soetra 63

soetra 63 
Wanneer je helder bewust bent door een bepaald zintuig, blijf bij die bewustwording.

Wanneer je helder bewust bent door een bepaald zintuig, blijf in die bewustwording.

Je kijkt door je ogen. Onthoud dat, je kijkt door je ogen. Ogen zelf kunnen niet zien, jij kijkt erdoor. Degene die kijkt is erachter verborgen; de ogen zijn alleen maar de opening, alleen maar de ramen. Maar wij gaan er steeds van uit dat we met onze ogen kijken, we blijven maar denken dat we met onze oren horen. Niemand heeft ooit met zijn oren gehoord. Je hoort door je oren, niet met je oren. De luisteraar zit erachter verborgen. De oren zijn slechts organen die ontvangen.

Ik raak je aan: ik raak je liefdevol aan, een handdruk. De hand raakt jou niet aan, ik raak jou aan door middel van de hand. De hand is maar een hulpmiddel en er kunnen dus twee vormen van aanraking zijn – als ik je echt aanraak en als ik de aanraking ontwijk. Ik kan je hand aanraken en ik kan vermijden dat het gebeurt. Misschien ben ik niet in mijn hand, misschien heb ik me eruit teruggetrokken. Probeer het eens, dan merk je wat dat voor een ander gevoel geeft, een afstandelijk gevoel. Raak iemand met je hand aan en trek jezelf eruit terug. Dan rust op die ander een dode hand, niet jij. En als de ander gevoelig is, voelt hij dat het een dode hand is. Hij kan zich beledigd voelen. Jij bedriegt de zaak: je doet het voorkomen alsof je aanraakt, maar je raakt niet aan.

Vrouwen zijn hier zeer gevoelig voor. Je maakt hen niets wijs. Ze hebben een grotere gevoeligheid voor lichaamsaanraking, dus voelen ze het. Hun man zegt misschien prachtige dingen. Hij heeft bloemen meegebracht en hij zegt misschien: ‘Ik houd van je,’ maar zijn aanraking toont dat hij er niet is. En vrouwen voelen instinctief wanneer je wel en wanneer je niet bij ze bent. Het is lastig om ze te misleiden, tenzij je een meester bent. Als je geen meester van jezelf bent, kun je ze niet misleiden. Maar een meester wordt niet graag een echtgenoot – dat is de moeilijkheid.

Alles wat je zegt, is onecht: je aanraking laat het zien. Kinderen zijn ook heel gevoelig, je kunt ze niet misleiden. Je kunt ze een schouderklopje geven maar ze weten dat het maar een loos gebaar is. Als er geen energie, geen liefde door je hand stroomt, voelen ze het. Dan is het alsof ze door een dood voorwerp worden aangeraakt. Als je helemaal aanwezig bent in je hand, als jij erin bent gaan leven, als je wezenscentrum in je hand is komen te liggen, als je ziel daar is, dan heeft je aanraking een andere kwaliteit.

Deze soetra zegt dat de zintuigen slechts deuren zijn, ontvangstations, media, instrumenten, ontvangers. Jij zit erachter verborgen. Wanneer je helder bewust bent door een bepaald zintuig, blijf in die bewustwording. Als je muziek hoort, vergeet jezelf dan niet in het oor, verlies jezelf niet in je oor. Herinner je de bewustwording die erachter ligt. Wees oplettend! Terwijl je naar iemand kijkt... Probeer het, je kunt het nu proberen terwijl je naar me kijkt. Wat gebeurt er? Je kunt met je ogen naar me kijken en als ik ‘met je ogen’ zeg, dan bedoel ik dat jij je er niet van bewust bent dat je erachter verborgen bent. Je kunt ook naar me kijken ‘door je ogen’ en als ik door je ogen zeg, dan bedoel ik dat je ogen alleen maar tussen jou en mij instaan. Jij staat achter je ogen, en kijkt door je ogen, zoals iemand door een raam, of een bril kijkt.

Heb je wel eens een ambtenaar boven zijn bril zien uitkijken? De bril is tot op het puntje van zijn neus gezakt en hij kijkt erboven uit. Kijk zo ook naar mij, alsof je van boven je ogen kijkt, alsof je ogen een beetje op je neus zijn gezakt en jij staat erachter naar me te kijken. Plotseling voel je een verandering in kwaliteit. Je brandpunt verandert, je ogen worden toegangsdeuren. Dan wordt het een meditatie.

Als je luistert, hoor dan door je oren en blijf je bewust van je innerlijk centrum. Als je iets of iemand aanraakt, raak dan aan door je hand en denk aan de innerlijke mens die erachter verborgen is. Met elk zintuig kun je je innerlijke centrum ervaren en elk zintuig staat daarmee in verbinding. Dat centrum moet verslag uitbrengen. Als je me hoort en ziet, als je me door je oren hoort en me door je ogen ziet, dan weet je diep van binnen dat het een en dezelfde mens is die je hoort en ziet. Als ik een bepaalde lichaamsgeur heb, zal je neus die opvangen.

