De verlichting van de lelie OF de paradox van vragen

De eerste vraag:

 

Deze vraag klinkt wat dwaas.
Ik ben er niet zeker van of ik wel verlicht wil worden. Het verbaast me zoveel mensen om me heen te zien die dat verlangen schijnen te hebben. Ik voel me erg aan mijn land gehecht en ik houd van mijn werk daar.
Toch wil ik graag sannyas nemen. Is dat mogelijk? Is dat niet tegenstrijdig?

Goran Strandberg, alle vragen zijn dwaas en alle antwoorden eveneens. Vragen ontspruiten aan de mind zoals bladeren aan de bomen verschijnen. Vragen maken deel uit van de mind die je moet laten vallen; vragen houden de mind gevoed.

Een vraag is in werkelijkheid een zoeken naar voedsel. Het antwoord vormt het voedsel. De vraag is een rondtasten: de mind heeft een hongerig gevoel, hij wil gesterkt worden, hij wil gevoed worden, hij zoekt naar voeding. Overal waar hij iets kan vinden dat hem bevredigt... wat voor antwoord dan ook dat de mind goed geďnformeerd maakt, dat de mind het idee geeft ‘nu weet ik het,’ werkt als voeding. En de mind kan alsmaar doorgaan met vragen, antwoorden verzamelen, goed op de hoogte raken.

 

Hoe beter de mind van kennis is voorzien, hoe moeilijker het is hem te laten vallen. En je moet hem laten schieten, want tenzij het vragen in jou ophoudt, ben je nooit stil. Tenzij het vragen stellen totaal verdwijnt, vind je niet die ruimte, die sereniteit, die stilte, die je bewust kan maken van wie je bent, en van wat deze werkelijkheid is.

 

Onthoud goed, de werkelijkheid komt nooit naar toe je in de vorm van een antwoord. Op die manier is het nog nooit gebeurd, het zal ook niet op die manier gebeuren. Het kan niet op die manier gebeuren, het ligt niet in de aard der dingen. De werkelijkheid komt tot je wanneer er geen vraag meer over is gebleven; de werkelijkheid komt naar een staat van bewustzijn die zonder vragen is.

 

Dus het eerste wat je moet onthouden: alle vragen zijn dwaas, en alle antwoorden dito.

 

Dan ben je een beetje verbluft – waarom blijf ik dan doorgaan met het beantwoorden van jullie vragen? Als je diep in mijn antwoorden doordringt, zul je zien dat het geen antwoorden zijn. Ze zijn geen voedsel voor je mind, ze vernietigen je mind, ze brengen je in de war. Ze zijn bedoeld als schokken. Mijn antwoorden hebben tot doel op je mind te hameren – het is hameren, geen antwoorden.

 

In het begin, als je hier voor de eerste keer komt en je mij en mijn doel niet begrijpt, denk je misschien dat ik je antwoord geef. Hoe langer je hier bent, hoe dieper je op mij afgestemd raakt, des te meer besef je dat mijn antwoorden niet betekent dat ik je antwoorden verschaf. Het is niet om je beter te informeren – het tegendeel is juist het geval. Het is om je je kennis te ontnemen, om je ongeďnformeerd te laten zijn, om je onwetend te maken – weer onwetend, weer onschuldig – zodat het vragen stellen verdwijnt.

 

En wanneer er geen vragen zijn, heeft je bewustzijn een totaal nieuwe kwaliteit. Die kwaliteit heet verwondering. Verwondering is niet het stellen van vragen, het is je door het bestaan gemystificeerd te voelen. Vragen stellen is een poging om het bestaan het mysterie te ontnemen; het is een poging om het mysterie van het leven niet te aanvaarden. Vandaar dat wij elk mysterie tot een vraag terugbrengen. De vraag wil zeggen dat het mysterie niet meer is dan een probleem dat moet worden opgelost, en eenmaal opgelost, is er geen mysterie meer.

