Geen actie

Maar de techniek, of de bekwaamheid van geen-actie is helemaal geen techniek. Je kunt het niet van een ander leren, het kan niet onderwezen worden; het ontwikkelt zich naarmate jij groeit. Het ontwikkelt zich gelijk met je innerlijke groei, het is een bloeien. Van buitenaf kan er niets aan gedaan worden; vanbinnen moet zich iets ontwikkelen.
De bekwaamheid tot actie komt vanbuiten en gaat naar binnen; de bekwaamheid tot geen-actie komt vanbinnen en stroomt naar buiten. Hun dimensies zijn volkomen verschillend, absoluut tegengesteld. Probeer dit dus eerst te begrijpen, dan kunnen we ons in dit verhaal gaan verdiepen.

Je kunt bijvoorbeeld een schilder zijn door enkel de vakkundigheid te leren; je kunt alles leren wat op kunstacademies kan worden onderwezen. Je kunt bekwaam zijn, en je kunt prachtige schilderijen maken, je kunt zelfs in de wereld een bekend iemand worden. Niemand kan te weten komen dat dit alleen maar techniek is, tenzij je een meester tegenkomt; maar jij zult altijd weten dat dit enkel techniek is.
Je handen zijn vaardig geworden, je hoofd heeft de theoretische kennis, maar je hart stroomt niet. Je schildert maar je bent geen schilder. Je schept een kunstwerk maar je bent geen kunstenaar. Je doet het wel, maar je zit er niet in. Je doet het zoals je andere dingen doet, maar je bent geen minnaar. Je bent er niet totaal in betrokken; je innerlijke wezen blijft afzijdig, onverschillig, aan de kant staan. Je hoofd en je handen, zij gaan aan het werk, maar jij bent er niet bij. Het schilderij houdt jouw aanwezigheid niet in, het draagt jou niet in zich. Het draagt misschien je handtekening, maar niet je wezen.

Een meester weet het onmiddellijk, omdat dit schilderij levenloos is. Mooi… je kunt ook een lijk verfraaien, je kunt ook een lijk opmaken, je kunt zelfs lipstick op de lippen doen en ze zien er dan rood uit, maar lipstick, hoe rood ook, kan niet de warmte uitstralen van bloed dat stroomt. Die lippen – opgemaakt, maar er zit geen leven in.
Je kunt een prachtig schilderij maken, maar het leeft dan niet. Het kan alleen leven als jij erin opgaat; dat is het verschil tussen wanneer een meester schildert en een gewone schilder. De gewone schilder imiteert in feite altijd omdat het schilderij niet binnenin hem groeit. Het is niet iets waarvan hij zwanger is. Hij imiteert dan anderen, hij moet op zoek gaan naar ideeën; hij imiteert misschien de natuur, dat maakt geen verschil. Zijn oog valt misschien op een boom en hij schildert hem, maar de boom is niet in hem gegroeid.

Kijk eens naar de bomen van Van Gogh. Ze zijn volkomen anders; je kunt zulke bomen niet vinden in de wereld van de natuur. Ze zijn totaal anders; ze zijn de schepping van Van Gogh, hij leeft via de bomen. Het zijn niet die gewone bomen om je heen, hij heeft ze niet uit de natuur overgenomen, hij heeft ze van niemand anders overgenomen. Als hij een god was geweest, had hij deze bomen in de wereld geschapen. In het schilderij is hij de god, is hij de schepper. Hij imiteert niet eens de schepper van het universum; hij is eenvoudig zichzelf. Zijn bomen zijn zo hoog dat ze de maan en de sterren raken.
Iemand vroeg aan Van Gogh: ‘Wat voor bomen zijn dit? Waar heb je dit idee vandaan?’
Van Gogh zei: ‘Ik haal nergens ideeën vandaan, dit zijn mijn bomen! Als ik de schepper was zouden mijn bomen de sterren raken, want mijn bomen zijn verlangens van de aarde, dromen van de aarde om de sterren aan te raken; de aarde die probeert tot de sterren te reiken en die aan te raken: handen van de aarde, dromen en verlangens van de aarde.’
Maar deze bomen zijn geen imitaties. Het zijn Van Goghbomen.

