Lao Tse maakte altijd een ochtendwandeling. Een buurman wilde met hem meegaan. Lao Tse zei: ‘Maar denk eraan, wees niet praatziek. Je kunt meekomen, maar wees niet praatziek.’
Vele malen wilde de man iets zeggen, maar Lao Tse kennende, naar hem kijkend, hield hij zich in bedwang. Maar toen de zon begon op te komen, en dat zo prachtig was, was de verleiding zo groot dat hij alles vergat wat Lao Tse had gezegd. Hij zei: ‘Kijk! Wat een prachtige ochtend!’
En Lao Tse zei: ‘Je bent dus praatziek geworden. Je bent te praatziek! Jij bent hier, ik ben hier, de zon is hier, de zon komt op – dus wat voor zin heeft het tegen mij te zeggen: ‘De zon is schitterend! Kan ik dat niet zien? Ben ik blind? Wat is de zin ervan het te zeggen? Ik ben hier ook.’

De man die zei ‘de ochtend is prachtig,’ was daar eigenlijk niet. Hij was aan het herhalen, het was een reactie.
Als je respons geeft, zijn woorden misschien helemaal niet nodig, of ze zijn misschien af en toe nodig. Het hangt van de situatie af, maar ze zijn er niet noodzakelijkerwijs; ze zijn er misschien, ze zijn er misschien niet.

Respons hoort bij het hart. Respons is een gevoel, geen gedachte. Je wordt aangegrepen: bij het zien van een roos gaat er iets in je dansen, wordt bij de diepste kern van je wezen iets in beweging gebracht. Binnenin je begint iets open te gaan. De uiterlijke bloem lokt de innerlijke bloem uit, en de innerlijke bloem geeft respons: dit is het vermogen van het hart respons te geven. En als je je niet bezighoudt met onbeduidendheden, heb je genoeg energie, overvloedig energie voor deze innerlijke dans van het hart. Wanneer energie wordt verkwist in gedachten, worden je gevoelens uitgehongerd.

Gedachten zijn profiteurs: ze leven op de energie die in feite bestemd is voor gevoelens, ze buiten haar uit.

Gedachten zijn als lekkages in je wezen: ze nemen je energie weg. Dan ben als een pot met gaten – niets kan in je gehouden worden, je blijft arm. Als er geen gedachten zijn, wordt je energie binnenin je gehouden, haar niveau stijgt hoger en hoger. Je hebt een soort volheid. In die volheid geeft het hart respons. En dan is het leven poëzie, dan is het leven muziek, en alleen dan kun je het wonder laten gebeuren, dat je daden door je woorden worden bevestigd, niet eerder. Dan zeg je niet alleen ‘ik houd van je,’ je hele wezen bewijst die liefde. Je woorden zijn dan geen machteloze woorden; ze hebben een ziel. En zo te leven is het enige leven dat het waard is om te leven: als je woorden en je daden met elkaar overeenstemmen, als je woorden en je daden geen tegengestelden zijn, als je woorden vol van je oprechtheid zijn, als je ook dat bent, wat je zegt.

Daarvóór leef je in een soort gespletenheid: je zegt het een en je doet het ander. Je blijft schizofreen. De hele mensheid is schizofreen, behalve als je op het punt komt waar woorden en daden niet meer gescheiden zijn, maar twee kanten van hetzelfde verschijnsel. Je zegt wat je voelt, je voelt wat je zegt; je doet wat je zegt, je zegt wat je doet. Iemand kan gewoon naar je kijken en ziet dan de authenticiteit van je wezen.
 

Gelukzaligheid is de wezenlijke natuur van de mens. Het hoeft niet bereikt te worden, het hoeft enkel te worden herontdekt. We hebben die al. We zijn het. Ergens anders ernaar zoeken is een gegarandeerde manier om het mis te lopen. Stop met zoeken en kijk naar binnen, en er wacht je daar de grootste verrassing van je leven, want alles wat je door de eeuwen heen hebt gezocht, zo vele levens lang, is reeds het geval. Je hoeft geen bedelaar te zijn, je bent als keizer geboren. Maar het koninkrijk van goddelijkheid bevindt zich binnenin je, en je ogen blijven in de buitenwereld zoeken, vandaar dat je het blijft mislopen. Het ligt achter de ogen, niet voor de ogen.

