: ‘Geen sprake van.’
Ze blijft hem bestuderen en zegt dan weer: ‘Ik kan wel zeggen dat u joods bent.’
Om te bereiken dat ze ermee stopt hem te ergeren, antwoord de man: ‘Oké, ik ben joods.’
Ze kijkt naar hem en schudt haar hoofd heen en weer en zegt: ‘Daar ziet u echt niet naar uit.’

Een boer die maar twee impotente oude stieren had, kocht een nieuwe, jonge, vitale stier, die in de wei onmiddellijk begon de ene koe na de andere te beklimmen. Na dit een uur te hebben gadegeslagen, begon een van de stokoude stieren de grond te krabben en te snuiven.
‘Wat is er aan de hand,’ vroeg de ander. ‘Krijg je jeugdige ideeën?’
‘Nee,’ zei de eerste stier, ‘maar ik wil niet dat die jonge kerel denkt dat ik een van de koeien ben.’

Het gebeurde eens:
Moella Nasroeddin viel op het platteland in een beerput en was niet in staat om zich eruit te werken. Dus stond hij daar te schreeuwen: ‘Brand! Brand!’ en na een paar uur arriveerde eindelijk de brandweer.
‘Er is hier geen brand!’ riep de chef uit. Waarom schreeuw je ‘Brand’?’
‘Wat had je dan gewild dat ik zou schreeuwen?’ vroeg de Moella. ‘Stront!?’


pagina 1

Alweer geen tijd om te gaan joggen?
Lach er maar om, want het effect één minuut lachen staat gelijk aan dat van 10 minuten hardlopen of van 45 minuten ontspanningsoefeningen.
Dat heeft de gelotologie (de wetenschap die lachen en het effect daarvan op het menselijke lichaam bestudeert, zowel vanuit een psychologisch als vanuit een fysiologisch gezichtspunt) ontdekt: stresshormonen worden afgebroken, pijn wordt minder, het immuunsysteem wordt gestimuleerd, de doorbloeding wordt bevorderd, en verkrampte spieren ontspannen zich. En als de grap of mop slechts een moeizaam glimlachje kan oproepen, probeer dan het volgende: spreek dan een aantal keren achter elkaar de klank ‘ee’ uit, dat geeft je gezicht een vriendelijke uitdrukking en verbetert de sfeer, en misschien wordt het dan toch nog wat met dat lachen…
uit de Osho Times, Duitse editie

Osho Laughter meditation
Hier vindt u "Hier-en-Nu" meditaties

books/Boeken Home Pearls / Pareltjes Meditatie/meditation Music & silence GiftShop

OSHO PUBLIKATIES
Churchillstraat 11, 7091 XL Dinxperlo
tel. +31-(0)315 – 654 737
e-mail: info@osho.nl

© Copyright teksten, foto’s en illustraties van Osho: Osho International Foundation
© Copyright Nederlandse teksten van Osho: Osho Publikaties
Voor informatie over kopiëren/publiceren van teksten van Osho,
zie: www.osho.com/copyrights