Hoofdstuk 56 uit Het Boek der Geheimen:

Als in meditatie het ‘ik’ tijdelijk wegvalt en er van binnen een leegheid ontstaat, is er daarna een gevoel van frustratie als die leegheid niet wordt gevuld met het onbekende. Hoe kun je leren leven met die leegheid?

Leegheid is het onbekende. Wacht er niet op en hoop er niet op dat iets de leegheid vult. Als je erop wacht, erop hoopt, ernaar verlangt, dan ben je niet leeg. Als je erop wacht dat iets, een onbekende kracht op je neerdaalt, ben je niet leeg – deze hoop is er dan, dit verlangen is er, deze hunkering is er. Verlang dus niet naar iets dat je vol maakt. Wees gewoon leeg. Wacht er zelfs niet op.

 

Leegheid is het onbekende. Als je werkelijk leeg bent is het onbekende op je neergedaald. Het is niet zo dat je leeg wordt en dan het onbekende binnenkomt. Je bent leeg en het onbekende is al binnen. Er is geen enkel moment een hiaat. De leegheid en het onbekende zijn één.
 

In het begin lijkt het voor jou op leegheid; dat is maar schijn omdat je altijd vol was van het ego. Je voelt in feite de afwezigheid van het ego; daarom voel je je leeg. Eerst verdwijnt het ego – maar het gevoel dat het ego er niet meer is doet het gevoel van leegheid ontstaan. Gewoon de afwezigheid… iets was er en nu is het er niet meer. Het ego is verdwenen maar je voelt de afwezigheid van het ego. Eerst verdwijnt het ego en dan verdwijnt de afwezigheid van het ego. Alleen dan ben je echt leeg. En werkelijk leeg zijn betekent werkelijk vol zijn.
 

Die innerlijke ruimte die gecreëerd wordt door de afwezigheid van het ego, is het goddelijke. Het goddelijke hoeft niet ergens anders vandaan te komen; je bent dat al. Omdat je vol bent van het ego, kun je het je niet bewust worden, kun je het niet zien, kun je het niet bereiken. Een wazige barrière van het ego houdt je tegen.
 

Als het ego is weggevallen, is de barrière opgeheven. Het gordijn is er niet meer. Er komt niets; alles wat gaat komen is er al. Onthoud dit: dat er niets nieuws tot je komt. Alles wat mogelijk is, is er feitelijk al. Het gaat dus niet om bereiken; het gaat alleen om ontdekken. De schat is er, alleen maar bedekt – je neemt de bedekking weg.
 

Toen Boeddha een gerealiseerd mens werd, vroeg men hem vele malen: ‘Wat heeft u ermee gewonnen? Wat heef u ermee bereikt?
 

Volgens de overlevering zei Boeddha: ‘Ik heb niets bereikt. Integendeel, ik heb eerder mijzelf verloren. En dat wat ik heb bereikt was er al, dus ik kan niet zeggen dat ik het heb bereikt. Ik was er mij niet bewust van. Nu ben ik mij er bewust van geworden. Maar ik kan niet zeggen dat ik het heb bereikt. Integendeel, ik vraag mij eerder af hoe het nu mogelijk was dat ik het niet eerder wist. En heel dichtbij was het er altijd al – er was alleen maar een ommekeer nodig.
 

Het goddelijke is geen toekomst. Je goddelijkheid is het heden. Het is hier en nu. Precies op dit moment ben je dat – onbewust, niet kijkend in de goede richting, of niet erop afgestemd, dat is alles.

Daar staat een radio: de geluidsgolven gaan er op dit moment doorheen, maar als de radio niet is afgestemd op een bepaalde golflengte, kan die golflengte niet uitzenden. Je stemt de radio af en dan ontvang je die golflengte. Er is afstemming nodig. Meditatie is afstemming. Als je bent afgestemd, wordt dat wat niet waar te nemen was, wel waarneembaar.
 

Maar onthoud dat je er niet naar verlangt, want het verlangen staat je dan niet toe leeg te zijn. En als je niet leeg bent, is er niets mogelijk want er is geen ruimte voor, zodat je eigen ongemanifesteerde natuur niet kan worden geopenbaard. Ze heeft ruimte nodig om geopenbaard te worden. En vraag niet hoe je met leegheid moet leven. Daar gaat het echt niet om. Wees alleen maar leeg. Je bent nog niet leeg.


Als je eenmaal weet wat leegheid is, houd je ervan. Het is extatisch. Het is de allermooiste ervaring voor de mind, voor de mens en voor het bewustzijn. Je vraagt dan niet hoe je met leegheid moet leven. Je vraagt het alsof leegheid iets akeligs is. Voor het ego lijkt het zo. Het ego is altijd bang voor leegheid, daarom vraag je hoe je ermee moet leven alsof het een vijand is.


