Extase is rebels

Ieder kind wordt extatisch geboren. Extase is natuurlijk. Het is niet iets dat alleen gebeurt bij grote wijsgeren. Het is iets dat we allemaal in de wereld met ons meebrengen, iedereen komt ermee. Het is de meest innerlijke kern van het leven. Het maakt deel van het levend zijn. Het leven is extase. Ieder kind brengt het in de wereld, maar dan gaat de maatschappij het kind te lijf, gaat de mogelijkheid tot extase vernietigen, gaat het kind zich ellendig laten voelen, gaat het kind conditioneren.
 
De maatschappij is neurotisch, en ze kan het niet toestaan dat er extatische mensen zijn. Ze zijn gevaarlijk voor haar. Probeer het mechanisme te begrijpen, dan zijn de dingen gemakkelijker.
 
Een extatisch mens moet vrij zijn. Extase is vrijheid. Als je extatisch bent, kun je niet beperkt worden tot het zijn van slaaf. Je kunt niet zo gemakkelijk kapot gemaakt worden, je kunt niet overreed worden in een gevangenis te leven. Je wilt graag onder de blote hemel dansen en je wilt graag in de wind lopen en je wilt graag praten tegen de zon en de maan. Je hebt de uitgestrektheid nodig, het oneindige, het kolossale, het enorme. Je kunt niet beperkt worden tot het leven in een donkere cel. Je kunt niet in een slaaf veranderd worden. Je leeft je eigen leven en je doet waar je zin in hebt.
 
Dit is heel moeilijk voor de maatschappij. Als er veel extatische mensen zijn, heeft de maatschappij het gevoel dat ze uiteenvalt, dat haar structuur niet meer stand houdt. Extatische mensen zijn rebels. Denk eraan, ik noem een extatisch mens niet revolutionair, ik noem hem een rebel. Een revolutionair is iemand die de maatschappij wil veranderen, niettemin wil hij haar vervangen door een andere maatschappij. Een rebel is iemand die als een individu wil leven en graag wil dat er in de wereld geen starre sociale structuur is. Een rebel is niet iemand die deze maatschappij wil vervangen door een andere maatschappij – want alle maatschappijen hebben hetzelfde bewezen. De kapitalistische en de communistische en de fascistische en de socialistische, ze zijn allemaal bloedverwanten, het maakt niet veel verschil. Maatschappij is maatschappij. Alle kerken hebben hetzelfde bewezen – de hindoe, de christelijke, de mohammedaanse. Zodra een structuur machtig wordt, wil ze niet meer dat iemand extatisch is, want extase gaat tegen de structuur in.
 
Luister ernaar en mediteer erover: extase gaat tegen de structuur in. Extase is rebels. Het is niet revolutionair. Een revolutionair wil een andere structuur – naar zijn eigen wens, volgens zijn eigen utopie, maar toch een structuur. Hij wil aan de macht zijn. Hij wil de onderdrukker zijn en niet de onderdrukte, hij wil de uitbuiter zijn en niet de uitgebuite, hij wil heersen en niet overheerst worden.
 
Een rebel is iemand die noch overheerst wil worden noch wil heersen. Een rebel is iemand die in de wereld geen voorschriften wil. Een rebel is anarchistisch. Een rebel is iemand die op de natuur vertrouwt, op niet door de mens gemaakte structuren, die erop vertrouwt dat als de natuur met rust wordt gelaten, alles prachtig zal zijn. En dat is zo!
 
Zo een onmetelijk universum weet zich te redden zonder enige regering. Dieren, vogels, bomen, alles weet zich te redden zonder enige regering. Waarom heeft de mens een regering nodig? Iets moet er verkeerd gegaan zijn. Waarom is de mens zo neurotisch dat hij niet zonder heersers kan leven?
 
Het is eigenlijk een vicieuze cirkel. De mens kan wel zonder heersers leven, maar hij heeft nooit enige kans gekregen – de heersers geven je geen enkele kans. Zodra je weet dat je zonder heersers kunt leven, wie zou dan willen dat ze er zijn? Wie ondersteunt ze dan? Op dit moment ondersteun je je eigen vijanden. Je blijft op je eigen vijanden stemmen. In een presidentiële verkiezingsstrijd staan twee vijanden tegenover elkaar, en je kiest. Beiden zijn hetzelfde. Het is alsof je de vrijheid wordt gegeven te kiezen in welke gevangenis je wilt zitten. En je brengt blij je stem uit – ik wil graag naar gevangenis A of B, ik geloof in de republikeinse gevangenis, ik geloof in de democratische gevangenis. Beide zijn gevangenissen. En zodra je een gevangenis steunt, bevestigt de gevangenis zichzelf. Dan laat ze niet toe dat je een beetje vrijheid hebt.
 