Een schepper heeft iets om aan de wereld te geven, iets waarvan hij zwanger is. Natuurlijk, zelfs voor een Van Gogh is techniek vereist, omdat handen nodig zijn. Zelfs Van Gogh kan niet schilderen zonder handen, als je zijn handen afhakt wat kan hij dan doen? Hij heeft ook techniek nodig, maar techniek is alleen maar een manier om te communiceren. Techniek is enkel het voertuig, het middel. De techniek is niet de boodschap, het middel is niet de boodschap. Het middel is gewoon het voertuig om de boodschap over te brengen. Hij heeft een boodschap; elke kunstenaar is een profeet, moet dat wel zijn! Elke kunstenaar is een schepper, moet dat wel zijn, hij heeft iets te delen. Natuurlijk is techniek nodig. Als ik jullie iets moet zeggen, zijn woorden nodig, maar als ik alleen woorden uitspreek, dan is er geen boodschap; dan is dit hele gedoe alleen maar geklets. Dan gooi ik afval over anderen heen. Maar als woorden mijn stilte overbrengen, als woorden mijn woordeloze boodschap aan jullie overbrengen, alleen dan is er iets gezegd.

Wanneer iets moet worden gezegd, moet het in woorden worden gezegd, maar dat wat moet worden gezegd zijn geen woorden. Wanneer iets moet worden geschilderd, moet het met behulp van kleuren en penseel en doek worden geschilderd en de hele techniek is nodig, maar de techniek is niet de boodschap. Door het middel wordt de boodschap aangereikt, maar het middel op zich is niet genoeg.
Een technicus beschikt over het middel, hij kan het perfecte middel hebben, maar hij heeft niets te brengen, hij heeft geen boodschap. Zijn hart stroomt niet over. Hij doet iets met zijn handen en zijn hoofd, want de kennis zit in het hoofd en de handigheid, de bekwaamheid zit in de handen. Hoofd en hand werken samen, maar het hart blijft op een afstand, onaangedaan. Dan is het schilderen er wel, maar het heeft geen hart. Er zit geen hartslag in, er zit geen levensritme in, er stroomt geen bloed in; heel moeilijk te zien. Je kunt het alleen zien als je binnenin jezelf het verschil kent.

Herrigel, een Duitse zoeker, werkte drie jaar bij zijn meester in Japan. Hij was een boogschutter. Toen hij in Japan aankwam was hij al boogschutter, en een uitstekende, want honderd procent van zijn pijlen raakten het doel; daar bestond geen twijfel over. Toen hij aankwam was hij net als Lieh-Tse al een boogschutter. Maar de meester begon te lachen. Hij zei: ‘Ja, je bent bekwaam in het schieten, maar hoe zit het met het niet schieten?’
Herrigel zei: ‘Wat is dit niet schieten? Daar heb ik nooit van gehoord.’
De meester zei: ‘Dan zal ik het je leren.’

Drie jaren gingen voorbij; hij werd steeds bekwamer en het doel kwam alsmaar dichter- en dichterbij. Hij werd absoluut volmaakt, er mankeerde niets aan. En hij werd ongerust want… en dit is het probleem voor de westerse mind: het Oosten ziet er mysterieus uit, onlogisch en het Oosten is dat ook. Hij kon deze meester niet begrijpen; was hij gek?… Want hij was nu absoluut volmaakt, de meester kon geen enkele fout ontdekken en hij bleef maar zeggen: ‘Nee!’ Dat is het probleem: de kloof tussen de oosterse en de westerse benaderingen van het leven. De meester blijft maar nee zeggen, blijft maar afwijzen.
Herrigel begon teleurgesteld te raken. Hij zei: ‘Maar waar zit de fout? Toon me de fout en ik kan dan leren die achter me te laten.’
De meester zei: ‘Er is geen fout. Jíj bent de fout. Er is geen fout, je schieten is volmaakt, maar daar gaat het niet om. Jíj bent de fout; wanneer je schiet, ben jij aanwezig, jij bent te veel aanwezig. De pijl raakt het doel, dat is juist! Maar daar gaat het niet om. Waarom ben je zo aanwezig? Waarom die vertoning? Waarom het ego? Waarom kun je niet gewoon schieten zonder aanwezig te zijn.’
Herrigel ging natuurlijk door met argumenteren: ‘Hoe kun je schieten zonder aanwezig te zijn? Wie schiet dan?’ Een heel verstandelijke benadering: wie schiet dan?
En de meester zei altijd: ‘Kijk maar naar mij.’ En Herrigel voelde ook wel dat zijn meester een andere kwaliteit had, maar die kwaliteit is mysterieus en die kun je niet grijpen. Hij voelde het vele malen: dat wanneer de meester schiet het echt anders is, alsof hij de pijl wordt, de boog, alsof de meester niet meer aanwezig is; hij is volkomen één, onverdeeld.

