Dichter van het allerhoogste

De vijftiende uitspraak

Jezus zei:
`Ik ben het licht dat boven hen allen is,
ik ben het Al,
en het Al komt uit mij
en het Al komt tot mij.

Kloof een stuk hout
en ik ben daar;
licht een steen op
en je zult mij daar vinden.'

Jezus werd opgeleid in een van de oudste mysteriescholen, de school van de Essenen. De leer van de Essenen is zuiver vedanta. Daarom weten de christenen niet wat er voor zijn dertigste levensjaar met Jezus is gebeurd. Ze weten een klein beetje van zijn kinderjaren, en dan vanaf zijn dertigste tot drieëndertigste jaar, toen hij werd gekruisigd - er zijn een paar dingen over bekend. Maar een verschijnsel als Jezus is geen toeval; het vergt een lange voorbereiding, het kan er niet zomaar ineens zijn.

Jezus werd gedurende die dertig jaar aan één stuk door voorbereid. Eerst werd hij naar Egypte gestuurd en daarna kwam hij naar India. In Egypte leerde hij een van de oudste tradities van geheime methoden, en daarna leerde hij in India de leringen van Boeddha, de Veda's en de Upanishads kennen. Hij doorliep een lange voorbereiding. We weten niets van deze tijd omdat Jezus als een onbekende discipel in deze scholen werkte. De christenen hebben de verslagen welbewust weggelaten, omdat ze het niet prettig vinden dat de zoon van God ook nog de discipel van iemand anders zou zijn geweest. Het idee alleen al dat hij voorbereid werd, onderwezen, opgeleid, staat ze niet aan - het lijkt vernederend. Ze denken dat de zoon van God kant-en-klaar komt. Maar niemand komt kant-en-klaar. Als iemand helemaal klaar is kan hij niet komen.

Deze wereld kom je altijd onvolmaakt binnen. Perfectie verdwijnt gewoon uit deze wereld. Perfectie is niet van deze wereld, kan dat niet zijn - het is tegen alle wetten. Als iemand eenmaal perfect is, gaat zijn hele leven een verticale dimensie binnen. Want dat moet je begrijpen: jij beweegt je op een horizontaal vlak, van a naar b, van b naar c en d, en zo verder tot z; horizontaal, in een directe lijn van het verleden naar het heden en van het heden naar de toekomst. Dat is de weg van de onvolmaakte ziel, als water in een rivier dat van de bergen en de vlakten naar zee stroomt - in een directe lijn, horizontaal, het houdt altijd zijn eigen niveau.

Perfectie beweegt zich langs verticale lijnen, niet horizontaal. Ze gaat niet van a naar b, ze gaat van a hoger dan a, nog hoger en nog hoger. Op deze lijn, voor mensen die op deze lijn leven verdwijnt perfectie gewoon. Daar bestaat ze niet. Ze kunnen in de toekomst of in het verleden kijken. Ze kunnen terugkijken, maar de perfecte mens is daar niet; ze kunnen vooruitkijken, maar daar is hij ook niet; ze kunnen hier kijken, maar hier is hij ook niet - omdat er een nieuwe lijn van verticale beweging begonnen is. Hij stijgt steeds hoger. Hij beweegt zich in de eeuwigheid, niet in de tijd.

Eeuwigheid is verticaal, vandaar het eeuwige nu - dat kent geen toekomst. Als je je in een directe lijn beweegt is er een toekomst: als je je van a naar b beweegt, ligt b in de toekomst. Als b heden wordt, is a verleden tijd geworden en c de toekomst. Je bevindt je altijd tussen verleden en toekomst, het huidige moment is alleen een voorbijgaande fase: b wordt c, c wordt d, d wordt e; alles wordt verleden tijd.



Maar Jezus is niet alleen een revolutionair, hij is ook niet een van hen. Hoe komt het dat hij niet tot de joden behoort? De christenen hebben er geen antwoord op. Waar had hij die vreemde leer vandaan? Uit Egypte en India.

India is de bron van alle religies. India is zelfs de oorspronkelijke bron van de religies die tegen het hindoeïsme zijn. Hoe komt het dat India de oorspronkelijke bron van alle religies is? India heeft de oudste beschaving en al het intellect van India heeft zich altijd met de dimensie van religie beziggehouden. Het heeft alle geheimen van religie ontdekt - geen geheim is onbekend. In feite kun je India al duizenden jaren geen geheim over religie leren, ze weten alles al. Ze hebben alles ontdekt, ze hebben in zekere zin de reis helemaal volbracht. Daarom kun je er zeker van zijn dat al het mooie van religie uit die bron komt. Zoals de Griekse geest de bron van de wetenschap is - de hele wetenschappelijke ontwikkeling komt voort uit de Griekse geest, de logische geest, de aristoteliaanse geest - komt alle mystiek uit India. Er bestaan maar twee soorten denken in deze wereld: de Griekse geest en de Indiase geest.