 

De moeite die ik doe om je antwoord te geven, is niet om het bestaan van zijn mysterie te ontdoen, maar om het nog mysterieuzer te maken. Vandaar mijn tegenstrijdigheden. Ik kan niet consequent zijn, ik geef je geen antwoord. Ik kan niet consequent zijn, omdat ik hier niet ben om te maken dat je beter geďnformeerd raakt. Als ik consequent ben, word je een vat vol kennis – heel bevredigend voor de mind, voedzaam, versterkend, behaaglijk. Ik ben opzettelijk inconsequent, met mezelf in tegenspraak, zodat je van mij geen vraagbaak kunt maken. Dus, als je op de ene dag iets begint bijeen te garen, neem ik dat een andere dag weer van je af. Ik sta je niet toe ook maar iets te verzamelen. Vroeg of laat moet je je wel bewust worden van het feit dat hier iets volkomen anders plaatsvindt. Het wil niet zeggen dat ik je een of ander dogma geef om in te geloven, een filosofie om naar te leven, nee, helemaal niet. Ik ben volslagen destructief, ik neem alles van je af.

 

Langzaam maar zeker houdt je mind op met vragen. Wat heeft het voor zin? Als een antwoord geen antwoord inhoudt, wat heeft het dan voor zin? En de dag waarop je vragen stellen ophoudt, is een dag van grote vreugde, want dan begint de verwondering. Dan ben je een totaal nieuwe dimensie binnengegaan; je bent weer een kind.

 

Jezus zegt: ‘Tenzij jullie als kleine kinderen zijn, gaan jullie mijn koninkrijk van God niet binnen.’ Hij bedoelt ongetwijfeld, tenzij je weer onwetend bent, weer onschuldig, zonder vragen en vol verwondering.

 

Vandaar dat er verschil is tussen de vraag van een kind en van een volwassene. Het verschil zit hem in de kwaliteit. Het kind vraagt, niet om een antwoord te krijgen; hij drukt gewoonweg zijn verwondering uit in woorden. Dus als je het kind geen antwoord geeft, vergeet hij zijn vraag en gaat hij een andere vraag stellen. Het is niet zijn bedoeling een antwoord te krijgen, zijn bedoeling is gewoon om tegen zichzelf te praten. Hij is bezig zijn verwondering onder woorden te brengen, hij probeert te ontdekken wat het is – het wonder, het mysterie. Hij hunkert niet naar een antwoord, dus geen enkel antwoord stelt hem tevreden. Als je hem een antwoord geeft, stelt hij over het antwoord weer een vraag. Zijn verbazing gaat door.

 

Wanneer een volwassene – een geschoold iemand, wereldwijs, belezen, goed op de hoogte – een vraag stelt, vraagt hij vanuit zijn kennis, om meer kennis op te doen. De mind hunkert altijd naar meer en nog meer. Als je geld hebt, hunkert hij naar meer geld; heb je prestige, dan hunkert hij naar groter prestige; heb je kennis, dan hunkert hij naar meer kennis. De mind leeft in het ‘meer.’ En dit is de manier waarop je alsmaar blijft doorgaan de werkelijkheid te omzeilen. De werkelijkheid is een mysterie. Ze is geen vraag die je moet stellen. Ze is een mysterie dat geleefd moet worden, een mysterie dat je moet ervaren, een mysterie om van te houden, een mysterie waarin je moet oplossen, waarin je moet ondergaan.

 

Ik geef je antwoord, niet om te antwoorden maar om de vraag gewoon teniet te doen. Ik ben geen leraar. De leraar brengt je iets bij; de meester geeft je geen les, hij helpt je het leren los te laten.

 

Goran Strandberg, je zegt: ‘Deze vraag klinkt dwaas.’

Hij klinkt niet alleen dwaas, hij is dwaas. Alle vragen zijn dat – kan ik het helpen? Kun jij er wat aan doen?

Je zegt: ‘Ik ben er niet zeker van of ik wel verlicht wil worden.’

 

Dat laat zien hoe de mind werkt, hij is nooit ergens zeker van. De mind verkeert altijd in het onzekere; hij leeft in onzekerheid. De mind leeft in verwarring, hij kan nooit enige helderheid hebben. Helderheid maakt helemaal geen deel uit van de mind; helderheid is de afwezigheid van de mind, verwarring is de aanwezigheid van de mind. Verwarring en mind zijn synoniem.

 

Een heldere mind kun je niet hebben. Heb je helderheid, dan is de mind er niet; is de mind er, dan kun je geen helderheid hebben. De mind is altijd in zichzelf verdeeld, hij leeft in conflict. Verdeeldheid is zijn aard. Vandaar dat zij die in de mind leven, nooit een individu kunnen worden, nooit een onverdeeldheid. Ze blijven gespleten: het ene deel wil dit, een ander deel wil dat.

