De penberg
De Prins van Woe voer met een boot naar de apenberg. Zodra de apen hem zagen 
vluchtten ze in paniek weg en verscholen zich in de boomtoppen.

Maar ťťn aap bleef, hij slingerde volslagen onbezorgd van tak tot tak 
- een bijzonder schouwspel.
De prins schoot een pijl af op de aap,
maar de aap griste de pijl heel handig uit de lucht.
Daarop beval de prins zijn gevolg
gezamenlijk de aanval in te zetten. In een oogwenk
was de aap doorzeefd met pijlen en viel dood neer.
Toen wendde de prins zich tot zijn metgezel Jen Poe'i `Zag je wat er gebeurde?
Dat beest liep met zijn behendigheid te koop.
Hij vertrouwde op zijn eigen vaardigheden.
Hij dacht dat niemand hem kon deren.
Onthoud dat!  
Verlaat je niet op aanzien en talent
als je met mensen van doen hebt!'
Toen ze thuiskwamen werd Jen Poe'i de discipel van een wijze
om zich te ontdoen van alles waarin hij uitblonk.  
Hij zag af van alle genoegens.
Hij leerde zijn talenten te verbergen.
Weldra kon niemand in het koninkrijk hem nog doorgronden.
Daarom hadden ze ontzag voor hem.

In dit verhaal ligt een van de meest geheime sleutels van de tao besloten. Volgens de tao moet je al je mooie eigenschappen verbergen en ze nooit aan de grote klok hangen. Al het ware en waardevolle van jezelf moet je verbergen, want een waarheid die in het hart verborgen blijft, groeit als een zaadje dat in de aarde wordt gestopt. Gooi het niet naar buiten. Als je een zaadje op straat gooit waar iedereen het kan zien, gaat het dood en heeft zijn dood nergens toe gediend. Het gaat gewoon dood en wordt niet opnieuw geboren.

Behandel al wat mooi, goed en waar is als een zaadje. Geef het wat aarde, een verborgen plekje in je hart, loop er niet mee te koop. Maar iedereen doet juist het tegenovergestelde: wat slecht is verberg je, je wilt niet dat anderen dat weten. Wat lelijk is stop je weg en met wat mooi is, ook al denk je alleen maar dat het mooi is, loop je te koop, je overdrijft het, je maakt er een vertoning van. Daarom ben je zo ongelukkig - want wat lelijk is groeit en wat mooi is gaat verloren. Het onechte groeit, het wordt een zaadje en de waarheid wordt vergooid.

Wat kostbaar is wordt weggedaan en wat rommel is groeit; je wordt als een veld vol onkruid. Er komen geen bloemen in je leven omdat je nooit gedaan hebt wat je moest doen: het zaad van de bloem in je binnenste verbergen. De weg ligt juist in tegenovergestelde richting en ik noem dit een van de meest geheime sleutels van de tao.

Iemand die in de tao leeft blijft gewoon, doodgewoon. Niemand weet wie hij is, niemand weet wat er in hem schuilt, welke schat. Hij loopt er niet mee te koop, hij maakt er geen vertoning van. Maar waarom lopen we ermee te koop? Vanwege het ego. Je bent niet tevreden met jezelf, je bent pas tevreden als anderen je gaan waarderen. De kohinoor is niet genoeg. Je hebt dan wel een kostbare edelsteen, maar dat is niet genoeg; anderen moeten hem bewonderen. De mening van anderen stel je meer op prijs dan je eigen wezen. Je kijkt in andermans ogen alsof het spiegels zijn en als ze je bewonderen, je toejuichen, dan voel je je lekker.

Het ego is een surrogaat. Het is een vergaarbak van de meningen van anderen, het is geen kennis van het zelf. Dit zelf, het zogenaamde zelf dat in werkelijkheid het ego is, is niets dan een vergaarbak van spiegelbeelden - en zo zit je altijd in angst. De anderen kunnen van gedachten veranderen, je bent altijd van hen afhankelijk. Als ze zeggen dat je goed bent moet je je aan hun regels houden om goed te blijven, je moet je eraan houden om in hun ogen goed te blijven, want als ze eenmaal van mening veranderen ben je ineens niet meer goed. Je hebt geen directe toegang tot je wezen, alleen via anderen. Dus je loopt er niet alleen mee te koop, je overdrijft en zwendelt. Misschien heb je wel een beetje waarheid, een beetje schoonheid, maar je blaast het op en dat maakt het lachwekkend.

Ik herinner me - ik zal het nooit vergeten - de eerste keer dat ik Moella Nasroedin ontmoette. Een gemeenschappelijke kennis stelde ons aan elkaar voor. De kennis zei onder andere dat Moella Nasroedin een groot schrijver was. En daarbij glimlachte hij veelbetekenend.
  Ik vroeg dus aan Moella Nasroedin: `Wat hebt u zoal geschreven?'
  Hij antwoordde: `Ik ben net klaar met Hamlet.'
  Ik kon mijn oren niet geloven, dus ik stelde hem een volgende vraag: `Hebt u ooit gehoord van een vent die bekendstaat als William Shakespeare?'
  Moella Nasroedin zei: `Dat is eigenaardig, want die vraag is me al eerder gesteld, toen ik Macbeth had geschreven.' En hij vroeg: `Wie is die man, William Shakespeare? Hij pleegt kennelijk voortdurend plagiaat. Wat ik schrijf, schrijft hij ook.'

Je denkt dat iedereen jou imiteert en in werkelijkheid imiteer jij steeds alle anderen. Je bent een kopie, je bent geen echt mens, want een echt mens heeft geen uiterlijk vertoon nodig.

Ik heb eens gehoord van het volgende voorval in een vakantieoord, op het gazon van een groot hotel. Drie bejaarde vrouwen zaten daar te kaarten. Er voegde zich een vierde bij hen die vroeg of ze mee mocht doen.
  Ze zeiden: `Natuurlijk, welkom, maar je moet je aan de regels houden.'
  En ze gaven haar een gedrukt kaartje waarop vier regels stonden. De eerste was: Praat nooit over nertsjassen, want die hebben we allemaal. De tweede: Praat nooit over je kleinkinderen, want we zijn allemaal grootmoeder. Ten derde: Praat nooit over sieraden, want we hebben allemaal dure juwelen die gekocht zijn bij de beste leveranciers. En ten vierde: Praat nooit over seks - dat is oude koeien uit de sloot halen!

Maar iedereen wil over zichzelf praten, over zijn nertsjassen, zijn sieraden, zijn kinderen, zijn seksleven. Iedereen zanikt tegen iedereen. En als je dat gezanik tolereert, doe je dat alleen maar vanwege een wederzijdse afspraak: als hij tegen jou zanikt mag jij ook tegen hem zaniken. Je zit erop te wachten - als hij klaar is met zijn optreden, kun je zelf beginnen. En het hele leven wordt een onechte, doorlopende vertoning. Wat bereik je daarmee? Niet meer dan een vals gevoel dat je belangrijk en bijzonder bent.

