Het Tibetaanse Dodenboek 

De dood is niet het einde, maar het hoogtepunt van je hele leven, een climax. Het is niet zo, dat het afgelopen is met je; je wordt naar een ander lichaam overgebracht. Dit is wat de oosterlingen het wiel noemen. Het blijft maar draaien en draaien. Ja, je kunt het stilzetten, maar dat te doen als je op sterven ligt is niet de beste manier.

Dat is één van de lessen, de grootste les die ik van mijn grootvaders dood heb geleerd. Hij huilde, tranen in zijn ogen, en vroeg ons het wiel te stoppen. Wij wisten absoluut niet wat we moesten doen: hoe moet je het wiel nu stilzetten?


Zijn wiel was zijn wiel; voor ons was het niet eens zichtbaar. Het was zijn eigen bewustzijn, en alleen hij kon het doen. Maar omdat hij ons vroeg het stop te zetten, was het duidelijk dat hij het niet zelf kon. Vandaar die tranen en dat aanhoudend vragen, alsof we doof waren. We zeiden tegen hem: ‘We hebben gehoord wat je zei, Nana, en we begrijpen het. Wees maar stil.’

Op dat moment gebeurde er iets geweldigs. Ik heb het nog nooit aan iemand geopenbaard; misschien was het tot nu toe nog niet het juiste moment ervoor. Ik zei tegen hem: ‘Wees maar stil’ – de ossenkar ratelde over de hobbelige, slechte weg. Het was niet eens een weg, slechts een karrenspoor, en hij drong maar aan: ‘Stop het wiel, Radja, hoor je me? Stop het wiel.’

Steeds opnieuw zei ik tegen hem: ‘Ja, ik hoor u wel. Ik begrijp wat u bedoelt. U weet dat niemand behalve u het wiel kan stoppen, wees maar stil. Ik zal u proberen te helpen.’


Mijn grootmoeder was verbaasd. Ze keek me aan met grote ogen, vol verbazing: wat zei ik? Hoe zou ik kunnen helpen?

Ik zei: ‘Ja, kijk niet zo verbaasd. Ik heb me plotseling één van mijn vorige levens herinnerd. Nu ik zijn sterven zie, herinner ik me een van de keren dat ik doodgegaan ben.’ Dat leven en die dood vonden in Tibet plaats. Dat is het enige land dat weet, heel wetenschappelijk, hoe je het wiel moet stilzetten. Toen begon ik iets te zingen.

Mijn grootmoeder kon het niet verstaan, noch mijn stervende grootvader, noch mijn knecht Bhoora die ingespannen van buiten af zat te luisteren. Sterker nog, ik begreep zelf geen woord van wat ik zong. Pas twaalf of dertien jaar later begon ik te beseffen wat het was. Zoveel tijd was er nodig eer ik het ontdekte. Het was de Bardo Tödol, een Tibetaans ritueel.

 

Als er in Tibet iemand sterft, herhalen ze een bepaalde mantra. Die mantra heet Bardo. De mantra zegt hem: ‘Ontspan je, wees rustig. Ga naar je centrum, blijf daar; ga er niet vandaan, wat er ook met het lichaam gebeurt. Wees gewoon getuige. Laat het gebeuren, kom niet tussenbeide. Onthoud, onthoud, onthoud dat je slechts een getuige bent; dat is je ware natuur. Als je kunt sterven terwijl je je dit herinnert, wordt het wiel stilgezet.’


Ik herhaalde de Bardo Tödol voor mijn stervende grootvader, zonder ook maar te weten wat ik deed. Het was vreemd – niet alleen dat ik dit bleef herhalen, maar ook dat hij volkomen rustig werd door ernaar te luisteren. Misschien was Tibetaans zoiets vreemds om te horen. Misschien had hij nog nooit eerder iets in het Tibetaans gehoord; misschien had hij wel nooit geweten dat er een land bestond dat Tibet heette. Zelfs in zijn sterven werd hij volkomen aandachtig en stil. De Bardo had zijn uitwerking, ook al verstond hij hem niet. Soms hebben dingen die je niet kunt begrijpen een uitwerking, juist omdat je ze niet kunt begrijpen.

