en ik kies dan voor gelukkig zijn

U heeft ons eens verteld over een man die meer dan honderd jaar was. Op een dag, hij was toen net weer jarig,
vroeg iemand hem hoe het kwam dat hij altijd zo gelukkig was.
‘Elke ochtend’, zei hij, ‘heb ik zodra ik wakker word de keus tussen die dag gelukkig of ongelukkig te zijn
en ik kies dan voor gelukkig zijn.’

Hoe komt het toch dat wij er doorgaans voor kiezen om ongelukkig te zijn? Hoe komt het dat we niet beseffen dat we de keuze hebben?

Dit is een van de ingewikkeldste menselijke problemen. We moeten er diep op ingaan en het is geen theorie want het raakt jou. We kiezen altijd het verkeerde, we kiezen altijd voor het droevige, het bedrukte, het ellendige. En zo gedraagt iedereen zich. Er moeten wel ernstige redenen voor zijn en die zijn er ook.

Allereerst dit. De manier waarop mensen worden opgevoed speelt een beslissende rol. Als je er erg aan toe bent, kun je daar voordeel van hebben – zo gaat dat altijd. Als je gelukkig bent, ga je erop achteruit. Een pienter kind voelt al heel vroeg dit verschil. Als het ongelukkig is, voelt iedereen met hem mee, oogst het sympathie. Iedereen doet zo aardig mogelijk, het oogst liefde. En wat zeker zo belangrijk is: als het ongelukkig is, krijgt het van iedereen aandacht, oogst het aandacht.

Aandacht is voedsel voor het ego, het is een zeer verslavend stimulerend middel. Het verschaft je energie, je voelt dat je iets te betekenen hebt. Vandaar zoveel behoefte aan aandacht. Als iedereen naar je kijkt, word je belangrijk. Als niemand naar je kijkt, heb je het gevoel dat je er niet bent, dat je niets te betekenen hebt, dat je niet bestaat. Als er mensen naar je kijken, als er mensen om je geven, geeft dit je energie.


Vanaf het vroegste begin leert het kind hoe het dit spel moet spelen. Het is zaak dat je er beklagenswaardig uitziet. Dat roept mededogen op, dan heeft iedereen aandacht voor je. Zorg dat je er ziek uitziet, dan krijg je aandacht. Een ziek kind krijgt dictatoriale trekjes. Een hele familie richt zich naar hem en wat het zegt is wet. Wanneer het gelukkig is, luistert niemand naar hem. Als het gezond is, geeft niemand iets om hem. Wanneer het helemaal in orde is, heeft niemand meer aandacht. Vanaf het prille begin kiezen we de akelige, treurige, pessimistische, duistere kant van het leven. Dat is één.
Een tweede punt dat daarmee verbonden is: zodra je gelukkig bent, zodra je je maar even vrolijk voelt, in extase bent, in een toestand van gelukzaligheid, is iedereen jaloers op je. Met jaloezie bedoel ik dat iedereen vijandig is, dat niemand je vriendelijk gezind is, dat iedereen je vijand is. Dat heeft je geleerd niet zo extatisch te worden dat iedereen je vijandig gezind wordt. Je hebt afgeleerd je gelukzaligheid te tonen, te lachen.


Besef je eenmaal dat het je eigen keuze is, dan wordt alles een spel. Dan kun je, als je het leuk vindt om je beroerd te voelen, je beroerd voelen en tegelijkertijd bedenken dat het jouw keuze is en dat je niet hoeft te klagen. Er is niemand anders voor verantwoordelijk. Het is het spel dat jij opvoert. Als je voor deze weg kiest, als je dit ellendig pad wenst in te slaan, als je een leven van ellende wil leiden, dan is dat jouw keuze, jouw spel. Als je het speelt, speel het dan goed. Vraag dan niet aan anderen wat je kunt doen om je niet ellendig te voelen. Dat is absurd. Vraag niet aan meesters en goeroes hoe je gelukkig moet worden. Die zogenaamde goeroes bestaan bij de gratie van jouw dwaasheid. Jij maakt je zelf ongelukkig en dan ga je aan anderen vragen hoe je dat ongedaan kunt maken. En je blijft jezelf ellende bezorgen doordat je geen aandacht hebt voor wat je doet.
Probeer van nu af aan gelukkig en gezegend te zijn.
 

Geliefde Osho,
Gisteren hebt u ons heel duidelijk gezegd dat we de boodschap van de meester tot in de kleinste bijzonderheden moeten navolgen. Maar we kunnen u niet voor elke bijzonderheid om raad vragen.
Hoe kunnen we het juiste pad kiezen als de mind er altijd op uit is om de makkelijkste weg te vinden?