Leegheid is je diepste kern. Alle activiteit bevindt zich aan de buitenkant; de diepste kern is alleen maar een nulpunt. Alles wat kenbaar is zit aan de buitenkant; de diepste kern van je wezen is het ongemanifesteerde vacuüm. Boeddha heeft er een naam aan gegeven – shunyata. Het betekent nietsheid of leegheid. Dat is je aard, dat is je wezen en uit die nietsheid komt alles voort en alles gaat ernaar terug.


Die leegheid is de bron. Vraag niet die te vullen, want telkens als je vraagt die te vullen creëer je steeds meer ego – ego is de poging om de leegheid te vullen. En zelfs dit verlangen dat er nu iets op je moet neerdalen – een god, een goddelijkheid, een goddelijke kracht, een onbekende energie – is ook weer een gedachte. Alles wat je over goddelijkheid kunt bedenken, is niet goddelijk; het is gewoon een gedachte.


Als je het onbekende benoemt, heb je het tot het bekende gemaakt. Wat weet je van het onbekende? Zelfs als je zegt dat dit het onbekende is, dan ken je er een kwaliteit van – de kwaliteit van het onbekend zijn. De mind kan het onbekende niet bevatten. Zelfs het onbekende wordt bekend en alles wat de mind erover zegt, is dan alleen maar een verwoording, een gedachteproces.


Goddelijkheid is niet het woord ‘God’. De gedachte ‘God’ is niet God. En alleen als er geen gedachte is, ga je voelen en beseffen wat het is. Er kan niets anders over worden gezegd. Het kan alleen worden aangeduid. En alle aanduidingen zijn onjuist omdat ze allemaal indirect zijn.

Alleen dit kan erover worden gezegd – dat als je er niet bent… En je bent er alleen niet als er geen verlangen is, want je bestaat uit verlangen. Verlangen is het voedsel waardoor je bestaat. Verlangen is de brandstof. Als er geen verlangen is, geen hunkering, geen toekomst, en je bent er niet, is die leegheid de volheid van het bestaan. In die leegheid wordt het hele bestaan aan je geopenbaard. Je wordt het.


Vraag dus niet hoe je met leegheid moet leven. Wees eerst leeg. Het is niet nodig te vragen hoe je ermee moet leven. Het is zo gelukzalig – het is de grootste gelukzaligheid. Als je vraagt hoe je met leegheid moet leven, vraag je feitelijk hoe je met jezelf moet leven. Maar je kent jezelf niet. Ga er steeds dieper in.


Tijdens meditatie voel je soms een soort leegheid; dat is niet echt leegheid. Ik noem het alleen maar een soort leegheid. Als je mediteert, heb je gedurende enkele momenten, gedurende een paar seconden het gevoel alsof het gedachteproces is gestopt. In het begin komen die hiaten. Maar omdat je het gevoel hebt alsof het gedachteproces is gestopt, is dat ook weer een gedachteproces, een heel subtiel gedachteproces. Wat doe je dan? Je zegt binnenin je: ‘Het gedachteproces is gestopt.’ Maar wat is dit? Het is een bijkomend gedachteproces dat is begonnen. En je zegt dan: ‘Dit is leegheid.’ Je zegt: ‘Nu gaat er iets gebeuren.’ Wat is dit? Weer is er een nieuw gedachteproces begonnen.


Als dit weer gebeurt, word er dan geen slachtoffer van. Als je het gevoel hebt dat er een bepaalde stilte neerdaalt, ga het dan niet verwoorden want je vernietigt het. Wacht – niet op iets – wacht gewoon af. Doe niets. Zeg niet: ‘Dit is leegheid.’ Op het moment dat je het zegt, heb je het vernietigd. Kijk er alleen maar naar, dring erin door, confronteer je ermee, maar wacht af – verwoord het niet. Waarom zo’n haast? Door het onder woorden te brengen is de mind weer van een andere kant binnengekomen en je bent misleid. Wees alert op deze truc van de mind.


In het begin gebeurt dit altijd; dus als dit weer gebeurt, wacht dan gewoon af. Kom niet in de valkuil terecht. Zeg niets – blijf stil. Dan ga je er binnen en dan is het niet tijdelijk, want als je eenmaal de ware leegheid kent, kun je haar niet verliezen. Het ware kan niet verloren gaan; dat is haar kwaliteit.