Hoe kun je bijzonder worden door een nertsjas te bezitten? Hoe kun je bijzonder worden door kostbare juwelen te bezitten? Hoe kun je bijzonder worden door het een of ander te doen? Bijzonderheid heeft niets te maken met wat je doet, maar met wat je bent. En je bent al bijzonder, iedereen is uniek, dat hoef je niet te bewijzen. Als je het probeert te bewijzen, bewijs je juist het tegendeel. Als iets al zo is, hoe kun je het dan bewijzen? Als je het probeert te bewijzen laat je alleen maar zien dat je niet beseft dat je van huis uit al uniek bent.

Dus als je iets wilt bewijzen, laat dat zien dat je eraan twijfelt. Je wilt je twijfel wegnemen via andermans ogen, door middel van hun mening. Je bent er niet echt van overtuigd dat je zo'n mooi mens bent, je wilt graag anderen horen zeggen dat je mooi bent.

In een klein dorpje had de dorpspriester de gewoonte om na een huwelijksvoltrekking de bruid te kussen. Het was een oude traditie.
  Een vrouw die ging trouwen zat er erg over in. Ze vond zichzelf erg mooi, net als alle vrouwen. Dat is vrouwen eigen, het is niets nieuws. Echt, elke vrouw vindt dat - zelfs de lelijkste. Ze vond zichzelf erg mooi en ze maakte zich grote zorgen. Ze zei steeds weer tegen haar aanstaande, tegen de bruidegom: `Ga de priester zeggen dat ik na de trouwerij niet gekust wil worden.'
  Vlak voor de bruiloft vroeg ze de bruidegom weer: `Ben je bij de priester geweest, heb je het hem gezegd?'
  De bruidegom zei heel somber: `Ja.'
  De bruid vroeg: `Waarom ben je zo somber?'
  De bruidegom antwoordde: `Ik heb het tegen de priester gezegd en hij was erg blij. Hij zei: "In dat geval reken ik maar de helft van de normale prijs."'

Je vindt jezelf misschien wel een mooi mens, maar niemand denkt zo over jou, want iedereen houdt zich bezig met zijn eigen schoonheid, niet met de jouwe. En als iemand knikt en zegt: `Ja, je bent mooi', wacht hij of zij er alleen maar op dat jij bevestigt dat hij of zij mooi is. Het is een wederzijdse afspraak: `Jij streelt mijn ego en ik het jouwe. Ik weet best dat je niet mooi bent, jij weet best dat ik niet mooi ben, maar ik streel jouw ego, dus moet jij het mijne strelen.'

En iedereen schijnt er zoveel behoefte aan te hebben zich uniek te voelen. Dat wil zeggen dat je je eigen innerlijk niet hebt ontmoet, dat uniek is zonder het te hoeven bewijzen. Bewijzen zijn alleen nodig voor leugens - onthoud dat. Daarom kun je God niet bewijzen - want hij is de ultieme waarheid. Bewijzen zijn alleen nodig voor leugens, de waarheid heeft geen bewijs nodig; ze is - dat is genoeg.

En ik zeg je dat je uniek en bijzonder bent. Probeer het niet te zijn, dat is belachelijk, je maakt jezelf gewoon belachelijk en iedereen lacht je achter je rug uit. Als jij er niet van overtuigd bent dat je uniek bent, wie dan wel? Overtuiging heeft geen bewijs nodig. En hoe krijg je die overtuiging? Die krijg je door zelfkennis.

Er zijn dus twee manieren. Kennis - rechtstreekse, onmiddellijke kennis van jezelf - dat is de goede manier. En de verkeerde manier is jezelf kennen via anderen - via wat zij zeggen. En als je jezelf niet kent, hoe kunnen zij je dan kennen? Ze staan heel ver van je af. Jij bent het dichtste bij om jezelf te kennen. Als jij je realiteit niet kent, hoe kunnen anderen die dan kennen?

Maar omdat het ons ontbreekt aan zelfkennis hebben we een surrogaat nodig: het ego is het surrogaat en het ego wordt constant geŽtaleerd. Je bent net een etalage in een winkelcentrum. Je bent een handelsartikel geworden, je hebt van jezelf een handelsartikel gemaakt in de etalage, altijd in de etalage, altijd smekend om te horen: `Je bent goed, mooi, je bent een heilige, je bent fantastisch, bijzonder.'

De tao is hiertegen, want de tao zegt dat je op die manier je leven verspilt. Diezelfde energie kan rechtstreeks naar je wezen stromen en als je wezen blootgelegd wordt is het bijzonder.

Dus iemand die op zoek is naar zelfkennis blijft in de ogen van anderen gewoon. Dat deert hem niet, hij verstopt zich, hij maakt geen vertoning van zichzelf. Hij is geen expositie, hij is geen toneelopvoering. Hij houdt zich stil, hij leeft stilletjes, hij geniet stilletjes van het leven. Hij wil graag dat niemand zich met hem bemoeit, want als iemand zich met je gaat bemoeien, aan je gaat denken, wordt het moeilijk en ingewikkeld - dan wordt het steeds moeilijker jezelf te kennen.

Je moet die weg alleen gaan en als je op de massa let, als je denkt dat de massa met je mee moet, dan bereik je het nooit.

Als je een exhibitionist bent blijf je een handelsartikel, een voorwerp. Je wordt nooit een mens, want `de mens' ligt diep in de spelonken van je wezen verborgen. Het is de diepst mogelijke plek van het hele bestaan. Je bent de diepste afgrond. Daar kan niemand je volgen. Je moet het in je eentje doen. En als je je te druk maakt om anderen, wat ze zeggen, wat ze denken, blijf je aan de oppervlakte. Dat is punt een.

Punt twee is: als je van jezelf een vertoning maakt verberg je wat lelijk is. Door je kleren, door je woorden, je gebaren, je maskers, je daden probeer je te verbergen wat lelijk en fout is. Wat doe je dan? Dat foute wordt van binnen een zaadje dat gaat groeien. En hoe dieper je het wegdrukt, des te dichter duw je het naar de bron van alle energie; je maakt het sterker. En het mooie gooi je eruit - dat kan nooit een zaadje worden.

Doe precies het tegenovergestelde. Als je iets lelijks hebt, laat dat dan aan anderen zien: dan brokkelt het af. Als je een nijdig mens bent, vertel dan aan iedereen: `Ik ben nijdig, je moet niet van me houden, je moet geen vriend van me worden. Ik ben een heel slecht mens. Ik ben lelijk, ik ben immoreel, ik ben inhalig, ik ben wellustig.' Vertel al je slechte eigenschappen, vertel ze niet alleen maar handel er ook echt naar. En dan zul je tot je verbazing merken dat de dingen die je eruitgooit, afbrokkelen.

En verberg het mooie. Laat het dieper wegzinken zodat het wortel kan schieten in je wezen en kan groeien. Maar je hebt juist het tegenovergestelde gedaan.

Probeer nu dit verhaal te begrijpen.
De Prins van Woe voer met een boot naar de apenberg.
Tswang Tse keek altijd naar de apen. Hij had er veel belangstelling voor, omdat ze de voorlopers zijn van de mens. En in jou zit een aap verscholen! Deze hele wereld is niets anders dan een apenberg, overal apen.