Het koninkrijk van goddelijkheid is geen feitelijkheid, het is je subjectiviteit. Het is niet iets om naar te zoeken, want het is de pure natuur van de zoeker. En dan kan iemand, zelfs in het donkerste woud, alleen in een grot, gelukkig zijn. Overigens brengen paleizen alleen maar ellende teweeg. In de wereld zijn er allerlei vormen van ellende: de arme ondervindt de ene soort ellende, de rijke ondervindt een andere soort ellende, maar er is geen verschil voor zover het om ellende gaat. En soms gebeurt het dat de rijke meer lijdt, omdat hij zich meer kan veroorloven. Voor hem staan er meer mogelijkheden, meer alternatieven open. De armen kunnen niet veel ellende naar zich toehalen, maar de rijken kunnen dat wel. Daarom voelen de rijkste mensen in de wereld zich het meest beroerd. In deze zin worden de rijkste mensen de armste. Wanneer je rijk wordt, voel je in feite voor het eerst de armoede van het leven. Wanneer je arm bent, kun je de hoop koesteren dat je op een dag rijk bent, en er dan vreugde is en er dan feest is; maar wanneer je de rijkdommen van de buitenwereld hebt verworven, verdwijnt plotseling de hoop en een grote hopeloosheid zet zich vast. Je wordt omgeven door wanhoop: er is nu geen hoop en geen toekomst, de laatste hoop is nu verdwenen.

Je hebt met het idee geleefd dat: op een dag ben ik rijk en dan is alles oké. Nu ben je rijk en er is niets veranderd; de innerlijke ellende gaat door zoals altijd. Eigenlijk kun je de innerlijke armoede duidelijker, nauwkeuriger, indringender zien door de uiterlijke rijkdommen, in contrast met de uiterlijke rijkdommen. Uiterlijke rijkdommen verschaffen enkel een achtergrond voor het voelen van de innerlijke armoede. Uiterlijke bezittingen maken je bewust van de innerlijke leegte. Daarom is het niet verbazend dat rijke landen religieus worden.
India was religieus toen het rijk was, in de dagen van Boeddha, van Mahavira. India was welvarend; door die welvarendheid was India zich bewust van de innerlijke armoede. En als je je bewust wordt van innerlijke armoede, ga je binnenin zoeken.

Wanneer je bewust wordt dat het innerlijk verlangen niet door een uiterlijkheid vervuld kan worden, dat alles wat uiterlijk is, buiten je blijft, je het niet in je kunt opnemen; wanneer dit een absolute zekerheid wordt, begin je aan een nieuwe zoektocht, aan een nieuw avontuur. Dat avontuur is religie.

...

...

In mijn visie op het leven zijn materialisme en spiritualisme geen tegengestelden; materialisme plaveit de weg voor religie. Daarom ben ik volkomen materialistisch en spiritualistisch. Dat is een van de meest fundamentele leerstellingen die ik je aanreik: laat nooit vijandigheid ontstaan tussen lichaam en ziel, tussen de wereld en het goddelijke. Laat nooit vijandigheid ontstaan tussen materialisme en spiritualisme – ze gaan samen, net zoals lichaam en ziel.

Blijf materialistisch en gebruik je materialisme als een springplank naar spiritualiteit. In de mind van mensen schept dat veel verwarring, omdat ze altijd gedacht hebben dat armoede iets spiritueels is. Dat is volkomen onzin. Armoede is de meest onspirituele aangelegenheid in de wereld. Een arm mens kan niet spiritueel zijn. Hij kan het wel proberen, maar zijn spiritualiteit blijft dan oppervlakkig. Hij is nog niet ontgoocheld door rijkdom – hoe kan hij dan spiritueel zijn? Er is een grote ontgoocheling nodig, een grote teleurstelling over de uiterlijke wereld, dan wend je je naar binnen. Het naar binnen keren komt pas op een bepaald punt, wanneer je volkomen teleurgesteld bent over het uiterlijke – wanneer je de wereld hebt gezien, je de wereld hebt beleefd, je hebt ervaren en je aan de weet bent gekomen dat die niets in zich heeft, allemaal zeepbellen, momentervaringen. Ze beloven veel, maar ze komen niet over de brug, en uiteindelijk sta je alleen maar met lege handen. De uiterlijk wereld kan je enkel de dood geven en niets anders. Vanbinnen moet naar het leven gezocht worden. De bronnen van het leven bevinden zich binnenin je.

De boom zit in het zaadje. Als je het zaadje opensnijdt, vind je geen boom, dat is waar, want dat is niet de manier die te vinden. Je moet het zaadje laten groeien, dan komt de blauwdruk die in het zaadje verborgen zit naar buiten. Wanneer een moeder zwanger wordt, is een kind alleen maar een zaadje, maar het bevat de hele blauwdruk, alle mogelijkheden – welk lichaam het krijgt, wat voor gezicht, welke kleur ogen, haren, de lengte, de ouderdom, hoelang het zal leven, gezond of ongezond, man of vrouw, zwart of blank – alles bevindt zich in het zaadje. Het leven groeit uit dat zaadje.