De echte moeilijkheid is niet hoe je de meester om raad kunt vragen maar hoe je meditatiever kunt zijn. De lijfelijke aanwezigheid van de meester is namelijk niet de beslissende factor. Als je meditatiever bent, kun je de meester elk gewenst moment raadplegen. Zijn lichamelijke aanwezigheid is niet vereist, die vind je alleen maar nodig omdat je niet meditatief bent. Omdat je jezelf met je lichaam identificeert, meen je ook de meester met zijn lichaam te moeten vereenzelvigen. Omdat je meent dat je een lichaam bent, meen je ook dat de meester een lichaam is. De meester is geen lichaam en als ik zeg dat de meester geen lichaam is, bedoel ik dat hij niet wordt begrensd door tijd en ruimte.

Het is niet per se nodig dat je hem lijfelijk ontmoet. Als je meditatief bent, verkeer je, waar je ook bent, altijd in zijn aanwezigheid. Zo kun je de meester zelfs na zijn dood nog om raad vragen. Boeddha wordt zelfs tegenwoordig nog om raad gevraagd – en er komen antwoorden. Niet dat Boeddha ergens antwoord zit te geven maar als je diep in meditatie bent, bén je de Boeddha. Je eigen boeddhanatuur ontwaakt en je eigen boeddhanatuur geeft je antwoord en daarmee is Boeddha niet meer aan een plaats gebonden. Dat houdt ook in dat wie blind voor hem is, hem nergens kan vinden. Maar voor wie kan zien, betekent het dat hij overal is.
Overal waar je bent, kun je in aanraking komen met je meester. De weg voert niet naar de meester, de weg voert naar binnen. Hoe dieper je bij jezelf naar binnen gaat, des te dieper dring je door tot de meester.

Je krijgt antwoord en je zult zien dat die antwoorden niet door de mind worden gegeven. Ze hebben een totaal andere kwaliteit. Die verschilt zo zeer dat er geen misverstand over kan bestaan. Als je mind antwoord geeft, voel je dat jij antwoord geeft. Maar als de mind er niet is, ben je in meditatie. Het is alsof het antwoord van iemand anders komt en niet van jou. Jij verneemt het.

...

Mensen vragen me wel eens: ‘Wanneer kun je met meditatie stoppen?’ Daar kun je niet mee stoppen. Het houdt op zekere dag op – als jij er niet meer bent. Maar jij kunt niet met meditatie stoppen omdat je die schoonmaakbeurt nodig hebt. Je wordt altijd weer vuil, elk moment verzamelt zich weer vuil. Dat brengt het leven nu eenmaal mee. Je hebt elk moment een bad nodig, een schoonmaakbeurt. Als jij er niet meer bent, dan hoeft het niet meer. Dan is er niemand meer die vuil kan worden. Maar jij bent er nog en dan moet je met meditatie doorgaan. Het is een inspanning die je je moet getroosten om onschuldig te blijven.

Zie het zo. Als je onschuldig bent, ontbreekt het je aan niets. Als je met onschuldige ogen naar de hemel, naar de lucht kunt kijken, word je de lucht. Met de mind ga je meten, oordelen. Dan noem je iets mooi of niet mooi, dan noem je vandaag de lucht bewolkt of verwacht je dat de lucht er morgen beter uit zal zien of vind je de lucht van gisteren eigenlijk mooier. Dan ben je aan het meten, oordelen.

Maar als je onschuldig bent, niet een mind bent maar enkel een wezen dat naar de lucht kijkt, dan valt er niets te zeggen, niets te denken. Dan is er de lucht en jij bent ook een lucht – het innerlijke en uiterlijke komen bijeen. Beide ruimten worden één, zonder een grens. De waarnemer wordt het waargenomene. Dat is waar Krishnamurti steeds op wijst: de waarnemer wordt het waargenomene. De grenzen tussen het innerlijke en uiterlijke verdwijnen, ze worden één.

Als je in alle onschuld naar een boom kijkt, zonder een mind die meet of oordeelt, wat vindt er dan plaats? Dan zijn er geen twee meer: de boom en jij. Op de een of andere manier is de boom bij jou binnengekomen en ben jij de boom binnengegaan. Alleen dan kom je te weten wat een boom is. Je kijkt naar de sterren, je kijkt naar de rivier, je kijkt naar een zwerm vogels die zich aftekent tegen de blauwe hemel… en de grenzen vervloeien. Elk verschil verdwijnt, elk onderscheid verdwijnt. Het wordt één. Het is niet een eenheid als resultaat van je denken, het is geen eenheid als filosofisch begrip. Het is een heel andere eenheid. Je bedenkt niet dat alles één is, je weet plotseling dat alles één is.
Uit Osho:
My Way, the way of the White Clouds

 OSHO PUBLIKATIES
 
Churchillstraat 11, 7091 XL Dinxperlo
  tel. +31-(0)315 – 654 737
e-mail: info@osho.nl

 © Copyright teksten, foto’s en illustraties van Osho: Osho International Foundation
  © Copyright Nederlandse teksten van Osho: Osho Publikaties
 Voor informatie over kopiëren/publiceren van teksten van Osho, zie: 
www.osho.com/copyrights