De fundamentele dualiteit

De belangrijkste vraag van alle vragen is: Wat is het ware geluk? En is er een mogelijkheid dat te bereiken? Is het ware geluk eigenlijk wel mogelijk, of is alles kortstondig? Is het leven enkel een droom, of zit er ook iets wezenlijks in? Begint het leven met de geboorte en eindigt het met de dood, of is er iets dat geboorte en dood overstijgt? Want zonder het eeuwige is er geen kans op het ware geluk. Met het kortstondige blijft geluk vluchtig: het ene moment is het er, het volgende moment is het weg, en word je achtergelaten in grote wanhoop en duisternis.

Zo is het in het gewone leven, in het leven van de niet ontwaakte. Er zijn momenten van gelukzaligheid en er zijn momenten van ellende; het is allemaal vermengd, een allegaartje. Je kunt die momenten van geluk die je te beurt vallen niet vasthouden. Ze komen op eigen houtje en ze verdwijnen op eigen houtje, je bent er geen meester over. En je kunt de momenten van misère niet vermijden, ze hebben hun eigen hardnekkigheid. Ze komen vanzelf en ze gaan uit zichzelf, je bent eenvoudig een slachtoffer. En je wordt verscheurd tussen deze twee – gelukkig zijn en ongelukkig zijn – nooit laten ze je met rust.

Dit verscheurd worden in allerlei dualiteiten… De dualiteit van gelukkig zijn en ongelukkig zijn, is de meest fundamentele en de meest symptomatische, maar er zijn duizend-en-een dualiteiten: de dualiteit van liefde en haat, de dualiteit van leven en dood, dag en nacht, zomer en winter, jeugd en ouderdom, enzovoort, enzovoort. Maar de fundamentele dualiteit, de dualiteit die alle andere dualiteiten vertegenwoordigt, is die van gelukkig zijn en ongelukkig zijn. En je wordt verscheurd, in lijnrecht tegenover elkaar staande richtingen getrokken. Je kunt niet op je gemak zijn, je verkeert in een wantoestand.

Volgens de boeddha’s is het mensdom een wantoestand. Is deze wantoestand absoluut, of kan hij worden overstegen.
 
Daarom is de fundamentele en meest elementaire vraag: Wat is het ware geluk? Het geluk dat we kennen is zeker niet echt, het is dromerij en het verandert altijd in zijn eigen tegendeel. Wat het ene moment lijkt op gelukkig zijn, verandert het volgende moment in ongelukkig zijn.


Geluk dat verandert in ongelukkig zijn, laat eenvoudig zien dat de twee niet gescheiden zijn – misschien twee keerzijden van dezelfde medaille.

En als je de ene kant van de medaille hebt, ligt de andere daar altijd achter verborgen, wachtend op zijn kans zich te laten gelden – en je weet het. Wanneer je gelukkig bent, is ergens diep vanbinnen de op de loer liggende angst dat het niet blijvend is, dat het vroeg of laat weg is, dat de nacht invalt, dat je dan elk moment in duisternis gehuld kunt zijn, dat dit licht alleen maar denkbeeldig is – het je niet kan helpen, je niet kan meenemen naar de andere oever.

Je geluk is niet echt geluk, maar enkel een verborgen ongelukkig zijn. Je liefde is geen liefde maar enkel een masker voor je haat. Je mededogen is niet anders dan je boosheid – wel beschaafd, erudiet, ontwikkeld, gevormd, geciviliseerd, maar je mededogen is niet anders dan boosheid. Je gevoeligheid is geen echte gevoeligheid, maar enkel een mentale oefening, een bepaalde in de praktijk toegepaste houding en benadering.



Was Alexander de Grote gelukkig toen hij een wereldveroveraar werd? Hij was een van de ongelukkigste mensen die ooit op aarde heeft geleefd. Toen hij de gelukzaligheid van Diogenes zag, werd hij jaloers. Jaloers worden op een bedelaar…?

Diogenes was een bedelaar, hij had niets, niet eens een bedelnap. Boeddha had tenminste nog een bedelnap bij zich en drie gewaden. Diogenes was naakt – en zonder bedelnap.

