Spelers van een spel ...  als de ongelovige religieus wordt

Door al dat verlangen is de wereld een nachtmerrie geworden. En dan wordt nirvana de laatste nachtmerrie. Vanzelfsprekend de laatste, want als je wakker wordt en op zoek naar god en nirvana… Als je wakker wordt, verdwijnen alle nachtmerries.
Je hebt de wereld losgelaten en gaat nu op zoek naar god. Laat alsjeblieft ook god los. Dat lijkt ietwat onreligieus maar is het niet.
Ik las eens een uitspraak van Albert Einstein. Ik vind hem heel mooi. Hij zegt ergens: ‘Ik ben een diep religieuze ongelovige.’ Een religieus mens kan eigenlijk niet geloven. Iemand die religieus is kan vertrouwen, maar kan niet gelovig zijn. Vertrouwen komt voort uit existentiële ervaring, geloof is een mindtrip. Geloof is niet meer dan ideologie, denkbeelden, geschriften, filosofie. Vertrouwen komt voort uit het leven.

Zodra je ‘god’ zegt, ben je met geloof bezig. ‘God’ is geloof. Maar het leven is geen geloof, dat is een ervaring. Laat het leven je enige god zijn. Er is geen andere god nodig, want alle andere goden zijn menselijke uitvindingen. Einstein heeft gelijk als hij zegt: ‘ik ben een diep religieus mens, maar niet gelovig, geen gelovige.’ Wat bedoelt hij?
De hoedanigheid van religieus te zijn, heeft niets te maken met de hoedanigheid van een gelovige. Een gelovige gelooft omdat hij verlangt. Een gelovige gelooft omdat hij op zoek is naar iets. Een gelovige gelooft omdat hij niet zonder de mind kan leven. Hij laat altijd de mind tussenbeide komen, tussen het leven en hemzelf… alsof je hand zich verschuilt achter een handschoen – je raakt je geliefde aan, maar niet rechtstreeks; je hand zit in de handschoen verscholen. De handschoen raakt de geliefde aan, en jij voelt alleen de handschoen.

Geloof is als een handschoen, het omhult je. Je bent nooit rechtstreeks beschikbaar voor het leven. In die zin is een religieus mens naakt – hij heeft geen bekleding van geloof. Hij raakt het leven gewoon direct. En in die aanraking: de versmelting. In die aanraking: de samenvloeiing. In die aanraking ben je ergens niet meer jij. Ergens ben je het geheel geworden, en is het geheel jou geworden. De oceaan valt in de druppel en de druppel wordt de oceaan.

Geloof is gevaarlijk. En we blijven maar van geloof veranderen. Een hindoe wordt moslim, een christen wordt hindoe. Of een religieus iemand, een zogenaamd religieus iemand wordt communist; of een theïst wordt atheïst – het maakt niet uit. Je blijft maar handschoenen wisselen, maar de handschoen blijft.

Kun je het leven niet rechtstreeks zien? Kun je het leven niet rechtstreeks leven? Is er nu echt een noodzaak om in iets te geloven? Kun je het leven niet vertrouwen?
Laat ik het zo zeggen. Mensen die niet kunnen vertrouwen, geloven. Geloof is een surrogaat, een valse munt, bedrog. Mensen die kunnen vertrouwen hebben geen geloof nodig. Het leven is genoeg. Zij leggen er geen god overheen, geen nirvana, geen moksha. Dat is niet nodig. Het leven is meer dan genoeg. Zij leven het leven.

Als je een geloof hebt, kun je er natuurlijk een toekomst omheen scheppen. Als je geen geloof hebt, heb je geen enkele toekomst, want het leven is hiernu. Dan is het is niet nodig om te wachten. Maar we blijven maar uitstellen – tot op het moment dat de dood komt en het geschenk wegneemt.

