Vrienden,
Ik heb gesproken over de uiterlijke aspecten die de grondbeginselen voor meditatie zijn. Nu wil ik spreken over de wezenskern van meditatie.
Het grondbeginsel van meditatie, is het zuiveren en ervaren van de ware aard van het lichaam, de gedachten en de emoties. Zelfs als alleen dit plaatsvindt, wordt je leven heel gelukzalig. Zelfs als alleen dit gebeurt, wordt je leven goddelijk. Zelfs als alleen dit gebeurt, raakt je leven verbonden met het allerhoogste. Maar het zal enkel een ontmoeting met het allerhoogste zijn, je bent er nog niet in opgegaan. Je hebt aansluiting gekregen op het allerhoogste, maar je bent er nog niet één mee geworden. Je bent nu met het goddelijke bekend, maar je bent het nog niet. Het grondbeginsel van zuivering keert je naar het goddelijke toe en richt je blik erop, maar het is louter de staat van leegte die het je vergunt in het goddelijke op te gaan en er één mee te worden.

In het begin, aan de periferie leer je de waarheid kennen, in het centrum word je waarheid. Nu ga ik dus over deze tweede fase spreken. De eerste fase heb ik zuivering genoemd. Deze tweede fase noem ik leegte. Bij dit leegmaken zijn er eveneens drie fasen: op lichaamsniveau, op het niveau van de mind en op het emotionele niveau.

Lichaamloosheid is het tegenovergestelde van vereenzelviging met het lichaam. Je bent met het lichaam vereenzelvigd. Je hebt niet het gevoel ‘dit is mijn lichaam’; juist niet, op een zeker niveau blijf je het gevoel hebben van ‘ik ben het lichaam.’ Als het gevoel dat jij het lichaam bent verdwijnt, raak je lichaamloos. Als je vereenzelviging met het lichaam verbroken is, komt er lichaamloosheid.

...

10)

juiste-waarneming

Daarvoor is juiste-herinnering een vereiste. Juiste-herinnering van de lichaamsactiviteiten, juist-gewaarzijn, juiste-waarneming van de lichaamsactiviteiten zijn nodig. Het is een proces: lichaamloosheid komt voort uit juiste-waarneming van het lichaam.

Het is onontbeerlijk het lichaam te observeren. Als je ‘s avonds naar bed gaat, is het belangrijk ervan bewust te zijn dat je lichaam naar bed gaat, niet jij. En als je ‘s morgens uit je bed komt, is het belangrijk je ervan bewust te zijn dat je lichaam uit bed opstaat, niet jij. Jij was het niet die geslapen heeft; het was alleen maar je lichaam dat sliep. Wanneer je eet, wees je ervan bewust dat je lichaam aan het eten is; en als je kleren draagt, wees je ervan bewust dat de kleren enkel het lichaam bedekken, niet jou. Wanneer iemand je dan kwetst, ben je met dit gewaarzijn in staat er weer aan te denken dat het lichaam gekwetst wordt, niet jij. Op deze wijze, door je steeds weer te herinneren, doet zich op een of ander punt een explosie voor, en is de vereenzelviging verbroken.

Weet je wel dat je tijdens het dromen je niet van je lichaam bewust bent? En weet je wel dat je tijdens diepe slaap onbewust van je lichaam blijft? Weet je dan nog hoe je gezicht eruit ziet? Hoe dieper je in jezelf afdaalt, hoe meer je je lichaam vergeet. In een droom ben je je lichaam niet gewaar; en in heel diepe slaap, in een staat van bewusteloosheid, ben je je helemaal niet bewust van het lichaam. Wanneer het bewustzijn terug begint te komen, begint je vereenzelviging met het lichaam geleidelijk terug te komen. Wanneer je ‘s ochtends plotseling wakker wordt, kijk dan naar binnen, en dan ben je in staat heel helder te zien dat je identificatie met het lichaam ook ontwaakt.

Er bestaat een experiment om deze vereenzelviging met het lichaam te doorbreken. Als je het een of twee keer per maand blijft doen, zal het je helpen de vereenzelviging te verbreken. Probeer nu dit experiment te begrijpen.