Wat is het kenmerk van een aap? Wat is de meest essentiŽle karaktertrek van de aap? Dat is našpen. Gurdjieff zei altijd dat je geen mens kunt worden zolang je niet ophoudt een aap te zijn - en hij had gelijk. Iemand vroeg hem: `Wat is de meest essentiŽle karaktertrek van een aap?' Hij zei: `Našpen, imitatie.'

Apen zijn perfecte našpers. Wat heb je je leven lang gedaan? Ben je een mens geweest of een aap? Je imiteert, je kijkt om je heen en volgt de anderen; door ze te volgen word je onecht. Je ziet iemand op een bepaalde manier lopen en je probeert ook zo te lopen; iemand heeft een bepaald kledingstuk aan en jij wilt dat ook hebben; iemand heeft een auto en jij wilt die auto ook - zo gaat het met alles!

Je kijkt nooit waar je zelf behoefte aan hebt. En als je gewoon kijkt wat je nodig hebt kan het leven een gelukzalig bestaan worden, want je hebt niet veel nodig. Door imitatie kom je op een weg terecht die uiteindelijk doodloopt. Je hebt niet veel nodig, je hebt maar weinig behoeften; als je kijkt naar wat jŪj nodig hebt ben je gauw tevreden. Je bent makkelijk tevreden te stellen, want wat heb je nodig? Dat is erg weinig. Maar als je gaat imiteren, dan word je overspoeld door miljoenen onnodige behoeften. En er komt geen eind aan, want er zijn miljoenen mensen en je zou iedereen willen imiteren. Het wordt een onmogelijke zaak; je gaat het leven van ieder ander leven en je vergeet dat je hier bent om je eigen leven te leiden. Je bent een našper geworden.

Je bent hier om je eigen bestemming te bereiken en die bestemming geldt voor jou alleen, voor niemand anders. Dit bestaan heeft je het leven gegeven om een bepaalde bestemming te bereiken, die door niemand anders kan worden bereikt. Boeddha kan het niet, Jezus kan het niet, alleen jij kan het. Maar jij imiteert anderen. Daarom zeggen de hindoes dat je steeds opnieuw het leven in geschopt wordt totdat je ophoudt met imiteren - dat is de theorie van de wedergeboorte. Je wordt er steeds opnieuw in geschopt totdat je je bestemming bereikt - je moet steeds terugkomen totdat je tot bloei gekomen bent. Hoe kun je tot bloei komen als je imiteert? Je ziet een musicus en je wilt musicus worden; je ziet een acteur en je wilt acteur worden; je ziet een arts en je wilt arts worden. Je wilt alles worden behalve jezelf - en dat is het enige dat je kunt worden, niets anders. Iets anders is niet mogelijk en niemand anders is als jij, dus niemand kan jouw ideaal worden.

Je kunt van Boeddha houden, Boeddha is prachtig - maar imiteer hem niet, anders sla je de plank mis. Jezus is fantastisch, maar hij is niet meer nodig; het bestaan heeft die bestemming bereikt, dat werk is af. Hij is tot bloei gekomen. Daarom keert iemand die tot bloei gekomen is nooit terug. Je kunt van Jezus houden, maar wees geen našper, want dan kom je niet tot vervulling, je voorland is ellende en angst. Je kunt eigenlijk niemand volgen. Je kunt aanwijzingen krijgen, maar dan moet je erg op je hoede zijn; een aanwijzing mag geen blinde našperij worden.

Als je een boeddha ziet, neem dan ter harte hoe hij tot bloei gekomen is. Hoe heeft hij dat bereikt? Wat heeft hij daarvoor gedaan? Probeer het te begrijpen en neem dat inzicht goed in je op. Langzamerhand ga je aanvoelen waar je weg ligt. Die is nooit dezelfde als die van Boeddha, dat is onmogelijk, het is een totaal andere weg. Maar het helpt als je Boeddha tot je laat doordringen. Je zult op je eigen manier moeten groeien, maar je krijgt meer inzicht als je hem in je opneemt. Dat is het verschil tussen een echte discipel en een onechte volgeling.

Een discipel is iets heel anders dan een volgeling. Ik wil jullie vragen mijn discipelen te zijn, niet mijn volgelingen. Wat is discipline? Discipline is leren. De stam van het woord discipline komt van leren. Het heeft niets te maken met zelfbeheersing, helemaal niets. Een discipel is iemand die bereid is te leren; een discipel is iemand die bereid is te absorberen; een discipel is iemand die open en ontvankelijk is; een discipel is iemand die bereid is een baarmoeder te worden. Hij is niet in de contramine, hij stribbelt niet tegen, hij maakt geen tegenwerpingen. Hij probeert tot inzicht te komen en als je tot inzicht probeert te komen, houdt het hoofd op met functioneren. Want je hoofd kan twee dingen doen: ofwel het kan vechten ofwel het kan volgen. Het kan ůf blindelings volgen ůf blindelings vechten, maar het kan nooit een discipel worden.

Een discipel is iets heel anders, want hij oriŽnteert zich niet op zijn hoofd; een discipel oriŽnteert zich op zijn hart. Hij houdt van de meester, hij absorbeert hem en gaat dan zijn eigen weg.

Het is heel indirect, heel delicaat. Het gebeurt niet rechtstreeks. Je kunt niet gewoon de meester observeren en doen wat hij doet - dan word je een volgeling. Je kunt zijn woorden niet van buiten leren en citeren - dan word je een volgeling, dan is het een inspanning van je hoofd en je hoofd vormt juist het probleem.

Wanneer je niet in gevecht bent en niet op zoek naar iemand die je kunt imiteren, valt je bewustzijn uit je hoofd in je hart. Dan ben je open, dan leef je simpelweg in liefde. Dat wordt er bedoeld met shraddha, vertrouwen. Het is noch geloof noch ongeloof.

Denk niet dat vertrouwen hetzelfde is als geloof, dat is het niet. Geloof zit in het hoofd, ongeloof zit in het hoofd, vertrouwen zit in het hart. Het heeft niets met geloof of ongeloof te maken. Geloven of niet geloven doet helemaal niet ter zake; je hebt alleen maar lief.

Je ziet een roos. Geloof je erin of geloof je er niet in? Je doet niets, je kijkt er alleen maar naar. Je bent er niet vůůr, je bent er niet tegen. De zon komt 's morgens op. Wat doe je dan? Ben je een gelovige of een ongelovige of volg je de hele dag het pad van de zon omdat je een volgeling bent? Op beide manieren word je gek. Je geniet simpelweg, je neemt de ochtend in je op, het frisse, het jonge, het nieuwe - met de zon komt alles tot leven. Je geniet van het leven zelf en komt daardoor steeds meer tot leven. Je kijkt naar een roos en iets van de roos dringt door tot je hart. Van buiten staat de roos in bloei, van binnen begint het hart te bloeien. Je komt bij een meester, een Boeddha, een Jezus of een Tswang Tse. Wat doe je dan? Doe precies wat je zou doen bij een roos of een zonsopgang. Je hoeft hem niet te volgen, je hoeft hem niet niet te volgen, neem hem alleen maar in je op.