Hij ging vragen hoe je dat moet doen. De meester zei: ‘Dit is geen techniek. Je moet het begrijpen en je moet jezelf meer en meer met dat begrip doordrenken en erin verzinken.’

Drie jaren verloren, en toen begreep Herrigel dat dit niet mogelijk was. Of deze man is gek, of het is voor een westerling niet mogelijk tot dit niet schieten te komen: ik heb drie jaren verspild, het is nu tijd om weg te gaan.
Dus vroeg hij het de meester op de man af; de meester zei: ‘Ja, je kunt gaan.’

Herrigel vroeg: ‘Kunt u mij een certificaat geven waarop staat dat ik drie jaar bij u in de leer ben geweest?’
De meester zei: ‘Nee, want je hebt niets geleerd. Je bent drie jaar bij me geweest, maar je hebt niets geleerd. Alles wat je hebt geleerd had je ook in Duitsland kunnen leren. Het was niet nodig hierheen te komen.’

Op de dag dat hij zou vertrekken ging hij even afscheid nemen, en de meester was bezig andere discipelen te onderwijzen en voor te doen. Het was net ochtend en de zon kwam op en vogels zongen. Herrigel was nu onbezorgd want hij had een besluit genomen en als de beslissing eenmaal is genomen, verdwijnt het piekeren. Hij piekerde niet meer. De afgelopen drie jaar was zijn mind gespannen geweest: hoe moet ik het bereiken? Hoe moet ik aan de voorwaarden van deze gek voldoen? Maar nu was er geen getob meer. Hij had een besluit genomen, hij ging weg, hij had geboekt; tegen de avond zou hij vertrekken en deze hele nachtmerrie achter zich gelaten hebben. Hij stond gewoon op de meester te wachten zodat hij, wanneer hij klaar was met zijn discipelen, afscheid kon nemen en hem bedanken en vertrekken.

Hij zat op een bank. Voor het eerst voelde hij plotseling iets. Hij keek naar de meester. De meester was bezig de pees van de boog uit te trekken en, alsof hij niet naar de meester liep, zag hij zichzelf plotseling opstaan en van de bank weglopen. Hij kwam bij de meester, greep de boog uit zijn hand… de pijl verliet de boog en de meester zei: ‘Goed, prachtig, je hebt het bereikt! Nu kan ik je een certificaat geven.’
En Herrigel zegt: ‘Ja, op die dag bereikte ik het. Nu ken ik het verschil. Die dag gebeurde er iets vanzelf. Ik was niet de schutter, ik was daar helemaal niet. Ik zat gewoon ontspannen op de bank. Er was geen spanning, geen getob, geen enkele gedachte. Ik was niet betrokken.
Uit Osho:
And the Flowers showered

 OSHO PUBLIKATIES
 
Churchillstraat 11, 7091 XL Dinxperlo
  tel. +31-(0)315 – 654 737
e-mail: info@osho.nl

 © Copyright teksten, foto’s en illustraties van Osho: Osho International Foundation
  © Copyright Nederlandse teksten van Osho: Osho Publikaties
 Voor informatie over kopiëren/publiceren van teksten van Osho, zie: 
www.osho.com/copyrights