Vliegangst

Rabindranath Tagore zegt in zijn Gitanjali:
Hardnekkig zijn de boeien, maar mijn hart doet pijn wanneer ik ze probeer te verbreken. Vrijheid is alles wat ik wil, maar ik schaam me er op te hopen. Ik ben er zeker van dat er onschatbare rijkdom in je zit, en dat je mijn beste vriend bent. Maar ik heb niet het hart het klatergoud weg te vegen dat mijn kamer vult. De sluier die mij bedekt is een sluier van stof en sterfte. Ik haat het, en toch omhels ik het in liefde. Mijn schulden zijn omvangrijk, mijn mislukkingen enorm, mijn schaamte verborgen en zwaar. Toch, wanneer ik vraag naar mijn verdienste, bibber ik van angst voor het geval mijn gebed verhoord wordt.’

Hardnekkig zijn de boeien… De hindernissen zijn groot. De ketenen die mijn vrijheid in de weg staan… ik ben er teveel aan gehecht geraakt. Ze zijn niet langer ketenen voor me, ze zijn mijn decoraties geworden. Ze zijn gemaakt van goud, ze zijn heel kostbaar. Maar mijn hart doet pijn, want aan de ene kant wil ik graag vrijheid, en aan de andere kant kan ik de ketenen niet verbreken die mij ervan weerhouden vrij te zijn. Die ketenen, die gehechtheden, die verbondenheden zijn mijn leven geworden. Ik kan me mezelf niet zonder mijn geliefde, zonder mijn vrienden voorstellen. Ik kan me mijzelf absoluut niet alleen, in diepe stilte voorstellen. Mijn liederen zijn ook mijn boeien geworden, dus mijn hart doet pijn wanneer ik ze probeer te verbreken. Vrijheid is alles wat ik wil.

Dit is de situatie van elk mens. Het is moeilijk een mens te vinden wiens hart niet wil vliegen als een vogel in de lucht, die niet naar de verafgelegen sterren zou willen rijken, maar die ook zijn diepe gehechtheid met de aarde kent. Zijn wortels steken diep in de aarde. Zijn gespletenheid betekent dat hij gehecht is aan zijn gevangenis, en zijn diepste verlangen is naar vrijheid. Hij is verdeeld in zichzelf.

Dit is de grootste pijn, angst. Je kunt de wereld die je ketent niet verlaten; je kunt de mensen die een belemmering in je leven geworden zijn, niet achterlaten, want zij zijn ook je gehechtheden, je vreugdes. Ze zijn ook in zekere zin een voeding voor je trots. Je kunt ze noch achterlaten, noch kun je vergeten dat je niet tot deze wereld behoort, dat je thuis ergens anders moet zijn, omdat je in je dromen altijd aan het vliegen bent, naar verafgelegen plekken vliegt.

Vrijheid is alles wat ik wil, maar ik schaam me er op te hopen. Waarom zou je je schamen om te hopen op vrijheid? – want niemand weerhoudt je. Je kunt ditzelfde moment vrij zijn. Maar die gehechtheden… ze zijn heel diep in je doorgedrongen, ze zijn bijna je hele bestaan geworden. Ze brengen je misschien ellende, maar ze brengen je ook momenten van vreugde. Ze veroorzaken misschien ketenen aan je voeten, maar ze geven ook momenten dat je kunt dansen.

Het is een heel vreemde situatie die elk mens onder ogen moet zien: we zijn geworteld in de aarde, en we willen vleugels om in de lucht te vliegen. We kunnen niet ontworteld zijn, want de aarde is onze voeding, ons voedsel. En we kunnen niet stoppen met over vleugels te dromen, want dat is ons karakter, dat is de kern van onze ziel, dat is wat ons tot menselijke wezens maakt.
Geen enkel dier voelt die pijn, alle dieren zijn volkomen tevreden zoals ze zijn. De mens is het enige dier dat in wezen ontevreden is, vandaar het gevoel van schaamte – omdat hij weet: ‘ik kan vrij zijn’.

