# Leven in waar vertrouwen

Dit is een van de meest elementaire punten. Probeer het zo diepgaand mogelijk te begrijpen.

Het denken ziet maar één uiterste en de werkelijkheid bestaat uit twee uitersten – twee tegengestelde polen samen. Het denken ziet het ene uiterste; het tweede uiterste zit verborgen in het eerste, maar daar kan het denken niet in doordringen. En zolang je niet beide polen tegelijk ziet, kun je nooit zien wat is, en is alles wat je ziet onecht omdat het maar de helft is.

Bedenk dat de waarheid alleen kan worden weergegeven door het complete beeld. Een halve waarheid is zelfs nog gevaarlijker dan leugens, want een halve waarheid heeft een zweem van waarheid maar is niet de waarheid. Je wordt erdoor misleid. Wil je de waarheid kennen, dan moet je alles in zijn geheel kennen.
Een voorbeeld: je ziet beweging, er beweegt iets. Maar is beweging mogelijk zonder dat er iets in verscholen zit dat niet beweegt? Er kan geen beweging zijn als er niet iets onbeweeglijks in zit.

Een wiel beweegt, maar het middelpunt van het wiel staat stil; het wiel beweegt zich rondom dat onbeweeglijke middelpunt. Als je alleen het wiel ziet, zie je maar de helft, en de helft is heel gevaarlijk. En als je in gedachten de helft tot het geheel maakt, beland je in de schijnwereld van denkbeelden.
Je houdt van iemand; je beseft niet dat in je liefde haat verscholen zit. De haat is er wel; of dat je bevalt of niet doet niet ter zake. Als je liefhebt is er altijd haat aanwezig – het andere uiterste – want liefde kan niet bestaan zonder haat. Het doet er niet toe of je dat prettig vindt of niet. Het is zo.

Liefde kan niet bestaan zonder haat; je houdt van iemand en tegelijkertijd haat je hem. Maar je denken kan alleen het ene zien. Als het denken liefde ziet, kan het de haat niet meer zien; als er haat opkomt, als het denken zich vastklampt aan haat, ziet het geen liefde meer. En als je boven het denken wilt uitstijgen, moet je beide samen zien – beide uitersten, beide tegenpolen.

Het is net als met de slinger van een klok. De slinger zwaait naar rechts; je ziet alleen maar dat de slinger naar rechts zwaait, maar er is ook iets dat je niet ziet. En dat is dat de slinger terwijl hij naar rechts zwaait, momentum opbouwt om naar links te zwaaien. Dat is niet zo makkelijk te zien, maar je zult het al gauw merken.

Nadat de slinger zijn uiterste punt heeft bereikt, gaat hij op weg naar de tegengestelde pool; hij gaat naar links. En hij zwaait even ver uit naar links als naar rechts. Terwijl hij naar links zwaait, kan dat je ook weer misleiden. Je ziet dat hij naar links gaat, maar diep van binnen vergaart hij al energie om naar rechts te zwaaien.

Terwijl je liefhebt, vergaar je energie om te haten; terwijl je haat, vergaar je energie om lief te hebben. Terwijl je leeft, vergaar je energie om te sterven, en als je dood bent, vergaar je energie om opnieuw geboren te worden.

Als je alleen het leven ziet, ontgaat het je. Kijk hoe de dood verscholen zit in alles wat leeft! En als je kunt zien dat de dood in het leven verscholen zit, kun je ook het omgekeerde zien: dat het leven zich verschuilt in de dood. Dan verdwijnen de twee tegenpolen. Als je ziet dat ze samengaan, verdwijnt tegelijkertijd je denken. Hoe komt dat? Doordat het denken alleen partieel kan zijn, het kan nooit heel worden.

Wat doe je als je ziet dat in liefde haat verscholen zit? Als je ziet dat er in haat liefde verscholen zit, waarvoor kies je dan? Dat wordt een onmogelijke keuze, want als je beseft dat je voor liefde kiest, besef je tegelijkertijd dat je voor haat kiest. En hoe kan iemand die liefheeft voor haat kiezen?

Nu kun je kiezen, want de haat valt je niet op. Je kiest voor liefde, en dan denk je dat haat het gevolg is van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Maar zodra je voor liefde kiest, kies je ook voor haat; zodra je je vastklampt aan het leven, klamp je je tevens vast aan de dood. Niemand wil dood – klamp je dan ook niet vast aan het leven, want het leven leidt tot de dood.