Daarom mogen we vanaf onze prilste jeugd geen vrijheid proeven, want zodra we weten wat vrijheid is, geven we ons niet gewonnen, sluiten we geen compromissen – dan zijn we niet bereid in een donkere cel te leven. We willen liever sterven dan iemand toestaan ons te reduceren tot een slavenbestaan. We willen zelfbewust zijn.
 
Natuurlijk is een rebel er niet in geïnteresseerd macht te krijgen over andere mensen. Dit zijn tekenen van neurose, als je te veel geïnteresseerd bent in het krijgen van macht over mensen. Dat laat eenvoudig zien dat je diep vanbinnen machteloos bent, en je bang bent dat als je niet machtig wordt, anderen je gaan onderwerpen.
 
Machiavelli zegt dat aanval de beste verdediging is. De beste manier om jezelf te verdedigen is als eerste aan te vallen. Overal ter wereld – in het Oosten, in het Westen –zijn deze zogenaamde politici diep vanbinnen allemaal hele zwakke mensen, lijdend aan minderwaardigheid, bang dat als ze in de politiek geen macht krijgen, iemand ze dan gaat uitbuiten, dus waarom niet liever uitbuiten dan uitgebuit te worden? Degene die uitgebuit wordt en de uitbuiter zitten samen in hetzelfde schuitje – en allebei roeien ze de boot voort, zorgen ze dat hij blijft varen.


Als het kind eenmaal de smaak van vrijheid kent, wordt hij nooit lid van een vereniging, van een kerk, van een club, van een politieke partij. Hij blijft een individu, hij blijft vrij en hij creëert de vibraties van vrijheid om zich heen. Zijn hele wezen wordt een deur naar vrijheid.

Men staat het kind niet toe vrijheid te proeven. Als het kind de moeder vraagt: ‘Mam, mag ik naar buiten? De zon is prachtig en de lucht is heel helder en ik wil graag om het huizenblok rennen,’ zegt de moeder– obsessief, dwingend – onmiddellijk: ‘Nee!’ Het kind heeft niet veel gevraagd. Hij wilde alleen maar graag naar buiten in de ochtendzon, in de frisse lucht, hij wilde graag genieten van het zonlicht en de lucht en het gezelschap van de bomen – hij heeft nergens om gevraagd! – maar dwangmatig, vanuit een of andere diepe onweerstaanbare drang, zegt de moeder nee. Het is heel moeilijk een moeder ja te horen zeggen, heel moeilijk een vader ja te horen zeggen. Zelfs als ze ja zeggen, zeggen ze het heel onwillig. Zelfs als ze ja zeggen, laten ze het kind voelen dat hij schuldig is, dat hij hen dwingt, dat hij iets verkeerds doet. Telkens wanneer het kind zich blij voelt met wat hij ook aan het doen is, komt beslist de een of ander en houdt hem tegen – ‘Doe dat niet!’ Langzaamaan gaat het kind begrijpen: ‘Alles waarover ik me blij voel, is verkeerd.’ En natuurlijk voelt hij zich nooit blij als hij doet wat anderen hem zeggen te doen, omdat het niet spontaan in hém opkomt. Dus leert hij dat je ellendig te voelen goed is, en blij zijn verkeerd. Dat wordt de diepgevoelde associatie.
 
Als hij de klok wil openmaken en erin kijken, stort het hele gezin zich op hem – ‘Stop! Je vernielt de klok. Dit is niet goed.’ Hij keek alleen maar in de klok, het was wetenschappelijke nieuwsgierigheid. Hij wilde graag zien wat het tikken veroorzaakt. Dat was volkomen in orde. En de klok is niet zo waardevol als zijn nieuwsgierigheid, als zijn onderzoekende geest. De klok is waardeloos – zelfs als hij kapot gaat, is er niets verloren – maar zodra de onderzoekende geest vernietigd wordt, is er veel verloren, dan zoekt hij nooit meer naar waarheid.
 


Je kunt een extatisch mens niet in de hand houden, dat is onmogelijk. Je kunt enkel iemand die zich miserabel voelt in de hand houden.

Of het is een prachtige nacht en de hemel staat vol sterren en het kind wil graag buiten zitten, maar het is tijd om te gaan slapen. Hij voelt zich helemaal niet slaperig, hij is klaarwakker, heel, heel erg wakker. Het kind is stomverbaasd.
 