Op een dag ging hij met zijn bedelnap naar de rivier. Hij had dorst, het was heet en hij wilde water drinken. En net toen hij onderweg was, rende hem een hond voorbij, die hijgend in de rivier sprong, een lekker bad nam en naar hartenlust dronk. Toen kwam het idee bij Diogenes op: ‘Deze hond is vrijer dan ik – hij hoeft geen bedelnap bij zich te hebben. En als hij het kan klaarspelen, waarom kan ik het dan niet klaarspelen zonder bedelnap? Dit is mijn enige bezit, en ik moet er een oogje ophouden omdat hij gestolen kan worden. Zelfs ’s nachts moet ik één of twee keer voelen of hij er nog is of weg is.’ Hij gooide de bedelnap in de rivier, boog naar de hond en bedankte hem voor de belangrijke boodschap die hij voor hem van het bestaan had meegebracht.

Deze man die niets had, wekte jaloezie op in de mind van Alexander. Wat moet hij ongelukkig geweest zijn! Hij bekende aan Diogenes: ‘Als god mij ooit weer het leven schenkt, vraag ik hem: “Maak me deze keer alstublieft niet Alexander – maak me Diogenes.”’

Diogenes lachte uitgelaten, en hij riep de hond – want ze waren inmiddels vrienden geworden, waren gaan samenleven – hij riep de hond en zei: ‘Kijk eens, luister, wat een onzin waarover hij praat! In het volgende leven wil hij Diogenes zijn! Waarom het volgende leven? Waarom uitstellen? Wie weet van het volgende leven? Zelfs de volgende dag is onzeker, het volgende moment is niet zeker – wat te zeggen over het volgende leven? Als je werkelijk een Diogenes wilt zijn, kun je dat precies op dit moment zijn, hier en nu. Gooi je kleding in de rivier en vergeet alles over het veroveren van de wereld! Dat is pure dwaasheid en je weet het.

En je hebt toegegeven dat je je beroerd voelt, je hebt toegegeven dat Diogenes in een veel betere, gelukzaliger toestand verkeert. Dus waarom niet nu meteen een Diogenes zijn? Ga op de oever van de rivier liggen waar ik mijn zonnebad neem! Deze oever is groot genoeg voor ons beiden.’

Alexander kon de uitnodiging natuurlijk niet accepteren. Hij zei: ‘Dank u wel voor de uitnodiging. Nu meteen kan ik het niet doen, maar het volgende leven…’

Diogenes vroeg hem: ‘Waar ga je heen? En zelfs als je de wereld hebt veroverd, wat ga je dan doen?’
Alexander zei: ‘Dan ga ik uitrusten.’

Diogenes zei: ‘Dit klinkt volkomen absurd – want ik rust nu al!’

Als Alexander niet gelukkig is, als Adolf Hitler niet gelukkig is, als de Rockefellers en de Carnegies niet gelukkig zijn – de mensen die al het geld van de wereld hebben, als zij niet gelukkig zijn, de mensen die alle macht van de wereld hebben, als zij niet gelukkig zijn… Kijk eens naar mensen die het gemaakt hebben in de wereld, en je vergeet het hele idee van succes. Niets stelt zo teleur als succes. Hoewel je verteld is dat niets zo geslaagd is als succes, zeg ik je dat niets zo teleurstelt als succes.

Geluk heeft niets te maken met succes. Geluk heeft niets te maken met eerzucht, geluk heeft niets te maken met geld, macht, prestige. Het is een totaal andere dimensie. Geluk heeft iets te maken met je bewustzijn, niet met je karakter. Laat me je er even aan herinneren – karakter is weer beschaving. Je wordt een heilige, en toch ben je niet gelukkig als je heiligheid niet anders is dan geoefende heiligheid. En zo worden mensen heiligen. Katholieken, jaïna’s, hindoes – hoe worden ze heilig? Ze oefenen gewetensvol ieder detail, wanneer ze moeten opstaan, wat ze moeten eten, wat ze niet moeten eten, wanneer ze naar bed moeten…

uit Osho: Vreugde – het geluk dat van binnenuit komt

Pareltjes

Meditatie Home

OSHO PUBLIKATIES
Churchillstraat 11, 7091 XL Dinxperlo
tel. +31-(0)315 – 654 737
e-mail: info@osho.nl

© Copyright teksten, foto’s en illustraties van Osho: Osho International Foundation
© Copyright Nederlandse teksten van Osho: Osho Publikaties
Voor informatie over kopiëren/publiceren van teksten van Osho, zie: 
www.osho.com/copyrights