Het leven bestaat in polariteiten en het denken bestaat in één aspect van de polariteit; daarom is het denken bedrieglijk. En het denken probeert van dat ene aspect het geheel te maken. Het denken zegt: ‘Ik houd van deze man of van die vrouw, en ik heb alleen maar lief. Hoe kan ik die vrouw haten? Als ik liefheb, heb ik lief; dan is haat onmogelijk.’

Het denken lijkt logisch, maar heeft het bij het verkeerde eind. Als je liefhebt is haat wel degelijk mogelijk – haat is alleen mogelijk als je liefhebt. Je kunt iemand niet haten zonder ook van hem te houden; je kunt geen vijand maken zonder hem eerst tot vriend te maken. Liefde en haat gaan samen, ze vormen de twee keerzijden van een medaille. Je kijkt maar naar één aspect, het andere ligt erachter verscholen – maar het is er, het ligt altijd op de loer. En hoe verder je naar links zwaait, des te meer momentum vergaar je om naar rechts te zwaaien.
Wat gebeurt er als het denken beide samen ziet? Dan wordt denken onmogelijk, want dan wordt de hele zaak zo absurd, zo onlogisch. Denken kan alleen bestaan in een logisch kader, in een scherp afgebakend kader waarbij het tegenovergestelde wordt ontkend. Je zegt: ‘Dit is mijn vriend en dat is mijn vijand.’ Je kunt nooit zeggen: ‘Dit is mijn vriend én vijand.’ Als je dat zegt wordt het onlogisch. En als je zaken binnenlaat die niet logisch zijn, wordt het denken er volkomen door verpletterd – valt het denken weg.

Als je kijkt hoe absurd het leven is, of hoe het leven zich in tegenstrijdigheden afspeelt, hoe het leven zich van het ene uiterste naar het andere begeeft, moet je het denken wel loslaten. Denken heeft een scherpe afbakening nodig, en die heeft het leven niet. Niets is absurder dan het leven, dan het bestaan. Absurd is het juiste woord als je beide polariteiten tegelijk ziet.

Je ontmoet iemand – je ontmoet hem alleen maar om weer afscheid te nemen. Je vindt iemand aardig – je vindt hem alleen maar aardig om een hekel aan hem te krijgen. Je bent gelukkig – je bent alleen maar gelukkig om het zaad van ellende te planten. Kun je je een absurdere situatie voorstellen? Als je gelukkig wilt zijn, heb je meteen al gewenst dat je ongelukkig wordt; nu zit je voortdurend in angst.
Wat moet je ermee? Voor het denken blijft er niets meer over. Als je naar beide polariteiten tegelijk kijkt, verdwijnt het denken eenvoudigweg. En als het denken verdwijnt, lijkt het leven niet meer absurd, dan wordt het leven een mysterie.

Dit moet je goed begrijpen, want het leven lijkt absurd doordat het denken te logisch is; het leven lijkt wild doordat je te lang in een aangelegde tuin hebt gewoond. Als je naar het bos gaat lijkt het wild, maar dat is alleen maar zo omdat je het vergelijkt. Als je eenmaal begrijpt dat het leven zo is, dat het leven zo in elkaar zit dat het tegenovergestelde er altijd bij betrokken is...

Als je van iemand houdt, komt vroeg of laat de haat. Als je vrienden maakt, ontstaan er vijanden. Als je gelukkig bent, komt uit de een of andere hoek ellende te voorschijn. Als je van het moment geniet, zit je het volgende moment te huilen. Als je lacht liggen vlak achter je lach tranen op de loer. Wat moet je dan? Er valt niets meer te doen; zo staan de zaken.

uit Osho: Het boek van niets

Pareltjes OSHO Boeken Home OSHO Meditatie

OSHO PUBLIKATIES
Churchillstraat 11, 7091 XL Dinxperlo
tel. +31-(0)315 – 654 737
e-mail: info@osho.nl

© Copyright teksten, foto’s en illustraties van Osho: Osho International Foundation
© Copyright Nederlandse teksten van Osho: Osho Publikaties
Voor informatie over kopiëren/publiceren van teksten van Osho, zie: 
www.osho.com/copyrights