 

Het recht om te sterven
Mensen denken meestal dat ze, wanneer ze met pensioen gaan, zullen uitrusten, zich ontspannen en genieten. Maar als ze inderdaad met pensioen zijn, merken ze dat rust en ontspanning onmogelijk zijn, omdat hun hele leven een training was in rusteloosheid, zorg, spanning en doodsangst. Hun lichamen kunnen de oude gewoonten, zestig jaar oude gewoonten, niet ineens veranderen, alleen omdat ze nu gepensioneerd zijn.

De ouderdom duurt langer; in Europa is tachtig, negentig, honderd, honderdtwintig jaar geen zeldzaamheid. In de Sovjetunie, speciaal in één gebied in de Kaukasus, zijn er duizenden mensen die de honderdvijftig gepasseerd zijn. Er zijn zelfs een paar honderd mensen die de leeftijd van honderdtachtig hebben bereikt. Ze werken nog steeds op de akkers, in de boomgaarden, in de tuinen – ze vragen om werk. Je kunt een man die misschien honderdtachtig jaar oud zal worden, niet pensioneren met zijn zestigste. Hij heeft pas eenderde van zijn leven geleefd; er is nog tweederde dat gevuld moet worden. Je zult hem iets te doen moeten geven.

Maar het werk zal door machines overgenomen worden, omdat die het beter, efficiënter, sneller doen. Waar vroeger duizend mensen voor nodig waren, kun je het nu met één machine af. Waar tienduizend mensen nodig waren, kan één enkele computer alles regelen. Maar hoe moet dat met die duizend of tienduizend mensen? Deze mensen willen liever sterven.

Over de hele wereld zijn in ontwikkelde landen bewegingen gaande, waar oude mensen eisen dat in de grondwet het recht op zelfmoord wordt opgenomen – en je kunt hen geen ongelijk geven. Ze zeggen: ‘We hebben lang genoeg geleefd, en nu is het een onnodige marteling ons voort te slepen. We willen rust vinden in ons graf. We hebben alles gezien, we hebben alles ervaren. Nu hebben we niets meer om naar uit te zien of over te dromen. De toekomst is leeg en beangstigend – het is beter te sterven.’

Vandaar dat die beweging is ontstaan, en ik steun haar: de beweging voor euthanasie. De regering zou in ieder ziekenhuis faciliteiten moeten scheppen voor mensen die willen sterven. Misschien kun je een leeftijdsgrens stellen. Als iemand van over de tachtig wil sterven, zou er in het ziekenhuis goede accommodatie moeten zijn, zodat hij kan uitrusten, zijn vrienden en oude collega’s kan ontvangen, naar mooie muziek kan luisteren, boeken of gedichten kan lezen en de beste films kan zien – want dit is zijn laatste maand.

Waarom zou je mensen onnodig kwellen? Geef hun gewoon een injectie waardoor ze in een heel diepe slaap raken, die ten slotte in de dood overgaat. Ik ben er absoluut zeker van dat de regeringen aan dit verlangen zullen moeten voldoen, en de medische wetenschap zal eraan moeten voldoen, want het is zo volkomen menselijk: als iemand lang genoeg geleefd heeft – zijn kinderen zijn oud geworden, zijn zestig en gaan intussen al met pensioen – het is nu tijd om te gaan.

Je bent niet vrij wat betreft je geboorte, maar je zou ten minste de vrijheid moeten krijgen om te sterven, om de dag en het uur van je dood uit te kiezen. Dit moet deel gaan uitmaken van onze fundamentele rechten van de mens.

 

uit Osho, De laatste illusie,- een andere kijk op sterven

OSHO PUBLIKATIES
Churchillstraat 11, 7091 XL Dinxperlo
tel. +31-(0)315 – 654 737
e-mail: info@osho.nl

© Copyright teksten, foto’s en illustraties van Osho: Osho International Foundation
© Copyright Nederlandse teksten van Osho: Osho Publikaties
Voor informatie over kopiëren/publiceren van teksten van Osho, zie: 
www.osho.com/copyrights