 

De mind is een menigte van vele verlangens; hij bestaat niet uit een enkel verlangen. De mind is multi-psychisch, en alle fragmenten vallen in verschillende richtingen uiteen. Het is een mirakel hoe we erin slagen onszelf bijeen te houden; het is een zware strijd om jezelf bijeen te houden. Op de een of andere manier krijgen we het voor elkaar, maar die samenhang blijft alleen maar aan de oppervlakte. Diep onderin is er beroering.

 

Je wordt op een vrouw verliefd: ben je er zeker van dat je verliefd bent? Werkelijk zeker? Ik heb nog nooit een verliefde ontmoet die er echt zeker van is. Je kunt zelfs gaan trouwen, maar was je er zeker van? Je hebt misschien kinderen, maar was je er echt zeker van dat je kinderen wilde?

 

Zo leef je: niets is er zeker. Maar een mens moet het een of ander doen om zichzelf bezig te houden, dus blijf je jezelf bezighouden. Maar zekerstelling behoort niet tot de mind, dat kan niet. En hetzelfde probleem rijst op elk niveau. Je komt weer tegenover hetzelfde probleem te staan.

 

Je zegt: ‘Ik ben er nog niet zeker van of ik wel verlicht wil worden.’

Maar dan moet er toch een zeker verlangen zijn, waarom anders die vraag? Een deel van je mind moet zeggen: ‘Strandberg, word verlicht’ – alleen maar een deel. Een ander deel moet wel zeggen: ‘Ben je nou gek? Heb je je verstand verloren? Je hebt vrouw en kinderen thuis, en werk, en je houdt van je land – en je probeert verlicht te raken? Je moet het slachtoffer geworden zijn van massahypnose: zoveel mensen in het oranje, het is gevaarlijk om met zulke gekke mensen te leven. Zoveel gekke mensen, die genieten en lachen en liefhebben en er zo gelukkig uitzien! Strandberg, blijf eraan denken dat je vrouw en kinderen hebt, en een baan. Wees alert!’

...

Nu leven betekent verlicht zijn, hier leven is verlicht zijn, een lelie zijn is op dit eigen ogenblik verlicht zijn! Denk niet na over wat ik zeg. Denk er niet over na, wees alleen maar hier. Dit is de smaak van verlichting. En als je er de smaak eenmaal van te pakken hebt, wil je er graag meer en meer van proeven.

 

Maak er geen doel van; het is geen doel, het is de meest gewone staat van bewustzijn; het is niets buitengewoons; het is niets bijzonders. Bomen zijn verlicht en de vogels zijn verlicht, en stenen zijn verlicht, en de zon en de maan zijn verlicht. Alleen de mens niet, want alleen de mens denkt en blijft het mislopen.

 

Op het moment dat je beseft dat je het misloopt doordat je te veel zit te broeden, begin je af en toe een miniem glimpje op te vangen. Kleine hiaten in het verkeer van de mind, kleine hiaten wanneer er geen verkeer is: dat zijn de momenten van meditatie. Die kunnen overal plaatsvinden...

 

Ja, Strandberg, ook in jouw land! Dus, het is niet nodig je zorgen te maken – je hoeft niet in India te zijn. India heeft geen copyright op verlichting; er is nog geen patent op gegeven, er kan geen patent op gegeven worden. Je kunt overal verlicht zijn. Je kunt verlicht zijn en toch echtgenoot blijven, vader, moeder, vrouw. Je kunt verlicht zijn als ingenieur, als arts, als timmerman, als vagebond – zelfs als hippie. Je kunt overal verlicht zijn.

 

Verlichting is niet iets waarvoor je moet werken, naar kunt streven. Het is iets waarvoor je moet ontspannen – niet je inspannen, maar ontspannen. Ontspan je en nog ditzelfde ogenblik ben je verlicht. Heel veel malen word je verlicht, en vele malen word je weer onverlicht, juist vanwege de oude gewoonte.

...

uit: Osho, The book of wisdom


OSHO PUBLIKATIES
Churchillstraat 11, 7091 XL Dinxperlo
tel. +31-(0)315 – 654 737
e-mail: info@osho.nl

© Copyright teksten, foto’s en illustraties van Osho: Osho International Foundation
© Copyright Nederlandse teksten van Osho: Osho Publikaties
Voor informatie over kopiëren/publiceren van teksten van Osho, zie: 
www.osho.com/copyrights