’s Morgens wanneer hij zich slaperig voelt, zit iedereen achter hem aan – ‘Sta op!’ Als hij ervan genoot, als het zo heerlijk was in bed te liggen, als hij zich nog een keer wilde omdraaien en nog wat slapen en nog wat dromen, dan was iedereen tegen hem: ‘Sta op! Het is tijd om op te staan.’ Nu is hij helemaal wakker en wil hij graag genieten van de sterren. Het is heel poëtisch dit moment, heel romantisch. Hij voelt zich aangegrepen. Hoe kan hij in een zodanige ontroering gaan slapen? Hij is zo opgewonden, hij wil gaan zingen en dansen, en ze dwingen hem te gaan slapen – ‘Het is negen uur. Het is tijd om te gaan slapen.’ Nu was hij blij wakker te zijn, maar hij wordt gedwongen te gaan slapen.

Als hij aan het spelen is, wordt hij gedwongen aan tafel te komen. Hij heeft geen honger. Als hij wel honger heeft, zegt de moeder: ‘Dit is niet de tijd ervoor.’ Op deze manier blijven we alle mogelijkheden om extatisch te zijn vernietigen, alle mogelijkheden om blij, vreugdevol, verheugd te zijn. Waarmee het kind zich spontaan blij voelt, lijkt verkeerd te zijn, en waarvoor hij zich helemaal niet interesseert, lijkt goed te zijn.

Op school begint er plotseling buiten het klaslokaal een vogel te zingen, en het kind is natuurlijk vol aandacht voor de vogel – niet voor de wiskundeleraar die bij het bord staat met zijn akelige krijtje. Maar de leraar is machtiger, in politieke zin machtiger dan de vogel. Uiteraard heeft de vogel geen macht, maar hij heeft wel schoonheid. De vogel oefent aantrekkingskracht uit op het kind zonder aan zijn hoofd te zeuren: ‘Let op! Concentreer je op mij!’ Nee – met het eenvoudige, spontane, natuurlijke, vliegt het bewustzijn van het kind het raam uit. Het richt zich op de vogel. Daar ligt zijn hart, maar hij moet naar het bord kijken. Daar is niets om naar te kijken, maar hij moet wel doen alsof.

Blijheid is verkeerd. Overal waar blijheid is, gaat het kind bang worden dat er iets verkeerd is. Als het kind met zijn eigen lichaam speelt, is het verkeerd. Als het kind met zijn eigen seksuele organen speelt, is het verkeerd. En dat is in het leven van een kind een van de meest extatische momenten. Hij beleeft plezier aan zijn lichaam, het is opwindend. Maar alle opwinding moet gestopt worden, alle vreugde moet vernietigd worden. Het is neurotisch, maar de maatschappij is neurotisch.

Met de ouders werd hetzelfde gedaan door hun ouders, zij doen hetzelfde met hun kinderen. Op deze manier blijft de ene generatie de andere kapotmaken. We dragen op deze manier onze neurose van de ene op de andere generatie over. De hele aarde is een gekkenhuis geworden. Niemand schijnt te weten wat extase is. Het is verloren gegaan. Er zijn alsmaar barrières gecreëerd.

Het is mijn waarneming dat als mensen gaan mediteren en ze een plotselinge toename van energie gaan voelen, ze onmiddellijk naar me toe komen en zeggen: ‘Er gebeurt iets heel vreemds. Ik voel me gelukkig, en ik voel me, om geen enkele reden, ook schuldig.’ Schuldig? Ze zijn ook in verwarring. Waarom zou je je schuldig voelen? Ze weten dat er niets is, ze niets verkeerds gedaan hebben. Waar komt dit schuldgevoel vandaan? Het komt voort uit die diepgewortelde conditionering dat vreugde verkeerd is. Droevig zijn, dat is goed, maar gelukkig zijn, dat mag niet.