Dan brengen drie verschillende zintuigen verslag uit aan het ene centrum. Daartoe ben je voorzien van een coördinatievermogen, anders zou dat lastig zijn. Als je ogen zien en je oren horen, is het moeilijk om erachter te komen of het een en dezelfde man is die je hoort en ziet, of dat het twee verschillende mensen zijn, omdat die twee zintuigen verschillen en ze elkaar nooit ontmoeten. Je ogen weten niet dat er oren bestaan en andersom is dat ook zo. Ze kennen elkaar niet, ze zijn nooit aan elkaar voorgesteld.

Hoe komt alles tot een synthese? Oren horen, ogen zien, handen raken aan, de neus ruikt, en plotseling, ergens in jou, weet je dat dit een en dezelfde man is die je hoort, ziet, aanraakt en ruikt. Degene-die-weet verschilt van de zintuigen. Elk zintuig brengt verslag uit aan degene die weet, en bij degene die weet, in het centrum, komt alles terecht, valt alles samen en wordt één. Dat is een groot wonder.

Ik ben één, zoals ik vóór je sta. Ik ben één! Mijn fysieke verschijning, mijn geur, mijn woorden, zijn één. Jouw zintuigen zullen me opdelen. Je oren rapporteren als ik iets zeg, je neus rapport als er een geur hangt, je ogen rapporteren als je me kunt zien. Ze delen me op in stukjes. Maar opnieuw zal ik ergens in jou één worden. Daar waar ik in jou weer tot één wordt samengevoegd, bevindt zich de kern van je wezen. Dat is jouw bewustzijn en je bent dat volledig vergeten. Die vergeetachtigheid is onwetendheid en het bewustzijn opent weer de deuren naar zelfkennis. Je kunt jezelf op geen andere manier leren kennen.

Wanneer je helder bewust bent door een bepaald zintuig, blijf in die bewustwording. Blijf in dat gewaarzijn, blijf opletten. In het begin is het moeilijk. We vallen steeds weer in slaap en het lijkt zwaar voor je om door je ogen te kijken. Het is gemakkelijker om met je ogen te kijken. Als je probeert door je ogen te kijken, voel je in het begin een zekere spanning. Je voelt niet alleen spanning; de persoon naar wie je kijkt zal die spanning ook ervaren.

Als je door je ogen naar iemand kijkt, ervaart die persoon dat alsof je over de schreef gaat, alsof je iets onbehoorlijks doet, want als je door je ogen kijkt, ziet de ander al vlug dat je je niet juist gedraagt, want je blik wordt doordringend, je blik gaat dieper. Als je uit jouw diepte naar iemand kijkt, kan je blik tot in de diepte van die ander doordringen. Daarom kent de maatschappij een ingebouwde veiligheidsnorm: kijk niemand doordringend aan tenzij je verliefd bent. Als je verliefd bent, kun je de ander diep in de ogen kijken. Je kunt zo diep gaan als je maar kunt want die ander is niet bang voor je. Die ander durft zich naakt, volkomen naakt voor je te vertonen. Die ander durft kwetsbaar te zijn, de ander kan open voor je staan. Maar in andere situaties, als je niet verliefd bent, mag je iemand niet met een doorborende blik aankijken.

Wie met zo’n doorborende blik naar iemand kijkt, noemen we in India een luchcha – een ziener. Het woord ‘luchcha’ komt van ‘lachan’, dat ‘ogen’ betekent en luchcha betekent iemand die een en al oog voor je is. Probeer het dus niet met iemand die je niet kent. Hij denkt dan dat je een luchcha bent.

Probeer het eerst met voorwerpen – een bloem, een boom, de sterren in de nacht. Ze voelen zich niet begluurd en protesteren niet. Integendeel, ze vinden het heerlijk en voelen zich goed en gewaardeerd. Probeer het eerst met voorwerpen en dan met mensen van wie je houdt, je vrouw, je kind. Neem af en toe je kind op schoot en kijk naar hem door je ogen en het kind zal het begrijpen. Het begrijpt het beter dan wie ook, want het is nog niet verminkt door de maatschappij, het is nog niet bedorven, het is nog natuurlijk. Het zal diepe liefde voelen als je zo naar hem kijkt – het voelt dat je er echt bent.
Kijk naar je minnaar of je beminde. Dan kun je geleidelijk, als je er gevoel voor gekregen hebt en de kunst vaardig bent geworden, zo naar iedereen kijken, want dan hoeft niemand te voelen dat er zo’n diepe blik in hem geworpen wordt. En zodra je die kunst om altijd oplettend achter je zintuigen aanwezig te zijn, eenmaal te pakken hebt, kunnen die zintuigen je niet misleiden. Anders blijven ze dat doen.

In een wereld die enkel schijn is, hebben ze je wijsgemaakt dat de schijn werkelijkheid is. Als je door je zintuigen kunt kijken en oplettend kunt blijven, zal de wereld zich stukje bij beetje aan je voordoen als illusie, als een droom en ben je in staat tot de substantie zelf door te dringen.
Die substantie is het brahman

uit: Osho Het boek der geheimen,

OSHO PUBLIKATIES
Churchillstraat 11, 7091 XL Dinxperlo
tel. +31-(0)315 – 654 737
e-mail: info@osho.nl

© Copyright teksten, foto’s en illustraties van Osho: Osho International Foundation
© Copyright Nederlandse teksten van Osho: Osho Publikaties
Voor informatie over kopiëren/publiceren van teksten van Osho, zie: 
www.osho.com/copyrights