Als je eenmaal de innerlijke schat kent, als je eenmaal in contact komt met je diepste kern, dan kun je actief worden, dan kun je doen wat je wilt, dan kun je een gewoon werelds leven leiden, maar de leegheid blijft bij je. Je kunt haar niet vergeten. Ze gaat binnenin je verder. De klanken ervan zijn hoorbaar. Wat je ook doet, dat doen is dan alleen aan de buitenkant; van binnen blijf je leeg.

En als je van binnen leeg kunt blijven met het doen alleen aan de buitenkant, wordt alles wat je doet goddelijk, neemt alles wat je doet de hoedanigheid aan van het goddelijke, omdat het nu niet van jou afkomstig is. Nu komt het rechtstreeks uit de oorspronkelijke leegheid, de oorspronkelijke nietsheid. Als je dan spreekt zijn die woorden niet van jou. Dat is wat Mohammed bedoelt als hij zegt: ‘Deze Koran is niet vanuit mij uitgesproken. Hij is tot mij gekomen alsof iemand via mij sprak.’ Het kwam uit de innerlijke leegte. Dat bedoelen hindoes als ze zeggen: ‘De Veda’s zijn niet door mensen geschreven, het zijn geen menselijke documenten, maar het goddelijke, de goddelijkheid zelf heeft gesproken.’


Dit zijn symbolische manieren om iets te zeggen dat heel mysterieus is. En dit is het mysterie: als je volkomen leeg bent, is alles wat je doet of zegt niet van jou – want je bent er niet meer. Het komt uit de leegheid. Het komt uit de diepste bron van het bestaan. Het komt uit dezelfde bron waaruit het hele bestaan is gekomen. Dan ben je de baarmoeder binnengegaan, de pure baarmoeder van het bestaan. Dan zijn je woorden niet van jou, dan zijn je daden niet van jou. Het is alsof je alleen maar een werktuig bent – een werktuig van het geheel.


Als leegheid alleen tijdelijk wordt gevoeld, en het dan als een flits komt en gaat, is het niet echt. En als je erover begint te denken, gaat zelfs het onechte verloren. Het vraagt grote moed op dat moment niet te denken. Het is de grootste beheersing die ik ken. Als de mind stil wordt en als je leeg wordt, vraagt het de grootst mogelijke moed niet te denken, want het hele verleden van de mind doet zijn invloed dan gelden. Het hele mechanisme zegt dan: ‘Denk nu toch!’


Op subtiele manieren, indirecte manieren, dwingen je oude herinneringen je te denken – en als je denkt ben je weer terug. Als je op dat moment stil kunt blijven, als je niet wordt verleid door het mechanisme van je herinnering en je mind… Dit is echt de duivel – je eigen mind die je verleidt. Telkens als je leeg wordt, verleidt de mind je en creëert iets om over te denken – en als je erover gaat denken, ben je weer bij het begin.


Men zegt dat toen Bodhidharma, een van de grote meesters, naar China ging, er zich vele discipelen om hem heen hadden verzameld. Hij was de eerste zenmeester. Een discipel die zijn belangrijkste discipel zou worden kwam naar hem toe en zei: ‘Ik ben nu volkomen leeg geworden.’ Bodhidharma gaf hem meteen een klap en zei: ‘Ga nu maar en gooi deze leegheid ook weg! Je bent nu vol leegheid – gooi ook die weg. Alleen dan ben je echt leeg.’

Begrijp je? Je kunt vol zijn van de idee van leegheid. Dan hangt het om je heen, wordt het een wolk. Hij zei: ‘Gooi deze leegheid ook weg en kom dan bij me.’ Als je zegt dat je leeg bent, ben je niet leeg. Nu is dit woord ‘leeg’ belangrijk geworden en je bent er vol van. Ik zeg hetzelfde tegen je – gooi deze leegheid ook weg.

Uit: Het boek der geheimen, Hoofstuk 56

soetra 16: Leven vanuit je hart
 soetra 17: Kies niet, blijf in het midden
 soetra 32: Kijk naar een ding alsof het voor de eerste keer is
 soetra 58: Zie de wereld als een drama
 soetra 63:
Wanneer je helder bewust bent door een bepaald zintuig, blijf bij die bewustwording
 soetra 64: Wees ononderbroken bewust
 Soetra 107: Dit bewustzijn bestaat als ieder wezen, en niets anders bestaat.,


OSHO PUBLIKATIES
Churchillstraat 11, 7091 XL Dinxperlo
tel. +31-(0)315 – 654 737
e-mail: info@osho.nl

© Copyright teksten, foto’s en illustraties van Osho: Osho International Foundation
© Copyright Nederlandse teksten van Osho: Osho Publikaties
Voor informatie over kopiëren/publiceren van teksten van Osho, zie: 
www.osho.com/copyrights