Ik las eens:
Drie mannen waren verwikkeld in een van die zinloze conversaties waar we allemaal bij tijd en wijle wel eens aan meedoen. Het ging over het probleem van wat elk van ons zou doen als hem gezegd wordt dat hij nog maar zes maanden te leven heeft.
Robinson zei: ‘Als mijn dokter zou zeggen dat ik nog maar zes maanden te leven had, is het eerste wat ik dan zou doen, mijn zaak opheffen, mijn spaargeld opnemen en flink aan de zwier gaan aan Côte d’Azur. Dan ga ik roulette spelen, eten als een vorst, en bovenal veel meiden, heel veel meiden.’

Deze man moet hebben uitgesteld – uitgesteld tot de dood. Als een dokter tegen je zegt dat je nog maar zes maanden te leven hebt, dan… Maar ook dat lijkt alleen maar een wens, hij kan het misschien wel niet – want als de dood aan je deur klopt, dan ben je zo geschokt en ingestort… Hoe kun je genieten als de dood nabij is? Toen het leven nabij was kon je ook al niet genieten. Hoe kun je dan genieten als het leven zich elk moment steeds verder terugtrekt. Dit is alweer alleen maar een manier van geloven dat als dat gebeurt, je dan onmiddellijk zult gaan leven.

Maar wie belet je om nu op dit moment te leven?
De tweede man zei: ‘Als mijn dokter zou zeggen dat ik nog maar zes maanden te leven heb, is het eerste wat ik zou doen, naar een reisbureau gaan en een wereldreis boeken. Er zijn duizenden plaatsen op aarde die ik niet bekeken heb en die ga ik dan voor mijn sterven bezoeken – de Grand Canyon, de Taj Mahal, Angkor Wat – allemaal.’
Maar wie houdt je tegen? Waarom wachten tot de dood komt en dan naar de Taj Mahal gaan? En ben je dan in staat om de Taj Mahal echt in je op te nemen? Je ogen zullen dan zo verduisterd zijn, dat de Taj Mahal niet op de Taj Mahal lijkt. Wanneer de dood je mind is binnengegaan, is het onmogelijk om te zien. Het zal je blind maken. Een innerlijk beven zal je overweldigen. Je zult niet kunnen horen en je zult niet kunnen zien, je zult zelfs geen adem kunnen halen. Maar waarom blijven mensen maar uitstellen?
Zegt de derde man: ‘Als mijn dokter mij zou zeggen dat ik nog maar drie maanden te leven heb, is het eerste wat ik dan zou doen, een andere dokter raadplegen.’

Deze lijkt me voor alle mensen het meest representatief. Dit zou jij ook doen. Ook dan ga je nog niet leven. Je probeert het bij een andere dokter die je weer wat hoop kan geven, die je weer toekomst kan geven, die weer tegen je kan zeggen: ‘Je hoeft je geen zorgen te maken – je kunt nog even uitstellen. Je hoeft je niet te haasten – de dood is nog ver weg.’ Je zult iemand zoeken en vinden die je weer hoop kan geven.

Hopen is een manier om het leven uit te stellen. Alle verlangen is een manier om het leven uit te stellen, en alle geloof is een trucje om ‘dat wat is’ te ontwijken en door te gaan met denken over wat niet is. ‘God’ is niet. Het leven is. Word alsjeblieft geen zoeker naar ‘god.’ Nirvana is niet. Het leven is. Word alsjeblieft geen zoeker naar ‘nirvana.’

En als je ophoudt met naar nirvana te zoeken, zul je ontdekken dat nirvana in het leven zelf verborgen is. Als je ophoudt met zoeken naar god, zul je god overal vinden… in elk deeltje, in elk moment van leven. God is een andere naam voor leven. Nirvana is een andere naam voor leven dat geleefd wordt.

uit: Osho: Zen en de religieuze ongelovige

OSHO PUBLIKATIES
Churchillstraat 11, 7091 XL Dinxperlo
tel. +31-(0)315 – 654 737
e-mail: info@osho.nl

© Copyright teksten, foto’s en illustraties van Osho: Osho International Foundation
© Copyright Nederlandse teksten van Osho: Osho Publikaties
Voor informatie over kopiëren/publiceren van teksten van Osho, zie: 
www.osho.com/copyrights