Osho waving its hands


Zorba de Boeddha: de totale mens

VAT HET LEVEN HEEL SPEELS OP – dan kun je beide werelden tegelijkertijd hebben. Je kunt alles hebben. En dat is de ware kunst! Deze wereld en die, geluid en stilte, liefde en meditatie, met mensen zijn, verbonden zijn en alleenzijn. Al deze dingen moeten geleefd worden in een soort gelijktijdigheid; alleen dan leer je de allerdiepste diepten van je wezen en de allergrootste hoogten van je wezen kennen.

EEN ADVOCAAT BEENDE NAAR DE RAND van een steengroeve waar een ploeg arbeiders aan het werk was en riep de naam van Timothy O’Toole.
‘Wie moet mij hebben?’ vroeg een zware stem.
‘Mijnheer O’Toole,’ vroeg de advocaat, ‘komt u uit Castlebar, graafschap Mayo?’
‘Inderdaad’.
‘En heette uw moeder Bridget en uw vader Michael?’
‘Jawel.’
‘Dan moet ik u ervan in kennis stellen, mijnheer O’Toole,’ zei de advocaat, ‘dat uw tante Mary in Iowa overleden is en u een buitenhuis ter waarde van 200.000 dollar heeft nagelaten’.
Onderin viel een korte stilte, gevolgd door een flink tumult.
‘Komt u, mijnheer O’Toole?’ riep de advocaat naar beneden.
‘Momentje,’ loeide het antwoord terug, ‘ik ben net klaar met het in elkaar slaan van de voorman.’
O’Toole had maar een half jaar van uiterst wild leven nodig om al zijn 200.000 dollars uit te geven. Zijn inspanning gold voornamelijk het lessen van een enorme, erfelijk bepaalde dorst. Daarna keerde hij terug naar zijn werk. En toen kwam de advocaat hem nog eens opzoeken.
‘Deze keer is het uw oom Patrick, mijnheer O’Toole,’ zei de advocaat. ‘Hij is overleden in Texas en heeft u 400.000 dollar nagelaten.’
O’Toole leunde zwaar op zijn houweel en schudde in grote vermoeidheid zijn hoofd. ‘Ik denk niet dat ik dat kan aannemen,’ verklaarde hij. ‘Ik ben niet zo sterk meer als vroeger, en ik betwijfel of ik al dat geld erdoorheen krijg zonder dat ik het loodje leg.’

Dat is in het Westen gebeurd. Het is de mens in het Westen gelukt alle welvaart te verwerven waar heel de mensheid door alle tijden heen naar heeft verlangd. Het is het Westen gelukt in materieel opzicht rijk te worden en nu is het te lusteloos, te moe. De reis heeft heel zijn ziel gekost. De reis heeft de westerse mens geruďneerd. Uiterlijk is alles aanwezig, maar het contact met het innerlijk is verloren gegaan. Alles wat de mens nodig heeft, is nu beschikbaar, maar de mens zelf is er niet meer. Er zijn wel bezittingen, maar de meester is verdwenen; er is een grote onevenwichtigheid. De rijkdom is er wel maar de mens voelt zich helemaal niet rijk; de mens voelt zich integendeel verarmd, heel arm.

Denk eens aan die tegenstrijdigheid: pas als je uiterlijk rijk bent, word jij door de tegenstelling bewust van je innerlijke armoede. Als je uiterlijk arm bent, word je nooit bewust van je innerlijke armoede, omdat er geen tegenstelling is. Met wit krijt schrijf je op zwarte schoolborden, niet op witte borden. Waarom? Omdat het alleen op zwarte borden te zien is. Contrast moet er zijn.

Als je uiterlijk rijk bent, dringt plotseling een groot besef door dat: ‘Ik ben innerlijk arm, een bedelaar.’ En als een schaduw volgt daarop een gevoel van wanhoop: ‘Alles waar we aan gedacht hebben is bereikt – alle voorstellingen en fantasieën zijn vervuld – en er is niets uit voortgekomen, geen tevredenheid, geen gelukzaligheid.’