Ontspan het lichaam op dezelfde manier als we voor de avondmeditatie hebben gedaan: door de kamer donker te maken, door elk chakra suggesties te geven, het lichaam te ontspannen en in meditatie te gaan. Als het lichaam ontspannen is – wanneer je ademhaling ontspannen is, en je wezen stil geworden is – voel dan alsof je gestorven bent. En maak je er in je innerlijk van bewust wie van je dierbaren er om je heen komen te staan, omdat je immers dood bent. Sla hun gestalten, die zich om je heen scharen, gade – wat ze doen, wie van hen huilt, wie kabaal maakt, wie treurt – sla hen met grote helderheid gade; ze zijn dan zichtbaar voor je.

Zie vervolgens dat alle mensen uit de buurt, de stad, zowel als je dierbaren zich hebben verzameld en je dode lichaam op de baar hebben gelegd. Sla dat ook gade. Zie hoe de mensen de baar dragen, en laat die bij de crematieplek aankomen; laat ze die dan op de brandstapel zetten.

Sla dit allemaal gade. Weliswaar is dit allemaal verbeelding, maar als je met dit alles in je verbeelding experimenteert, ben je in staat het in alle duidelijkheid te zien. Zie dan dat ze je dode lichaam op de brandstapel hebben gelegd; de vlammen zijn opgelaaid en je dode lichaam is verdwenen.
Wanneer je verbeelding het punt bereikt waarop het dode lichaam verdwenen is en de rook in de hemel is opgegaan, de vlammen in de lucht verdwenen zijn en er alleen nog as is overgebleven, kijk dan meteen met volledig bewustzijn bij jezelf naar binnen, naar wat daar gebeurt. Op dat moment ontdek je plotseling dat jij niet het lichaam bent; op dat moment is de vereenzelviging volkomen verbroken.

Nadat je dit experiment vele malen hebt uitgevoerd, weet je, als je opstaat nadat je het gedaan hebt, dat als je loopt, als je praat, jij niet het lichaam bent. Deze toestand hebben we de staat van lichaamloosheid genoemd. Iemand die zichzelf door middel van dit proces leert kennen, wordt lichaamloos.

Als je dit de hele tijd doet, vierentwintig uur per dag bij het lopen, opstaan, zitten gaan, praten en je blijft je gewaar dat je niet het lichaam bent – dan is het lichaam alleen maar een leegte. En te beseffen dat je niet het lichaam bent is zeldzaam. Het is absoluut zeldzaam; niets is er waardevoller dan dit. Niet-vereenzelvigd te raken met het lichaam, is absoluut zeldzaam.

Als je dit experiment met lichaamloosheid doet nadat je lichaam, je gedachten en je emoties gezuiverd zijn, dan gebeurt het. En dan gaan zich een heleboel veranderingen in je leven voordoen. Al je vergissingen, al je onbewuste daden staan met het lichaam in verband. Je hebt geen enkele vergissing begaan en geen enkele verkeerde daad volbracht die niet met het lichaam in verband stond. En als je je ervan bewust wordt dat jij niet het lichaam bent, kan er met geen mogelijkheid nog ellende in je leven bestaan.

Als iemand je dan met een zwaard steekt, zie je dat hij je lichaam met het zwaard verwondt, en blijf je je ervan bewust dat er met jou niets is gebeurd. Jij blijft onaangeroerd. Op dat ogenblik ben je als een lotusblad in het water. Op het moment dat je je van je lichaamloosheid bewust wordt, wordt je leven vredig, zonder verstoring. Dan raakt geen enkele uitwendige gebeurtenis je, geen enkele donderbui of storm raakt je, want ze kunnen alleen het lichaam maar raken. Hin indruk is alleen op het lichaam; ze beïnvloeden alleen het lichaam. Maar jij denkt abusievelijk dat ze op jou van invloed zijn – daardoor lijd je en voel je pijn of blijdschap.

Dit is de eerste fase van spirituele discipline: je leert hoe vrij komen van het lichaam. Het is niet moeilijk te leren, en degenen die zich de moeite getroosten, ervaren het gegarandeerd.

Het tweede element van spirituele discipline is: vrij zijn van gedachten...
Uit The Path of Meditation

OSHO PUBLIKATIES
Churchillstraat 11, 7091 XL Dinxperlo
tel. +31-(0)315 – 654 737
e-mail: info@osho.nl

© Copyright teksten, foto’s en illustraties van Osho: Osho International Foundation
© Copyright Nederlandse teksten van Osho: Osho Publikaties
Voor informatie over kopiëren/publiceren van teksten van Osho, zie: 
www.osho.com/copyrights