Ik heb altijd van een oud verhaal gehouden. Een man, een geweldig mens, een vrijheidsstrijder, reisde in de bergen. ‘s Nachts verbleef hij in een karavanserai. Hij was verbaasd dat er in de karavanserai een prachtige papegaai in een gouden kooi zat, die onophoudelijk riep: ‘Vrijheid! Vrijheid!’ En de plek was van dien aard dat wanneer de papegaai het woord ‘vrijheid!’ herhaalde, het in de valleien, in de bergen, bleef weergalmen.

De man dacht: ik heb heel veel papegaaien gezien, en ik heb gedacht dat ze wel graag uit die kooien bevrijd zouden willen worden… maar ik heb nooit een papagaai gezien die de hele dag, van ’s morgens tot ’s avonds wanneer hij gaat slapen besteedt aan het roepen om vrijheid. Hij kreeg een idee. Midden in de nacht stond hij op en opende de deur van de kooi. De eigenaar was vast in slaap en hij zei tegen de papagaai, hij fluisterde: ‘Maak nu dat je weg komt.’
Maar hij was heel verbaasd dat de papegaai zich vasthield aan de tralies van de kooi. Hij zei hem steeds weer: ‘Ben je het vergeten, van de vrijheid? Maak maar dat je weg komt! De deur staat open en de eigenaar is vast in slaap; niemand zal het ooit weten. Je vliegt gewoon de lucht in, de hele lucht is van jou.’

Maar de papagaai hield zich zo heftig vast, zo krachtig, dat de man zei: ‘Wat is er aan de hand? Ben je gek?’ Hij probeerde de papegaai er met zijn handen uit te halen, maar de papegaai begon naar hem te pikken, en tegelijkertijd riep hij uit: ‘Vrijheid! Vrijheid!’ De valleien echoden het door de nacht.

Maar de man was ook koppig, hij was een vrijheidsstrijder. Hij trok de papegaai eruit en gooide hem in de lucht, en hij was heel tevreden, hoewel hij zijn hand geblesseerd had. De papegaai had hem zo krachtig aangevallen als hij maar kon, maar de man was enorm tevreden dat hij een ziel bevrijd had. Hij ging weer slapen.

’s Morgens toen de man wakker werd, hoorde hij de papegaai roepen: ‘Vrijheid! Vrijheid!’ De papegaai moet wel in een boom zitten of op een rots, dacht hij. Maar toen hij buiten kwam, zat de papegaai in de kooi.
De deur was open.

Vrijheid betekent enorme verantwoordelijkheid; je staat op jezelf en alleen.
Rabindranath heeft gelijk: Vrijheid is alles wat ik wil, maar ik schaam me er op te hopen – want het is geen kwestie van hoop, het is een kwestie van risico nemen.

Ik ben er zeker van dat er onschatbare rijkdom in je zit, en dat je mijn beste vriend bent. Maar ik heb niet het hart het klatergoud weg te vegen dat mijn kamer vult.
In de wereld van vrijheid, in de ervaring van vrijheid, ben je er zeker van dat daar onschatbare rijkdom is. Maar de zekerheid is ook een projectie van je wens, van je verlangen – hoe kun je er zeker van zijn? Je zou er graag zeker van willen zijn. Je weet dat er een verlangen naar vrijheid is. Het kan niet voor een doelloze vrijheid zijn, het moet voor iets kostbaars zijn, iets onschatbaars. Je schept een zekerheid om moed te verzamelen, zodat je de sprong in het onbekende kunt nemen.
...


VRIJHEID de moed om jezelf te zijn

Vrijheid betekent het vermogen om ja te zeggen wanneer ja nodig is, nee te zeggen wanneer nee nodig is, en soms te zwijgen  wanneer niets nodig is – stil zijn, niets zeggen. Wanneer al deze ten dienste staande dimensies beschikbaar zijn, is er vrijheid.
 

OSHO PUBLIKATIES
Churchillstraat 11, 7091 XL Dinxperlo
tel. +31-(0)315 – 654 737
e-mail: info@osho.nl

© Copyright teksten, foto’s en illustraties van Osho: Osho International Foundation
© Copyright Nederlandse teksten van Osho: Osho Publikaties
Voor informatie over kopiëren/publiceren van teksten van Osho, zie: 
www.osho.com/copyrights