Vroeger woonde ik in een stad waar de commissaris van politie een vriend van mij was, we waren vrienden uit de tijd dat we op de universiteit waren. Hij kwam vaak bij me en zei dan: ‘Ik voel me zo ellendig. Help me om eruit te komen.’
Ik zei dan: ‘Je praat over eruit komen, maar ik zie niet dat je er echt uit wilt. Maar allereerst, waarom heb je ervoor gekozen op deze politieafdeling te werken? Je moet je wel ellendig voelen, en je wilt ook dat anderen zich ellendig voelen.’
Op een dag vroeg ik aan drie van mijn vrienden de stad rond te gaan en op verschillende plaatsen in de stad te gaan dansen en vrolijk te zijn. Ik zei: ‘Jullie doen dit eenvoudig als experiment.’ Natuurlijk werden ze binnen een uur door de politie opgepakt. Ik belde de politiecommissaris op, en zei: ‘Waarom hebben jullie deze vrienden van mij opgepakt?’
Hij zei: ‘Deze mensen schijnen gek te zijn.’
Ik vroeg hem: ‘Hebben ze iets verkeerds gedaan? Hebben ze iemand kwaad gedaan?’
Hij zei: ‘Nee, niets. Ze hebben echt niets verkeerds gedaan.’
‘Waarom hebben jullie ze dan opgepakt?’
Hij zei: ‘Maar ze waren op straat aan het dansen! En ze lachten erbij.’
‘Maar als ze bij niemand schade hebben berokkend, waarom moesten jullie je er dan in mengen? Waarom moesten jullie je ermee bemoeien? Ze hebben niemand aangevallen, ze hebben zich op niemands terrein begeven. Ze waren alleen maar aan het dansen. Onschuldige mensen, lachend.’
Hij zei: ‘Je hebt gelijk, maar het is gevaarlijk.’
‘Waarom is het gevaarlijk? Is blij zijn gevaarlijk? Is extatisch zijn gevaarlijk?’
Hij begreep het, hij liet ze onmiddellijk vrij. Hij kwam hardlopend naar mij toe, hij zei: ‘Je hebt misschien gelijk. Maar ik kan mezelf niet toestaan blij te zijn – en ik kan niemand anders toestaan blij te zijn.’

Dit zijn je politici, dit zijn je politiecommissarissen, dit zijn je rechterlijke ambtenaren, de jury’s, je leiders, je zogenaamde heiligen, je priesters, je pausen – dit zijn de mensen. Ze hebben allemaal veel geïnvesteerd in je ellende. Ze zijn afhankelijk van je ellende. Als jij je ellendig voelt, zijn zij gelukkig.

Alleen iemand die zich ellendig voelt, gaat naar de tempel om te bidden. Gaat een blij mens naar de tempel? Waarvoor?
Ik hoorde eens dat Adolf Hitler een gesprek had met een Britse diplomaat. Ze stonden op de dertigste verdieping van een wolkenkrabber, en om indruk op hem te maken, gaf hij een Duitse soldaat het bevel naar beneden te springen. En de soldaat sprong eenvoudig, zonder ook maar te aarzelen, en stierf natuurlijk. De Britse diplomaat kon het niet geloven, het was ongelofelijk. Hij was heel erg geschokt. Wat een verspilling? En zonder een enkele reden. En om meer indruk op hem te maken, gaf Hitler nog een soldaat het bevel: ‘Spring!’ en die andere sprong ook. En om nog meer indruk op hem te maken, gaf hij een derde soldaat het bevel.

Op dit moment was de diplomaat bij zinnen gekomen. Hij haastte zich om de soldaat tegen te houden en zei: ‘Wat ben je aan het doen, zonder een enkele reden je leven vernietigen? Hij zei: ‘Meneer, wie wil er in dit land en onder deze gek leven? Wie wil met deze Adolf Hitler leven? Het is beter te sterven! Dat is vrijheid.’

Wanneer mensen zich ellendig voelen, lijkt de dood vrijheid te zijn. En wanneer mensen zich ellendig voelen, zitten ze zo vol woede, boosheid, dat ze willen doden – zelfs als het risico er is dat ze zelf misschien gedood worden. De politicus bestaat omdat jij je ellendig voelt. Op die manier kunnen Vietnam, Bangladesh, de Arabische landen voortbestaan. En blijft er oorlog.
Waar dan ook, er blijft oorlog.

Deze stand van zaken moet je begrijp – waarom die bestaat en hoe je dat kunt opgeven. Tenzij je je eruit terugtrekt, tenzij je het hele mechanisme begrijpt, de conditionering, de hypnose waarin je leeft, tenzij je het in je greep krijgt, het gadeslaat en het los laat, word je nooit extatisch en ben je nooit in staat het lied te zingen waarvoor je bent gekomen om te zingen. Dan sterf je zonder je lied gezongen te hebben. Dan sterf je zonder je dans gedanst te hebben. Dan sterf je zonder ook maar geleefd te hebben.
uit Osho: Vreugde – het geluk dat van binnenuit komt

OSHO PUBLIKATIES
Churchillstraat 11, 7091 XL Dinxperlo
tel. +31-(0)315 – 654 737
e-mail: info@osho.nl

© Copyright teksten, foto’s en illustraties van Osho: Osho International Foundation
© Copyright Nederlandse teksten van Osho: Osho Publikaties
Voor informatie over kopiëren/publiceren van teksten van Osho, zie: 
www.osho.com/copyrights