Meditatie is het terugkeren naar de diepste kern van waaruit alles is ontstaan – het lichaam is ontstaan, verlangens zijn ontstaan, gedachten zijn ontstaan, de mind is ontstaan. Je moet teruggaan naar de bron. Religie is een terugkeer naar de bron – en de bron kennen is het goddelijke kennen. De bron kennen is de bestemming kennen, want die zijn beide gelijk. Terugkeren bij je diepste kern waar vandaan je begon, betekent dat je het uiteindelijke hebt bereikt waar je wilde komen. De cirkel is compleet. Er is een moment dat de alfa de omega wordt, het begin het einde wordt, en dan is er vervulling. Wanneer de cirkel rond is, is er vervulling
En dat is de hele leer van het Geheim van de Gouden Bloem van Meester Lu-tsu. Hij probeert het pad duidelijk voor je te maken: hoe de cirkel compleet kan zijn, hoe het licht zich kan verspreiden, hoe je naar binnen kunt gaan, hoe je ook een klein stukje hemel kunt hebben, een klein stukje van het hemelse. En dan kun je overal gelukkig zijn – zelfs in de hel ben je dan gelukkig.
Precies op dit moment, zoals je bent, zou je overal ongelukkig zijn, zelfs in de hemel. Ook daar vind je dan wegen en manieren om ongelukkig te zijn, omdat je al je jaloezie, al je boosheid, al je hebzucht, al je bezitterigheid meeneemt. Je neemt al je bevliegingen, al je seksualiteit, al je onderdrukkingen mee; je neemt deze hele bagage mee. Op het moment dat je in de hemel komt, schep je daar ook de hel rondom jezelf, omdat je de zaadjes van de hel in je draagt.

Men zegt dat je in de hemel komt als je zuiver bent, als je stil bent. De waarheid is precies het tegenovergestelde: als je zuiver bent, als je stil bent, komt de hemel tot je. Je gaat nooit ergens heen, je bent altijd hier, maar als het innerlijk eenmaal vol licht is geworden, wordt de hele buitenwereld getransformeerd. Boeddha beweegt zich in dezelfde wereld als waarin jij je beweegt, Boeddha gaat door dezelfde straten als waar jij doorgaat, maar Boeddha leeft in een volkomen andere wereld – Boeddha leeft in het paradijs en jij leeft in de hel. Je kunt naast een boeddha zitten, je kunt zijn hand vasthouden of zijn voeten aanraken – zo dichtbij en toch zover weg, zo verwijderd, werelden van elkaar verwijderd. Wat is het geheim van in de hemel zijn, van verkeren in volslagen gelukzaligheid, van verkeren in gezegendheid, van verkeren in die grootsheid die goddelijkheid heet? Dit zijn de geheimen:

Meester Lu-tsu zei: ‘Je werk wordt gaandeweg intensief en rijp.’

Het pad van tao is niet dat van plotselinge verlichting. Het is niet zoals zen. Zen is plotselinge verlichting. Tao is een geleidelijke groei. Tao gelooft niet in plotselinge, abrupte veranderingen. Tao gelooft in het gelijke pas houden met het bestaan, dingen vanuit zichzelf laten gebeuren, je pad op geen enkele manier forceren, op geen enkele manier druk uitoefenen op de rivier. En tao zegt: het is niet nodig je te haasten want de eeuwigheid staat tot je beschikking. Zaai tijdig het zaad en wacht af, en de lente komt zoals die altijd is gekomen. En wanneer de lente komt, zijn er bloemen. Maar wacht af, wees niet gehaast.
Ga de boom niet omhoogtrekken zodat hij snel kan groeien. Geef je niet over aan die denkwijze die eist dat alles precies zo is als instantkoffie. Leer te wachten, want de natuur beweegt zich zeer, zeer langzaam. Vanwege die langzame beweging heeft de natuur zijn gratie.
De natuur is heel vrouwelijk, zij beweegt zich als een vrouw. Ze holt niet, ze heeft geen haast; er is geen haast. Ze gaat heel langzaam, als zachte muziek. In de natuur is er een geweldig geduld, en tao gelooft in de weg van de natuur. Tao betekent precies natuur, dus tao heeft nooit haast; dit moet je begrijpen.
uit Deel 1, hoofdstuk 1

Osho: The Secrets of Secrets

OSHO PUBLIKATIES
Churchillstraat 11, 7091 XL Dinxperlo
tel. +31-(0)315 – 654 737
e-mail: info@osho.nl

© Copyright teksten, foto’s en illustraties van Osho: Osho International Foundation
© Copyright Nederlandse teksten van Osho: Osho Publikaties
Voor informatie over kopiëren/publiceren van teksten van Osho, zie: 
www.osho.com/copyrights