Jezus' laatste woorden tot zijn discipelen waren: `Eet mij, laat mij je eten en drinken zijn, laat mij in je bloed stromen, absorbeer mij.' Als hij zegt: `Eet mij', dan wil dat zeggen: absorbeer me, neem me in je op; je moet me niet aan de buitenkant volgen maar me in je opnemen, dan krijg je je eigen licht van binnen.

Een ware meester geeft je nooit regels, hij geeft je ogen. Hij wijst je nooit de weg, hij zegt nooit: `Dit is het pad, volg het maar.' Hij geeft je simpelweg licht en zegt: `Ga met dit licht de duisternis in, met dit licht vind je je eigen weg.'

Een onechte meester geeft je altijd een plattegrond: `Hier is de plattegrond. Dwaal niet af, volg de plattegrond.' Hij geeft je geen licht. Als je licht hebt, heb je geen plattegrond nodig, dan vind je je eigen weg.

En iedereen heeft een andere weg te gaan, omdat iedereen anders is. Laat dit inzicht diep in je hart doordringen: er zijn geen twee mensen gelijk, dat is onmogelijk. Het bestaan herhaalt zich niet, het bestaan is nog niet uitgeput, het bestaan blijft nieuwe, unieke bloemen voortbrengen. Iedereen is bijzonder. Dat hoef je niet te bewijzen. Als je het wilt bewijzen, word je geen mens maar een aap. Stop met našpen. Našpen is makkelijk, tot inzicht komen is moeilijk. Daarom ga je našpen, want het is zo gemakkelijk - je hoeft alleen maar regels na te leven. Je hoeft er geen inzicht in te hebben: er worden duidelijke regels gegeven en die hoef je maar op te volgen.

Er komen mensen bij me die zeggen: `Geeft u ons duidelijke regels, dan kunnen we die opvolgen.' Ze bedoelen: `We zijn niet van plan te groeien, we zijn niet van plan zelf volwassen te worden. Geeft u ons gewoon duidelijke regels: wat we moeten eten, wat we niet mogen eten, hoe laat we 's morgens moeten opstaan en hoe laat we naar bed moeten. Geeft u ons gewoon duidelijke regels die we kunnen naleven.' Je wilt een aap worden, geen mens.

Een mens vraagt nooit om duidelijke regels, hij vraagt om inzicht, zodat hij zijn eigen weg kan vinden, zodat hij zelf de wijde wereld in kan trekken. Hij hoeft geen plattegrond mee te nemen, geen kompas. Je innerlijke licht zal je de weg wijzen.

En dat heeft schoonheid, want dan ben je vrij. Waar geen vrijheid is, is geen schoonheid. Een keurslijf, slavernij, is het ergste dat er is.

De Prins van Woe voer met een boot naar de apenberg.
Zodra de apen hem zagen vluchtten ze in paniek weg
en verscholen zich in de boomtoppen.

Maar ťťn aap bleef, hij slingerde volslagen onbezorgd  
van tak tot tak - een bijzonder schouwspel.

Die aap was vast de leider van de apen, een president, een premier. Als alle gewone stervelingen vluchten, hoe kan een leider dan vluchten? Hoe kan een leider, een groot leider, gewone apen nadoen? Hij moest zich bewijzen, hoe stoer hij was. Anders zou hij in de ogen van de andere apen zijn aanzien verliezen. De vertoning was niet voor de prins bedoeld, maar voor de andere apen. Als je een leider wilt blijven moet je stoer zijn. Als je een leider wilt blijven moet je een vertoning van jezelf maken.

Alle politieke leiders zijn altijd met een vertoning bezig. Je kent hun ware gezicht niet, dat kent niemand. Zelfs hun vrouw en kinderen kennen hun ware gezicht niet. Ze zijn er zo goed in geworden dat niemand weet wie ze zijn, ze gaan altijd door met hun vertoning. Men zegt dat het `ja' van een politicus `misschien' betekent; als hij `misschien' zegt, betekent dat `nee'. En als hij `nee' zegt, is hij geen politicus. Wat een politicus ook zegt, hij meent er niets van en wat hij meent, dat zegt hij niet. En via een politicus kun je jezelf leren begrijpen, want hij geeft gewoon een uitvergroot beeld van jou. De leider is een vergroting van de volgeling en op een vergroting zie je alles altijd beter. Met een vergrootglas zie je het pas.

Het is goed als je probeert de volksleiders te begrijpen, want dat zijn de grootste apen. En denk je dat je hen volgt? In feite, als je diep kijkt, volgen ze jou. Een leider is altijd de volgeling van zijn eigen volgelingen, want hij moet altijd kijken welke kant je opgaat, waar je mee bezig bent. Hij moet van tevoren weten uit welke hoek de wind waait, zodat hij voorop kan lopen.

Moella Nasroedin ging eens ergens heen op zijn ezel. En de ezel liep heel snel. Een vriend vroeg: `Waar ga je heen, Nasroedin?'
  Nasroedin zei: `Om je de waarheid te zeggen weet ik dat niet. Je moet het niet aan mij vragen, maar aan de ezel.'
  De man begreep er niets van en zei: `Hoe bedoel je?'
  Moella Nasroedin zei: `Je bent een vriend van me en daarom moet ik eerlijk de waarheid zeggen. Deze ezel is net als alle andere ezels eigenwijs en koppig en hij maakt me het leven zuur. Als ik een markt of een stad passeer en ik wil de ene kant uit, dan wil hij de andere kant uit. Als ik op het marktplein ben wordt het echt belachelijk, iedereen lacht me uit. De mensen zeggen: "Zelfs je ezel doet niet wat je zegt!" Daarom heb ik de regel ingesteld dat ik dezelfde kant op ga als hij. Iedereen denkt dat de ezel doet wat ik zeg, maar dat is niet zo. Maar de ezel is tevreden en mijn prestige is gered.'

Iedere grote leider volgt alleen maar zijn volgelingen. Hij kijkt steeds uit welke hoek de wind waait en zorgt ervoor dat hij vooroploopt. Dat is het geheim van ware leiders - je moet weten wat de mensen willen. Je moet ze een leuze geven voordat ze zelf beseffen wat ze willen. Dan volgen ze je.

Deze aap moet de leider zijn geweest. Hij moest laten zien dat hij niet bang was, zelfs niet voor een belangrijke prins. De andere apen waren gevlucht, het waren stakkers, gewone apen. Maar hij was geen gewone aap, hij was zelf koning. Hij moest in het zicht blijven, hij moest blijven waar hij was. Op die manier krijgt hij meer aanzien in de ogen van de andere apen.

Maar ťťn aap bleef, hij slingerde volslagen onbezorgd 
van tak tot tak - een bijzonder schouwspel.

De prins schoot een pijl af op de aap...

En jullie prinsen zijn niet zoveel anders. De prins vatte het als een belediging op, die aap gedroeg zich beledigend. Het sprak vanzelf dat alle apen op de vlucht geslagen waren. Maar nu was daar een gewone aap die tegenover een belangrijke prins een show opvoerde en liet zien hoe stoer hij was. Nee, dat kon hij niet toestaan, want de prins had zijn eigen volgelingen. De prins moest rekening houden met de anderen, wat zij zouden denken als zelfs een aap zich niet druk maakte om de prins en zijn eigen gang ging. Die aap moest dood. Of je nu een mens of een aap bent, de logica blijft gelijk.

