Het allerhoogste inzicht

Het lied besluit:
Het allerhoogste inzicht
transcendeert al dit en dat.
De allerhoogste actie omvat grote
vindingrijkheid zonder gehechtheid.
De allerhoogste vervulling is
zonder hoop innerlijkheid te verwerkelijken.

In het begin voelt een yogi zijn mind
tuimelen als een waterval;
halverwege, gelijk de Ganges,
stroom hij traag en vriendelijk voort;
op het laatst is hij een onmetelijk
grote oceaan, waar het licht van
moeder en zoon samenvloeit tot n.

Iedereen wordt in vrijheid geboren, maar sterft in slavernij. Het begin van het leven is volkomen los en natuurlijk, maar dan doet de maatschappij haar intrede, dan gelden er regels en voorschriften, fatsoensnormen, discipline en allerlei lessen en gaat het losse, natuurlijke en spontane van het wezen verloren. Je bouwt een soort pantser om je heen. Je verstart steeds meer. De innerlijke zachtheid is niet meer waarneembaar.

Aan de grens van je wezen bouw je een soort fort om je te verdedigen, om niet kwetsbaar te zijn, om te kunnen reageren, voor je veiligheid en zekerheid, en de vrijheid van zijn gaat daarmee verloren. Je begint anderen naar de ogen te zien; hun goedkeuring, hun afwijzing, hun veroordeling of waardering worden steeds belangrijker. De anderen worden het criterium en je gaat anderen imiteren en navolgen omdat je met anderen moet leven.
Een kind is heel soepel, hij kan in alle mogelijke vormen worden gekneed. De maatschappij begint hem te vormen de ouders, de docenten, de school en langzamerhand wordt hij een karakter en is hij niet langer een wezen. Hij leert alle regels. Ofwel hij conformeert zich, dat is slavernij of hij komt in opstand, dat is weer een ander soort slavernij. Als hij zich conformeert, orthodox, conservatief wordt, is dat n soort slavernij; hij kan ook uit reactie een hippie worden, het andere uiterste kiezen, maar ook dat is een soort slavernij want de reactie is afhankelijk van het verschijnsel waartegen gereageerd wordt. Al zoek je de verste uithoek op, in het diepste van je mind rebelleer je tegen dezelfde regels. Anderen volgen die regels, jij zet je ertegen af, maar het accent ligt op dezelfde regels. Reactionairen of revolutionairen, ze zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Ze mogen dan tegenover elkaar staan, elkanders tegengestelde zijn, maar het is hetzelfde schuitje.

Een religieus mens is reactionair noch revolutionair. Een religieus mens is eenvoudig los en natuurlijk; hij is nergens vr en nergens tegen, hij is gewoon zichzelf. Hij volgt geen regels en wijst geen regels af; hij kent eenvoudig geen regels. Een religieus mens is vrij in zijn eigen wezen, hij heeft geen keurslijf van gewoontes en conditioneringen. Hij is geen gecultiveerd wezen niet dat hij onbeschaafd en primitief is, hij bezit de hoogst mogelijke beschaving en cultuur, maar hij is geen gecultiveerd wezen. Hij is gegroeid in zijn bewustzijn en heeft geen regels nodig, hij heeft regels getranscendeerd. Hij is oprecht, niet omdat de regel zegt dat je oprecht moet zijn; gewoon doordat hij los en natuurlijk is, is hij oprecht; dat brengt met zich mee dat hij oprecht is. Hij is meedogend, niet omdat dit voorschrift is: Heb mededogen! Nee. Doordat hij los en natuurlijk is, voelt hij eenvoudig dat het mededogen alom stroomt. Daarvoor hoeft hij niets te doen; het is nu eenmaal een bijproduct van zijn groei in bewustzijn. Hij is niet tegen de samenleving, niet vr de samenleving hij is erboven verheven. Hij is weer kind geworden, een kind van een volkomen onbekende wereld, een kind in een nieuwe dimensie hij is opnieuw geboren.


Het allerhoogste inzicht
transcendeert al dit en dat.


Kennis gaat altijd over dit of over dat. Inzicht is geen van beide. Kennis is altijd dualistisch: de een is goed, hij kent het goede; de ander is slecht, hij kent het kwade maar beiden zijn een fragment, het zijn twee helften. Een goed mens is niet heel omdat hij het kwade niet kent; zijn goedheid is pover, het ontbreekt hem aan het inzicht dat slechtheid hem kan geven... Een slecht mens is ook maar half; zijn slechtheid is pover, ze is niet verrijkt met de kennis van het goede. En het leven is een combinatie van beide.

Een mens met waarachtig inzicht is goed noch slecht; hij begrijpt beide. En juist door beide te begrijpen heeft hij beide getranscendeerd. Een wijze is goed noch slecht. Je kunt hem niet in een categorie dwingen; voor hem bestaat geen vakje, je kunt hem niet indelen. Hij is ongrijpbaar, je krijgt hem niet te pakken. Vrienden en volgelingen van een wijze zullen denken dat hij God is omdat ze alleen zijn goede kant zien. En eventuele vijanden van de wijze zullen denken dat hij de duivel in eigen persoon is, omdat ze alleen zijn slechte kant kennen. Maar als je een wijze echt kent weet je dat hij het een noch het ander is of zowel het een als het ander; en het is allebei hetzelfde.

Wanneer je zowel het een als het ander bent, goed en slecht, ben je geen van beide want ze heffen elkaar op, er blijft alleen een leegte over.
Deze opvatting is voor de westerse mind heel moeilijk te begrijpen, want de westerse mind heeft een absolute scheiding aangebracht tussen God en de duivel. Wat slecht is behoort tot de duivel en wat goed is behoort tot God; hun terreinen zijn afgebakend, hemel en hel zijn twee aparte zaken... gescheiden.

Uit Osho, Tantra het allerhoogste inzicht

OSHO PUBLIKATIES
Churchillstraat 11, 7091 XL Dinxperlo
tel. +31-(0)315 654 737
e-mail: info@osho.nl

Copyright teksten, fotos en illustraties van Osho: Osho International Foundation
Copyright Nederlandse teksten van Osho: Osho Publikaties
Voor informatie over kopiren/publiceren van teksten van Osho, zie: 
www.osho.com/copyrights