Het Westen is van zijn stuk gebracht. En uit die verbijstering komt een groot verlangen op: hoe weer in contact met zichzelf te komen.

Meditatie is niets anders dan opnieuw je wortels in je innerlijke wereld vestigen, in je binnenste. Daarom is het Westen heel geďnteresseerd in meditatie en heel geďnteresseerd in de oosterse schatten.
Toen het Oosten rijk was, was het Oosten ook in meditatie geďnteresseerd; dit moet je goed begrijpen. Daarom ben ik niet tegen rijkdom en denk ik niet dat armoede enige spirituele waarde heeft. Ik ben sterk tegen armoede, omdat een land dat arm wordt het contact met alle meditatie, met alle spirituele inspanningen verliest. Een land dat uiterlijk arm wordt, verliest het besef van innerlijke armoede.

Daarom kun je op Indiase gezichten een soort tevredenheid zien die in het Westen niet gevonden wordt. Maar het is geen echte tevredenheid: het is alleen maar een onbewustheid van de innerlijke armoede. Indiërs denken: ‘Kijk eens naar de angst, de pijn en de spanning op die westerse gezichten. Alhoewel we zijn arm, zijn we innerlijk tevreden.’ Dat is volkomen onzin, ze zijn niet tevreden. Ik heb duizenden mensen gadegeslagen – ze zijn niet tevreden. Maar een ding is wel waar: ze zijn zich niet bewust van hun ontevredenheid, want om bewust te zijn van de ontevredenheid, is uiterlijke rijkdom nodig. Zonder uiterlijke rijkdom wordt niemand zich bewust van zijn innerlijke ontevredenheid – en daar zijn bewijzen genoeg voor.

Alle avatars van de hindoes waren koningen of koningszonen. Alle tirthankara’s, de jaďnameesters waren koningen; en Boeddha ook. Alle drie grote tradities van India zijn een overvloedig bewijs.


In India wordt armoede geëerd. Dat is een van de redenen waarom ik voortdurend word veroordeeld, omdat ik voor geen enkele vorm van armoede ben. Armoede is geen spiritualiteit, armoede is de oorzaak dat spiritualiteit verdwijnt.
Ik zou willen dat de hele wereld zo welvarend mogelijk werd. Hoe welvarender mensen zijn, hoe spiritueler ze worden. Ze zullen wel moeten, ze kunnen er niet onderuit. En pas dan ontstaat echte tevredenheid.

Als je innerlijke rijkdom kunt scheppen en de tijd komt dat er opnieuw een harmonie ontstaat – innerlijke rijkdom en uiterlijke rijkdom ontmoeten elkaar – dan is er echte tevredenheid. Als uiterlijke armoede en innerlijke armoede elkaar ontmoeten, dan is er onechte tevredenheid. Op allebei deze manieren is harmonie mogelijk. Als uiterlijk en innerlijk in harmonie zijn, voelt men zich tevreden.


MIJN BOODSCHAP IS EENVOUDIG. Mijn boodschap is een nieuwe mens, Homo Novus. De oude voorstelling van de mens was die van het een of het ander: materieel of spiritueel, moreel of immoreel, zondaar of heilige. Ze berustte op verdeling, splitsing. Ze schiep een gespleten mensheid. Het hele verleden van de mensheid is ziek, ongezond, krankzinnig. In drieduizend jaar zijn er vijfduizend oorlogen uitgevochten. Dat is volkomen waanzinnig, niet te geloven. Het is stom, achterlijk, onmenselijk.

Zodra je de mens in tweeën deelt, schept je hel en ellende voor hem. Hij kan nooit gezond zijn en kan nooit heel zijn; de andere helft die hem ontzegd is, blijft wraak nemen. Die blijft middelen en wegen zoeken om te zegevieren over het gedeelte dat je aan jezelf hebt opgelegd. Je wordt een slagveld, een burgeroorlog. Dat was in het verleden het geval.