De prins schoot een pijl af op de aap, 
maar de aap griste de pijl heel handig uit de lucht.

Daarop beval de prins zijn gevolg  
gezamenlijk de aanval in te zetten.

Omdat die aap zich te arrogant en egoÔstisch gedroeg. Kijk... de prins ziet het ego van de aap wel, maar zijn eigen ego ziet hij niet.

En dat gebeurt over de hele wereld. In iedere relatie zie je altijd het ego van de ander, maar je eigen ego zie je niet - en de ander ziet voortdurend jouw ego. Dit verhaal is door een mens geschreven. Stel je voor dat een aap het verhaal had geschreven, dan zou het er heel anders hebben uitgezien. Stel je voor, een Tswang Tse onder de apen die dit verhaal schrijft... Dan zou hij geschreven hebben dat de prins zeer arrogant, eigenwijs en onnodig gewelddadig was - want de aap deed niets verkeerds, hij amuseerde zich gewoon. Waarom zou de prins daardoor in zijn wiek geschoten zijn? Waarom vond hij dat die aap dood moest? Die prins moet een grote egoÔst zijn geweest. Hij probeerde de aap te doden en de aap verdedigde zich alleen maar, anders niet.

Als je het verhaal vanuit het standpunt van een aap bekijkt, wordt het heel anders, maar het principe is hetzelfde en dit gebeurt altijd. Een wijs mens bekijkt ieder probleem ook altijd vanuit het standpunt van de ander. Als je maar ťťn standpunt inneemt kun je geen wijs mens zijn. Probeer af en toe eens in de schoenen van anderen te gaan staan en bekijk de zaak van hun kant.

Er komen heel wat echtparen bij me, man en vrouw, en ze hebben grote problemen, de grootste, want het huwelijk is de primaire verbintenis van het leven. Er heerst veel spanning, er is veel ego en veel onechtheid in het spel en ga zo maar door. Het wordt een hel. Echtparen die bij me komen raad ik altijd aan een dag lang te proberen de rol van de ander te spelen: laat de vrouw de man spelen en de man de vrouw. Vierentwintig uur moeten ze proberen de rol van de ander te spelen, dan zullen ze de ander veel beter begrijpen. Je kunt zelfs een uur lang, in een dialoog, de rol van de ander spelen en vanuit het standpunt van de ander antwoord geven. Daar word je heel ontspannen van.

Je moet flexibel genoeg zijn om te kijken wat de ander op dat moment voelt. De man komt thuis en zegt iets, en doet dat heel argeloos, maar de vrouw voelt zich gekwetst. Hij snapt niet wat er aan de hand is, hij heeft niets gezegd. Ga even mediteren, verplaats je in je vrouw, stel je voor dat jij de vrouw bent en je man komt binnen en zegt hetzelfde. Hoe zou jij je voelen? Dan zul je meteen kunnen begrijpen waarom je vrouw zich zo voelt. En als je de ander kunt begrijpen, kun je ook jezelf beter begrijpen. De ander ziet jou altijd als de egoÔst. Zelf zie je het niet, voor jezelf ben je blind.

De prins was ook blind. Hij zag dat deze aap probeerde iets aan te tonen, maar zag niet in waarom hij zich zelf beledigd voelde. Laat hem met zijn vertoning - apen zijn apen, laat hem plezier hebben; hij doet niemand kwaad met zijn sprongen van tak tot tak, met zijn geslinger, met zijn spelletje. Laat hem spelen. Waarom maakte de prins zich zo druk? Hij vatte het op als een belediging, alsof deze aap hem duidelijk wilde maken: `Jij bent niets, ik maak me niet druk. Je mag dan een prins onder de mensen zijn, maar apen hebben lak aan je. En ik ben ook een prins en bij mij vergeleken ben je niets. Kun jij van de ene tak naar de andere slingeren net als ik?'

Men zegt dat toen Darwin ontdekte dat de mens uit de apen geŽvolueerd is, iemand opmerkte: `Vraag het eerst ook eens aan de apen.' Ik ben ook van mening dat de apen, als we het ze zouden vragen, niet zouden zeggen dat de mens geŽvolueerd is. Hij is teruggevallen - hij is de mindere van de apen. Kijk... apen zijn sterker dan jij, ze kunnen dingen die jij niet kunt. Ze zijn veel gelukkiger dan jij, ze genieten meer van het leven dan jij. Wat heb je dan bij je evolutie gewonnen - je technische snufjes, je wapens, je atoombommen? Waarom denk je dat het een evolutie is, een groei, een ontwikkeling? Vraag het de apen, ze zullen je uitlachen en zeggen dat je een sufferd bent. Je kunt niet eens op vier poten lopen. Je kunt niet als een aap in een boom klimmen.

De aap en de prins zitten allebei in hetzelfde schuitje.

De prins schoot een pijl af op de aap,
maar de aap griste de pijl heel handig uit de lucht.

De prins is gewelddadiger dan de aap, want de vertoning van de aap wil alleen maar zeggen: Waarom zou je me doden? Maar de mens is gewelddadiger dan welk dier ook.

In Tokio is een dierentuin - als je ooit naar Tokio gaat, mag je de dierentuin niet missen. Ga erheen! Er zijn allerlei soorten wilde dieren, honderden kooien en op de laatste kooi staat een bordje met de mededeling: `Gevaarlijkste aller dieren.' Maar de kooi is onbezet, leeg. Als je het allergevaarlijkste dier wilt zien - en je kijkt heus wel - dan zul je het vinden, want er hangt een spiegel.

De aap had een onschuldig ego. Dieren hebben wel een ego, maar ze zijn nog onschuldig, niet zo gewelddadig. Maar de mens is gewelddadig, de mens lijkt het enige gewelddadige dier. Tijgers doden, leeuwen doden, maar alleen om te eten, anders niet. De mens doodt niet alleen om te eten, hij doet het voor de lol. Jagen is voor hem een sport. Hij doodt om het doden - en geen dier ter wereld doodt zijn eigen broers en zusters! Een leeuw doodt geen andere leeuw, een aap doodt geen andere aap. De mens is het enige dier dat zijn soortgenoten doodt. Ieder dier heeft er een aangeboren bescherming tegen; de zoŲlogen zeggen dat ieder dier een aangeboren instinct heeft om geen soortgenoten te doden. Maar naar het schijnt is er bij de mens iets misgegaan, hij doodt zijn eigen soort. In het dierenrijk bestaat geen oorlog, al vechten ze wel onderling. Dieren hebben meer inzicht. Als twee honden vechten komen ze al gauw, binnen enkele minuten, tot een vergelijk. De mens komt nooit tot een vergelijk; moord lijkt de enige oplossing. Zelfs honden zijn intelligenter. Als twee honden tegen elkaar blaffen, hun tanden laten zien, tegen elkaar opspringen, is dat maar show, ze schatten de situatie in, wie het sterkst is. Het is een schijngevecht. Ze zijn nog niet begonnen en als de een denkt dat hij minder sterk is, weet hij dat vechten geen zin heeft. Hij geeft eenvoudig het signaal met zijn staart: ophouden! En dan is het over, ze zijn tot een vergelijk gekomen. De hiŽrarchie is vastgesteld - de sterkste wint natuurlijk, waarom zou je dan nodeloos een gevecht aangaan?

