Ninakawa is stervende en Ikkyu vraagt:
Zal ik je begeleiden?’ Hij zegt dat de dood een begin is, niet een einde.
‘Zal ik je begeleiden?
Heb je op de een of andere manier mijn hulp nodig? Je gaat een nieuwe manier van zijn leren, een nieuwe visie gaat ontstaan, je gaat een nieuwe dimensie binnen, een nieuwe overvloed – zal ik je begeleiden. Is mijn hulp op één of andere manier nodig?’

 

Ninakawa antwoordde: ‘Ik kwam hier alleen en ik ga alleen. Welke steun zou je voor me kunnen zijn?’


Ja, we komen alleen en we gaan alleen. En tussen deze beide momenten van alleenzijn creëren we al die dromen van samenzijn, relatie, liefde, familie, vrienden, clubs, gemeenschappen, naties, kerken, organisaties.

We komen alleen, we gaan alleen.
Alleenzijn is onze fundamentele aard. Maar wat een dromen, tussen deze beide, dromen we! Iemand wordt man of vrouw, vader of moeder. Iemand vergaart geld, macht, aanzien, achtenswaardigheid, heel goed wetend dat je met lege handen komt en je met lege handen gaat. Je kunt van hier niet iets meenemen – toch blijf je vergaren, toch blijf je gehecht raken, steeds meer gehecht, steeds meer geworteld in deze wereld die we moeten verlaten. Gebruik deze wereld als een karavanserai, vestig er je thuis niet in. Gebruik hem, zeker, maar word er niet door gebruikt. Het heeft geen zin iets te bezitten, want op het moment dat je iets gaat bezitten, ben je erdoor bezeten. Hoe meer je bezit, hoe meer je bezeten bent. Gebruik! – maar denk eraan waakzaam te zijn dat de dood komt, die is altijd op weg. Elk moment kan hij op de deur kloppen en je moet dan álles achterlaten zoals het is. En het is altijd in het midden dat je moet vertrekken. Je kunt in het leven niets afmaken.


Ninakawa antwoordde uitstekend: ‘Ik kwam hier alleen en ik ga alleen. Welke steun zou je voor me kunnen zijn? Hoe kun je in de dood me helpen? Misschien kunnen we in het leven de illusie hebben geholpen te zijn, helpers te zijn, maar hoe in de dood?

Hij zegt een geweldige waarheid, maar er zijn waarheden en waarheden en grotere waarheden.

Ikkyu antwoordde met een nog grotere waarheid.


Onthoud dit: het conflict is nooit tussen het onware en het ware. Het echte conflict is tussen de lagere waarheid en de hogere waarheid. Het onware is onwaar; wat kan het doen, welke schade kan het de waarheid aandoen? Het probleem gaat nooit om een keuze tussen het onware en het ware. Het probleem is altijd tussen een lagere waarheid en een hogere waarheid.

Wat Ninakawa zei is een gróte waarheid – dat we alleen komen en we alleen gaan. Maar er is nog een hogere waarheid.

 

Ikkyu antwoordde: ‘Als je denkt dat je echt komt en gaat, is dat jouw illusie.’


Wie komt? Wie gaat? Alles is zoals het is. Komen en gaan is ook een droom.

‘s Nachts bijvoorbeeld, val je in slaap en er ontstaat een droom. In de ochtend verdwijnt de droom. Denk je dat je ergens heen ging en je teruggekomen bent? Je vindt jezelf in dezelfde kamer terug, in hetzelfde bed, en al dat gedroom! Je bent misschien naar verafgelegen plaatsen gereisd – je hebt misschien de maan bezocht, de planeten, de sterren – maar ‘s morgens als je wakker wordt, word je niet op een ster wakker. Je wordt wakker op dezelfde plaats waar je sliep.


Het leven is een droom! We zijn waar we zijn. We zijn dat wat we zijn. Gedurende geen enkel moment hebben we ons verplaatst, en geen enkele centimeter hebben we ons verwijderd van onze ware aard! Dit is de fundamentele uitspraak van waarheid.

Ja, Ninakawa zei iets belangrijks, heel belangrijk – ‘We komen alleen en we gaan alleen’ – maar Ikkyu doet een uitspraak die zelfs nog veel dieper gaat. Hij zegt: ‘Wat gaan? Wat komen? Je praat onzin! Wie komt? Wie gaat?’

Golven ontstaan in de oceaan en verdwijnen dan weer in de oceaan. Als de golf in de oceaan ontstaat, is het nog altijd de oceaan, evenzeer als het dat was voordat de golf ontstond. En dan verdwijnt die weer terug in de oceaan. Vormen verschijnen en verdwijnen, de werkelijkheid blijft zoals ze is. Alle veranderingen zijn enkel schijn. In de diepte, bij de diepste kern, verandert nooit iets; daar is het allemaal hetzelfde. Tijd is een verschijnsel aan de buitenkant. In het centrum is er geen tijd, geen verandering, geen beweging. Alles is daar eeuwig.
 

Zie alleen maar het kernpunt van deze dialoog die zich afspeelt op het moment dat Ninakawa stervende was. Dit zijn niet de dingen om op het moment van de dood te bespreken. Op het moment van de dood proberen de mensen de persoon te steunen, hem te troosten: ‘Je gaat niet sterven. Wie zegt dat je gaat sterven? Je blijft leven.’ Zelfs als ze het weten – de dokter heeft gezegd: ‘Alles is nu afgelopen en er kan niets meer gedaan worden’ – ook dan nog blijft de familie doen alsof je niet gaat sterven. De familie blijft helpen de droom wat langer te laten duren, en de familie blijft hopen dat er een wonder gebeurt en de persoon gered wordt.
 

Deze dialoog is oneindig mooi. Als iemand sterft, is het beter hem ervan bewust te maken dat de dood gekomen is. In feite is het beter iedereen bewust te maken, ongeacht of de dood vandaag al dan niet gekomen is. Het maakt niet uit of hij morgen gaat komen of de dag erna; hij gaat komen. Een ding is zeker: dat hij gaat komen. In het leven is maar een ding zeker, en dat is de dood, daarom is het beter vanaf het allereerste begin erover te praten.


In de aloude culturen werd ieder kind bewust gemaakt van de dood. Je hele basis behoort te rusten op dat bewustzijn van de dood. De mens die zich bewust is van de dood, wordt zich zeker bewust van het leven, en de mens die zich niet bewust is van de dood, blijft ook onbewust van het leven – want leven en dood zijn twee kanten van dezelfde medaille.

Osho, The Secrets of Secrets

OSHO PUBLIKATIES
Churchillstraat 11, 7091 XL Dinxperlo
tel. +31-(0)315 – 654 737
e-mail: info@osho.nl

© Copyright teksten, foto’s en illustraties van Osho: Osho International Foundation
© Copyright Nederlandse teksten van Osho: Osho Publikaties
Voor informatie over kopiëren/publiceren van teksten van Osho, zie: 
www.osho.com/copyrights