Als je een in wezen Griekse geest hebt, is het volstrekt onmogelijk India te begrijpen, want dan lijkt het absurd. Alles wat ze zeggen lijkt onbewezen, iedere uitspraak die ze doen lijkt verstoken van betekenis. Aristoteles zou een volstrekte vreemdeling in India zijn, want hij gelooft in definities, scherp afgebakende gebieden, onderscheid. En hij gelooft in de wet van de tegenstrijdigheden, hij gelooft dat twee tegenstrijdige dingen niet samen kunnen bestaan: a is niet a en tegelijkertijd niet-a, dat is onmogelijk; een mens kan niet leven en tegelijkertijd dood zijn, dat is onmogelijk. En op het eerste gezicht heeft hij gelijk.

De Hindoes geloven in tegenstrijdigheden. Ze zeggen dat de mens levend en tegelijk dood is, want leven en dood zijn geen twee verschillende dingen, je kunt ze niet afbakenen. De Griekse geest is mathematisch, de hindoe-geest is mystiek. Alle mystiek is afkomstig uit India. Net als de zon in het oosten opkomt, verrijst alle mystiek in het Oosten - en India is het hart. Om deze soetra te begrijpen moet je je tot de Upanishads wenden, daar liggen de wortels. In het Oude Testament of andere joodse boeken kun je niets vinden waarop deze uitspraak gebaseerd kan zijn. Daarom konden de joden niet geloven wat Jezus zei.

Jezus zegt keer op keer: `Ik ben niet gekomen om de oude geschriften tegen te spreken, maar om ze te vervullen.' Maar welke geschriften, wat voor geschriften? Dat zegt hij er nooit bij. Als hij gekomen is om het Oude Testament te vervullen, dan is zijn uitspraak fout, want bijna alles wat hij zegt is in tegenspraak met het Oude Testament. Het Oude Testament is gebaseerd op wraak - de vader, de God, is heel wraakzuchtig. Angst vormt de basis van het Oude Testament en zijn religie: je moet godvrezend zijn. En Jezus zegt: `God is liefde.' Liefde kun je niet vrezen, en waar liefde is kan geen angst zijn. En hoe kun je liefhebben als je bang bent? Angst is vergif voor de liefde, angst betekent de dood van de liefde. Hoe kun je van iemand houden als je bang voor hem bent? Angst kan haat scheppen, maar angst kan geen liefde scheppen.

In het Oude Testament is een religieus mens godvrezend en in het Nieuwe Testament heeft een religieus mens God lief. En liefde en angst zijn twee totaal verschillende dimensies. Jezus heeft gezegd: `Er wordt gezegd: als iemand een van je ogen verwondt, steek dan allebei zijn ogen uit. Maar ik zeg je: als iemand je op de ene wang slaat, keer hem dan de andere toe.' Dat is totaal onjoods, het bestond niet in de joodse traditie. Dus als Jezus zegt: `Ik ben gekomen om de geschriften te vervullen', welke geschriften bedoelt hij dan? Als hij in India geweest was en gezegd had: `Ik ben gekomen om de geschriften te vervullen', dan zouden we hem begrepen hebben, want de Upanishads zijn de geschriften die hij komt vervullen; hij is gekomen om de Dhammapada te vervullen, de uitspraken van Boeddha - zij zijn gebaseerd op liefde, op mededogen.
Maar de joodse geschriften houden zich helemaal niet bezig met liefde en mededogen, ze houden zich bezig met angst en schuld. Dus wat Jezus ook zei, de joden begrepen heel goed: `Hij is niet gekomen om onze geschriften te vervullen.' Zo'n uitspraak vind je niet in het Oude Testament:

`Ik ben het licht dat boven hen allen is,
ik ben het Al,
en het Al komt uit mij
en het Al komt tot mij.

Kloof een stuk hout
en ik ben daar;
licht een steen op
en je zult mij daar vinden.'

Je kunt duizenden van dit soort uitspraken in de Upanishads vinden, in de Gita, bij Boeddha, maar je kunt geen enkele parallel in het Oude Testament vinden. Dus welke geschriften is hij komen vervullen? Hij is gekomen om andere geschriften, andere tradities te vervullen. Deze uitspraak is door en door vedanta. Probeer dus eerst het standpunt van de vedanta te begrijpen, dan kun je ook deze uitspraak begrijpen.

Jezus werd als jood geboren, hij leefde als jood, stierf als jood, maar alleen wat zijn lichaam betreft. Verder was Jezus een zuivere hindoe. Je kunt niemand vinden die meer hindoe is dan Jezus, omdat de basis van de religie van de Upanishads ook zijn basis is. Hij schiep de hele structuur op die basis, probeer dus te begrijpen wat die basis inhoudt.

In deze soetra zegt hij: `Ik ben het licht dat boven hen allen is...' Hier zegt hij niet dat hij de zoon is, hier zegt hij dat hij de vader is: `Ik ben het licht dat boven hen allen is, ik ben het Al...' Hier zegt hij: `Ik ben God, niet de zoon.'

`...en het Al komt uit mij
en het Al komt tot mij.

Kloof een stuk hout
en ik ben daar;
licht een steen op
en je zult mij daar vinden.'