Alleen de mens is zo stom, het stomste dier, want hij neemt nooit zonder meer aan dat de zwakste verslagen zal worden en dat de sterkste zal winnen. Het is een eenvoudig rekensommetje dat de sterkste zal winnen, waarom zou je vechten? Dat is niet nodig. Hitler kan tegen Stalin blaffen, Stalin kan tegen Hitler blaffen; ze kunnen allebei hun wiskundigen erbij halen en laten becijferen wie de meeste vliegtuigen en de meeste bommen heeft. Binnen enkele minuten kan de ruzie worden bijgelegd - je hoeft alleen maar met je staart het signaal te geven. Je hoeft geen oorlog te voeren, want een oorlog bewijst alleen wat je ook achter je bureau had kunnen nagaan - namelijk wie de sterkste is. Waarom zo'n verspilling, zo'n verspilling van mensenlevens?

Maar nee, dat is niet mogelijk. Mensen zijn zulke egoÔsten dat zelfs de zwakste denkt dat hij wel zal kunnen winnen. Er is geen dier dat zichzelf zo voor de gek houdt. Er worden schijngevechten gehouden om te beoordelen wie de sterkste is en daarmee is het afgedaan. Een hond die zijn staart tussen zijn poten steekt noem je een lafaard. Nee, dat is hij niet, hij is gewoon verstandig. Hij is de zwakste, dus waarom zou hij zich in een gevecht storten? Het is al bewezen, en het is op een onschadelijke manier bewezen, zonder bloedvergieten. Als hij zou vechten zou dat precies hetzelfde bewijzen. Waarom zou hij onnodig de strijd aanbinden? Deze manier is economischer.

Daarop beval de prins zijn gevolg
gezamenlijk de aanval in te zetten.

Kijk eens wat een dwaasheid! Alleen om een aap te doden is er een gezamenlijke aanval nodig, zoveel mannen die de aap van alle kanten bestoken.

In een oogwenk was de aap doorzeefd met pijlen en viel dood neer.

En de prins moet erg tevreden zijn geweest, hij had een daad gesteld. Maar kijk eens wat een dwaasheid - een gezamenlijke aanval door zovelen, en de prins moet een gevolg van minstens honderd man hebben gehad. Honderd man die een aap doden en dan een tevreden gevoel hebben, ze hebben gewonnen. De apen lachen je vast uit om wat je hebt gedaan.

De aap was doorzeefd met pijlen en viel dood neer. 
Toen wendde de prins zich tot zijn metgezel Jen Poe'i...

En kijk hoe we zelfs met onze dwaasheid willen aantonen hoe wijs we zijn! Deze prins had onnodig gemoord en je kon dit met geen mogelijkheid een overwinning noemen. Om ťťn aap te doden was het nodig dat honderd man hem gezamenlijk met pijlen bestookten, en de aap was ongewapend, naakt, onbeschermd.

Is dat een overwinning? Nee, dat is helemaal geen overwinning, het is zelfs geen diplomatie. Normaal gesproken geven we zelfs bij een gevecht van man tot man de ander een wapen. Hij moet een zwaard hebben, hij moet zich kunnen verdedigen. Zij konden zich allemaal verdedigen. Maar een ongewapend, onschuldig dier moest worden gedood.

De prins is een dwaas, maar kijk welk advies hij geeft - zelfs in onze dwaasheid vinden we onszelf altijd wijs. Wat zei hij? Hij zei tegen zijn metgezel, Jen Poe'i:

`Zag je wat er gebeurde?  
Dat beest liep met zijn behendigheid te koop. 
Hij vertrouwde op zijn eigen vaardigheden. 
Hij dacht dat niemand hem kon deren. 
Onthoud dat! 
Verlaat je niet op aanzien en talent 
als je met mensen van doen hebt!'

Dit is een van de subtiliteiten die je moet begrijpen. Als we anderen raad geven zijn we altijd wijs, maar als we zelf in die val zitten, als we hetzelfde probleem hebben, dezelfde crisis doormaken, zijn we niet zo wijs. Als iemand met een probleem bij je komt geef je hem goede raad en misschien heb je gelijk. Maar als jij hetzelfde probleem hebt, ben je niet in staat jezelf die raad geven. Waarom niet? Omdat je, als het probleem van iemand anders is, er objectief tegenover staat.

Deze prins zei tegen zijn metgezel:

`Zag je wat er gebeurde? 
Dat beest liep met zijn behendigheid te koop. 
Hij vertrouwde op zijn eigen vaardigheden. 
Hij dacht dat niemand hem kon deren. 
Onthoud dat! 
Verlaat je niet op aanzien en talent 
als je met mensen van doen hebt!'

Hij zag in dat de aap zich dwaas gedroeg, maar kon niet zien hoe dwaas hij zich zelf gedragen had. En naar mijn gevoel had hij zich dwazer gedragen dan de aap. Hij liep ook te koop met zijn vaardigheden, hij wilde ook laten zien wat hij kon, en niet alleen tegenover de mensen maar zelfs tegenover de apen. Hij liet zien wie hij was: hij was geen gewoon mens, hij was een bijzondere prins. Hij was geen gewone sterveling. En toen gaf hij zijn vriend deze raad: `Verlaat je niet op aanzien en talent als je met mensen van doen hebt!' Maar het is een goed advies.

En zoals zo vaak gebeurt nam de vriend het advies ter harte en dat transformeerde zijn hele wezen. De prins bleef dezelfde. Dus als je bereid bent te leren, kun je ook van dwazen leren. Als je niet bereid bent te leren heb je zelfs aan een boeddha niets, dan leer je niet. En soms gebeurt het dat de mensen die je raad geven dezelfde blijven. Als je kunt leren kun je je transformeren.

Soms blijven de leraren achter en gaan de leerlingen snel op het doel af. Dat je anderen goede raad kunt geven wil nog niet zeggen dat jij tot de waarheid gekomen bent.

Dit was een goede raad. Het is een mooi advies, precies wat de tao zegt. De tao leert hetzelfde, maar niet vanuit de gedachtengang van de prins. Tswang Tse heeft de prins deze stelling in de mond gelegd, maar de prins heeft veel weg van een geleerde, van een pundit, die wel de woorden kent maar er niet naar heeft geleefd. Het is geen levenservaring, het is maar een leerstelling. De prins moet het ergens hebben opgepikt, het komt uit een taoÔstische bron, want dit is een van de sleutels van de tao.

`Zag je wat er gebeurde? Dat beest liep met zijn behendigheid te koop. Hij vertrouwde op zijn eigen vaardigheden. Hij dacht dat niemand hem kon deren. Onthoud dat!' Loop er niet mee te koop, maak er geen vertoning van, anders kom je nodeloos in moeilijkheden, dan lok je onnodig problemen uit. Je kunt er zelfs zo in verstrikt raken dat het je dood wordt.