In het verleden waren we niet in staat echte mensen te scheppen, alleen maar mensachtigen. Een mensachtige is iemand die eruitziet als een mens maar volkomen kreupel, verlamd is. Hem is niet toegestaan volledig tot bloei te komen. Hij is half en omdat hij half is, verkeert hij altijd in pijn en in spanning; hij kan niet vieren. Alleen een heel mens kan feestvieren. Vieren is de geur van heel zijn.
Alleen een boom die helemaal geleefd heeft, bloeit. De mens heeft nog niet gebloeid.

Het verleden was heel duister en troosteloos. Het was een donkere nacht van de ziel. En omdat het onderdrukkend was, moest het wel tot agressie leiden. Als er iets wordt onderdrukt, wordt de mens agressief, verliest hij alle zachte eigenschappen. Dat is tot nu toe altijd zo geweest. Wij zijn op een punt gekomen waarop het oude moet worden losgelaten en het nieuwe moet worden aangekondigd.

De nieuwe mens is niet of/of – hij is en/en. De nieuwe mens is aards en goddelijk, werelds en onwerelds. De nieuwe mens aanvaardt zijn totaliteit en hij beleeft die zonder enige innerlijke onenigheid, hij is niet gespleten. Zijn goddelijkheid staat niet tegenover de duivel, zijn moraliteit staat niet tegenover immoraliteit, hij kent geen tegenstelling. Hij transcendeert dualiteit, hij is niet schizofreen. Met de nieuwe mens komt er een nieuwe wereld, want de nieuwe mens neemt op een kwalitatief andere manier waar. Hij leeft een totaal ander leven, dat tot nu toe nog niet geleefd is. Hij is een mysticus, een dichter, een wetenschapper, alles ineen. Hij kiest niet. Hij is zonder te kiezen zichzelf.

Dat is wat ik leer: Homo Novus, een nieuwe mens, geen mensachtige. De mensachtige is geen natuurlijk verschijnsel. De mensachtige is geschapen door de maatschappij – door de priester, de politicus, de opvoeder. De mensachtige is gemaakt, in elkaar gezet. Elk kind verschijnt als een mens – totaal, heel, levend, zonder enige gespletenheid. En meteen begint de maatschappij hem te verstikken, te onderdrukken, in stukjes te knippen, hem te vertellen wat hij mag doen en wat hij niet mag doen, hoe hij moet zijn en hoe hij niet moet zijn. Al gauw is zijn heelheid verloren gegaan. Hij gaat zich schuldig voelen over heel zijn wezen. Hij ontkent heel veel wat natuurlijk is, en door dat hele ontkennen verliest hij zijn creativiteit. Nu is hij alleen nog maar een fragmentje en een fragmentje kan niet dansen, een fragmentje kan niet zingen. En een fragmentje heeft altijd zelfmoordneigingen, want een fragmentje kan niet weten wat het leven is. De mensachtige kan niet voor zichzelf beslissen. Anderen hebben beslissingen voor hem genomen – zijn ouders, leraren, leiders, priesters; zij hebben hem al zijn besluitvaardigheid ontnomen. Zij beslissen, zij commanderen; hij laat zich eenvoudig leiden. De mensachtige is een slaaf.

Ik leer vrijheid. De mens moet nu elke soort onderworpenheid vernietigen en uit alle gevangenissen treden – geen slavernij meer. De mens moet individueel worden.

uit: Osho Autobiografie

OSHO PUBLIKATIES
Churchillstraat 11, 7091 XL Dinxperlo
tel. +31-(0)315 – 654 737
e-mail: info@osho.nl

© Copyright teksten, foto’s en illustraties van Osho: Osho International Foundation
© Copyright Nederlandse teksten van Osho: Osho Publikaties
Voor informatie over kopiëren/publiceren van teksten van Osho, zie: 
www.osho.com/copyrights