In deze soetra verklaart hij: `Ik ben God, niet de zoon van God.' Zelfs `zoon' kan worden vergeven, want dan blijft er een verschil bestaan: de vader blijft de bron, de zoon is alleen een product. Ze mogen nog zo intiem zijn, een zoon blijft een zoon en een vader blijft een vader. Het onderscheid kan gehandhaafd blijven en de zoon moet de vader gehoorzamen; er bestaat een relatie. Het is niet de relatie van een slaaf tot zijn meester, maar van een zoon tot zijn vader - intiemer, maar toch een relatie; ze blijven twee.

Deze soetra is niet in de Bijbel opgenomen - kan daar ook niet in worden opgenomen. Hij moet het alleen tegen zijn discipelen hebben gezegd omdat degenen die zeer intiem met hem waren nu bij machte waren het te begrijpen. Zoiets kun je niet op de markt vertellen. Daar zei hij: `Ik ben de zoon van God.' Tegen zijn discipelen zegt hij: `Ik ben God, niet de zoon. Ik ben de bron van alles, ik ben de Alfa en de Omega. Alles komt uit mij en alles komt tot mij.'
Dit is zuiver vedanta.

Het derde punt dat je over de vedanta moet begrijpen is dat de vedanta je aanvaardt zoals je bent, want afwijzing zou betekenen dat je God zelf afwijst. Afwijzen betekent dat er iets moet gebeuren: zoals je bent, ben je niet goed, er moet iets verwijderd worden, er moet iets weggedaan worden. Je wordt niet aanvaard zoals je bent, je bent niet welkom. Je moet jezelf eerst veranderen, dan pas zul je welkom zijn.

De vedanta zegt dat je welkom bent zoals je bent. Er hoeft niets te gebeuren - het idee iets te moeten doen is juist de oorzaak van je ellende. Het idee van iets doen, dat er iets moet gebeuren, is nu juist de oorzaak van je ellende, omdat alles wat je doet je in de wereld brengt. Daarom zeggen de Hindoes dat je door karma - karma betekent doen -in de wereld bent. Karma betekent niet iets verkeerds doen, karma betekent eenvoudig doen. Je bent in de wereld omdat je te veel aandacht hebt besteed aan het doen van het een of ander.

Besteed niet zoveel aandacht aan doen, besteed meer aandacht aan zijn. Denk niet aan wat er gedaan moet worden, denk alleen aan wat je bent. De vedanta is amoreel; ze maakt zich niet druk over moreel of immoreel. Ze heeft geen tien geboden, ze geeft je geen bevelen, ze spreekt niet in termen van `ge zult'. Ze zegt dat je welkom bent zoals je bent - zoals je bent, ben je goed, mooi, waar. Het probleem is niet dat anderen je afwijzen, het probleem is dat jij jezelf afwijst. En als je jezelf afwijst, zit je in een vicieuze cirkel. Dan probeer je jezelf te verbeteren en er kan niets verbeterd worden omdat je God zelf bent. Dan voel je je ellendig, omdat het onmogelijk is jezelf te verbeteren.

Zoals je bent, ben je goddelijk. Hoe kan het goddelijke verbeterd worden? En als je het goddelijke probeert te verbeteren, kom je van het ene leven in het andere, je probeert steeds maar jezelf te verbeteren, maar er verbetert nooit iets, je blijft dezelfde. Het is net als hardlopen op de plaats: je denkt dat je hardloopt omdat je transpireert en buiten adem bent en zoveel werk verzet; je denkt dat je hardloopt, dat je ergens komt - en je staat op dezelfde plaats te rennen.

Je hele leven is rennen. Je komt nergens omdat je nergens heen kunt; je verbetert niet omdat het onmogelijk is te verbeteren. Het allerhoogste dat in je is, valt niet te verbeteren - er bestaat geen `verder' voor, er bestaat geen `beter' voor, volgens de vedanta. De vedanta zegt dat je goddelijk bent. Dat moet je beseffen, je hoeft er niet aan te werken. Je hoeft alleen maar naar binnen te kijken en je te realiseren wie je bent. Het probleem is niet dat je slecht bent, het probleem is dat je niet naar jezelf kijkt. Het probleem ligt in het weten, niet in het doen. Het probleem is het juiste perspectief vinden van waaruit je jezelf kunt zien.

De vedanta zegt dat je gewoon onbewust bent, onwetend van jezelf. Als je bewust wordt, ben je God zelf. Er is geen andere God dan jij. Maar dat is geen egoïstische bewering, want het kan alleen gebeuren als het ik, het centrum, verdwenen is en jij het Al geworden bent.

Uittreksel uit hoofdstuk15
Osho, Mosterdzaad, over de mysticus Jezus volgens het Thomas-evangelie

 Uittreksel uit hoofdstuk11: Kies voor het eeuwige

Pareltjes Meditatie Home OSHO boeken

 OSHO PUBLIKATIES
 
Churchillstraat 11, 7091 XL Dinxperlo
  tel. +31-(0)315 – 654 737
e-mail: info@osho.nl

 © Copyright teksten, foto’s en illustraties van Osho: Osho International Foundation
  © Copyright Nederlandse teksten van Osho: Osho Publikaties
 Voor informatie over kopiëren/publiceren van teksten van Osho, zie: 
www.osho.com/copyrights