`Verlaat je niet op aanzien en talent als je met mensen van doen hebt!' Dit advies kwam uit de mond van de prins. Zijn vriend was echt een wijs mens, want het kon hem niet schelen of de prins zelf deed wat hij zei. En zo moet het ook in het leven, dat het je niet kan schelen, dat je simpelweg de raad opvolgt en een ander mens wordt. Maar jou kan het wel schelen.

Wat heeft het voor zin je met de fles bezig te houden? Drink gewoon de inhoud. Wat heeft het voor zin navraag te doen naar het vat? Proef gewoon de inhoud en als de inhoud goed is, vergeet het vat dan. Deze prins verkeerde in dezelfde positie als de aap, erger nog, maar hij onthulde een van de geheimen van de taoÔstische leer. Misschien had hij het ergens gelezen, misschien had hij het geleerd, en ineens riep de situatie deze kennis op. Hij zei dus tegen zijn metgezel: `Loop er niet mee te koop! Wees geen exhibitionist, anders raak je in moeilijkheden. En verlaat je niet op aanzien en talent als je met mensen van doen hebt!' Waarom? Omdat ieder mens een egoÔst is. Als je op je talent afgaat kom je in moeilijkheden, want dan maak je vijanden. Als je op je aanzien afgaat kom je in moeilijkheden, want dan ben je omringd door vijanden. Niemand wil dat je zijn meerdere bent.

Op een keer kwam Moella Nasroedin heel opgewonden naar me toe. Hij zei: `Nu moet u me helpen!'
  Ik vroeg: `Wat is er aan de hand?'
  Hij zei: `Ik voel me vreselijk, het is afschuwelijk. Ik heb de laatste tijd een minderwaardigheidscomplex gekregen. Help me! Doe iets!' 
Ik zei: `Vertel er eens iets meer over. Waarom krijg je een minderwaardigheidscomplex?' 
Hij antwoordde: `Ik heb de laatste tijd het gevoel dat iedereen even goed is als ik.'

Als je je talent tentoonspreidt, laat je zien dat de ander niet even goed is - en de ander voelt zich dan gekwetst. Vergeet niet dat de prins al beledigd was omdat er een aap door de bomen slingerde...

Als je je aanzien tentoonspreidt, als je beweert iets te zijn, als je op een subtiele manier je talent probeert te bewijzen, is iedereen beledigd. En ze kunnen het je niet vergeven, ze zullen wraak nemen. Op iedereen die zich onderscheidt neemt de massa wraak. Misschien werd Jezus gekruisigd omdat de massa niet kon verkroppen dat hij hun meerdere was - en hij was hun meerdere. Ze konden een man van dat gehalte niet tolereren. Hij was bijzonder, ze moesten hem vermoorden. Athene kon Socrates niet tolereren. Hij was een zeldzaam mens - een van de meest unieke geesten ooit geboren. Hij had zo'n doordringende geest dat niemand aan hem kon tippen. Athene kon hem niet tolereren, iedereen voelde zich beledigd.

Tswang Tse zegt: Verlaat je niet op je talent als je met mensen van doen hebt! Blijf ondergronds! Je moet bedenken dat er nooit een taoÔstische meester gekruisigd of vergiftigd is. Nooit! Want ze gaan nooit af op hun talent. Ze zeggen nooit dat ze zich van jou onderscheiden. Ze zeggen nooit dat ze boven jou verheven zijn, goddelijker zijn dan jij, heiliger zijn dan jij, welnee. Ze zeggen nooit iets. Ze gedragen zich zodanig dat iedereen in hun buurt zich hun meerdere voelt.

Tswang Tse leidde zelf zo'n doodgewoon leven, zo'n schitterend leven, dat niemand ook maar vermoedde dat hij een man van een buitengewoon formaat was. Als hij door een dorp liep hadden de dorpelingen niet eens in de gaten dat Tswang Tse langsgekomen was.

Het gebeurde een keer dat de keizer uit de een of andere bron van Tswang Tse vernam. Volgens het gerucht was hij een zeer wijs mens. Daarom stuurde hij zijn eerste minister erop uit om hem te zoeken. Maar waar moest hij zoeken? Hij had geen huis, geen adres, hij was een zwerver. Tswang Tse zei altijd dat je je moeilijk kunt verbergen als je op ťťn plek blijft, dan rijzen er vermoedens. Er ontstaan vermoedens omdat je iets hebt en langzamerhand word je ontdekt. Dus ga weg voordat je ontdekt wordt, anders kom je in moeilijkheden. Daarom trok hij voortdurend verder - zonder huis, zonder adres. Waar moest je hem zoeken?

Maar ze deden hun best. Als de keizer iets beveelt moet je het proberen. Ze ondervroegen allerlei taoÔstische leermeesters: `Waar kunnen we Tswang Tse vinden?' Ze zeiden: `Dat is heel moeilijk, dat weet niemand. Hij verplaatst zich als de wind, niemand weet waarheen; als een wolk, verblijfplaats onbekend. Maar ga op weg en als u een dorpeling hoort zeggen dat er in dat dorp een man verblijft die doodgewoon is, grijp die man dan, want misschien is het Tswang Tse.' En zo hebben ze hem gevonden.

In een dorp vertelden een paar mensen: `Ja, er is pas een man in het dorp aangekomen die doodgewoon is. Een gewoner mens dan hij vind je nergens.' Op de vraag waar hij was zeiden ze: `Hij zit te vissen aan de oever van de rivier.'

Ze gingen erheen en zeiden tegen Tswang Tse: `De keizer heeft naar u gevraagd en we hebben u gezocht. Wilt u meekomen naar het hof? Wilt u lid van de hofhouding worden - als adviseur van de koning?' 
Tswang Tse zei: `Daar wil ik even over nadenken.' 
En de volgende dag, toen ze het antwoord gingen halen, werd hij niet meer in dat dorp aangetroffen, hij was ontsnapt. Men had iets vermoed, men had hem ontdekt.

Iemand die in de tao leeft, leeft totaal zonder identiteit. Waarom? Als je blijk geeft van talent kunnen de mensen je dat niet vergeven. Men kan dwazen vergeven, maar wijzen niet. Daarom is Jezus gekruisigd en is Socrates vergiftigd. Vergeleken bij Jezus of Socrates voel je je zo verschrikkelijk minderwaardig, het is onvergeeflijk! Het is logisch dat je gezamenlijk de aanval inzet. Jullie zetten met zijn allen de aanval in om zo iemand te vermoorden. Dan voel je een last van je schouders glijden.

Iemand als Jezus is zo'n schitterend mens - als hij gewoon naast je staat voel je je al minderwaardig. Hij moet zich verstoppen. Dit is een heel elementaire stelling. En de prins sprak die woorden tegen zijn metgezel, Jen Poe'i.

Toen ze thuiskwamen werd Jen Poe'i 
de discipel van een wijze om zich te ontdoen van alles waarin hij uitblonk. 
Hij zag af van alle genoegens. 
Hij leerde zijn talenten te verbergen. 
Weldra kon niemand in het koninkrijk 
hem nog doorgronden. 
Daarom hadden ze ontzag voor hem.

Daar valt veel over te zeggen. Deze man, Jen Poe'i, was werkelijk een wijs mens. Het kon hem niet schelen wie hem de boodschap gegeven had. Hij keek niet uit wiens mond ze kwam, hij begreep de strekking.

Onthoud dit... Jij kijkt altijd uit wiens mond het komt. Als ik iets tegen je zeg, ga je kijken wie ik ben, of je op deze man kunt bouwen, of dit iemand is die bereikt heeft wat hij zegt. Eerst wil je van mij overtuigd zijn - maar dat is onmogelijk. Wat ik zeg, daar moet je naar kijken - vergeet mij verder. Het is mijn zaak of ik het bereikt heb of niet, dat gaat je niets aan. Waarom maak jij je daar druk om? Wat ik ook zeg, als je de geur ervan opsnuift, moet je het medicijn op de proef stellen, niet de dokter. Laat de dokter links liggen, houd je bezig met het medicijn, want uiteindelijk is het 't medicijn dat je zal genezen. En het is mogelijk zelfs bij een kwakzalver het juiste medicijn te vinden. Het tegendeel is ook mogelijk: het is mogelijk bij een goede dokter het verkeerde medicijn te vinden. Waar het om gaat is het medicijn.

Deze man, Jen Poe'i, moet een heel wijs en intelligent mens zijn geweest, anders zou hij gedacht hebben: `Die dwaas, die dwaas van een prins dient mij van advies en zelf leidt hij een leven vol aanzien, het leven van een exhibitionist.'

Niemand leeft zoals koningen, ze staan altijd te kijk, ze zitten op hun troon. En ze willen iedereen duidelijk maken dat er niemand is als zij. Ze scheppen afstand tussen gewone stervelingen en zichzelf - een kloof. Je kunt niet naar een koning toegaan en je hand op zijn schouder leggen. Nee! Hij zou zich beledigd voelen. `Wat denk je wel? Wil je daarmee zeggen dat je mijn gelijke bent?' Hij laat je doden.

Men zegt dat Hitler nooit toestond dat iemand een hand op zijn schouder legde. Nooit! Hij had niet ťťn vriend. Niemand mocht hem bij zijn naam noemen, Hitler, ze moesten FŁhrer tegen hem zeggen. Niemand mocht zijn eigen naam gebruiken, dat zou te vriendschappelijk zijn. Hij heeft nooit van een vrouw gehouden, want het is heel moeilijk van een vrouw te houden en haar niet je gelijke te maken. Dat is onmogelijk. En vrouwen zijn zo slim en uitgekookt; als je van ze houdt zullen ze niet alleen proberen je gelijke te zijn, maar zelfs je meerdere - en dat maken ze nog waar ook. Hij heeft nooit van een vrouw gehouden. Hij had een paar verhoudingen, maar nooit uit liefde - alleen om de seks. En hij behandelde zo'n vrouw als een bediende, niet alleen als een bediende, maar als slavin.

Hij woonde vele jaren samen met een vrouw en op een dag deed zich een klein incident voor. De vrouw wilde haar moeder gaan bezoeken. Haar moeder was ziek en lag in het ziekenhuis. En Hitler zei nee. Hij was een uitgesproken dictator; als hij nee zei, dan meende hij dat. De vrouw besloot de zaak verder te laten rusten. Als Hitler naar kantoor ging kon ze er een paar minuten tussenuit, naar haar moeder en weer terug. Dat was geen probleem.

Hitler ging naar kantoor. De vrouw ging bij haar moeder op bezoek en was voordat Hitler thuiskwam terug. Bij het hek informeerde hij of zijn vriendin naar buiten was geweest. Dat was het geval. Hij informeerde of ze naar het ziekenhuis was gegaan. Toen ging hij naar binnen en zonder iets te vragen vermoordde hij haar, hij schoot haar zonder meer dood. Wat is dat voor liefde, als je alleen slaven kunt tolereren?

De liefde maakt je elkaars gelijke. Een egoÔst kan niet liefhebben, want liefde maakt gelijk. Er zijn maar twee krachten die gelijkmaken: de eerste is liefde, de tweede is de dood. Als je van iemand houdt ben je zijn gelijke geworden. En als je werkelijk van hem houdt, voel je in dat ogenblik van liefde dat het hele bestaan gelijk is: niemand is minder en niemand is meer. Elk mens is uniek, anders, maar niemand is minder en niemand is meer.

Als je verliefd bent voel je je in harmonie met het hele bestaan. Alles wordt gelijk, gelijk in waarde. En de dood is de grote gelijkmaker. Als je sterft valt alle onderscheid weg en een dode Hitler is net als een dode hond - daar zit geen verschil tussen. Kun je verschil zien tussen een dode hond en een dode Hitler, of zelfs een dode Boeddha? Je ziet geen verschil, hun lichaam is precies hetzelfde: tot stof zult gij wederkeren. Mensen die kunnen liefhebben kunnen de gelijke worden van het hele bestaan, ze kunnen zich gelijk voelen - zelfs aan de stenen.

Als je verliefd bent voel je een vibratie dat alles gelijk is, zelfs een steen is je gelijke. Dan is er geen dood, want dan kun je niet sterven - je hebt zo'n eenheid met het bestaan ervaren. Die eenheid blijft bestaan. De vorm verdwijnt, je hebt geen lichaam meer, maar de eenheid diep van binnen blijft. Je herrijst in nieuwe golven, je komt tot bloei in nieuwe bomen, je gaat dansen in nieuwe wezens, maar je blijft bestaan.

Dit is een van de grootste paradoxen - dat je uniek bent en toch ťťn met het bestaan. Deze paradox valt niet uit te leggen, die moet je ervaren. Je bent uniek en toch ťťn met het bestaan.

Toen ze thuiskwamen werd Jen Poe'i 
de discipel van een wijze...

Het kon hem niet schelen of de prins zijn eigen raad wel ter harte had genomen. De prins bleef dezelfde, zijn oude zelf, maar Jen Poe'i veranderde zijn leven totaal; hij ging in de leer bij een wijze. En als je je leven wilt veranderen moet je een discipel worden, want alleen is het heel moeilijk, alleen is het praktisch onmogelijk. Je hebt de hulp nodig van iemand die het zelf ervaren heeft. Je moet vertrouwen stellen in iemand die je voorgegaan is.

Discipline wil zeggen dat je van iemand leert, dat je je aan iemand overgeeft, dat je ontvankelijk bent voor iemand; niet dat je hem volgt en imiteert, maar alleen om zijn inzicht in je op te nemen zodat je eigen vlam ontstoken wordt; alleen om bij een brandende vlam te zijn zodat je eigen vlam ontstoken wordt. Dan kun je alleen verder, dan ben je je eigen universum gaan vormen. Maar voor die tijd is het heel moeilijk het juiste pad te vinden, het te bewandelen, het te bereiken.

Bij een wijze wordt van alles mogelijk - allerlei onmogelijke zaken worden mogelijk, want een wijze is het enige wonder ter wereld. Hij leeft in zijn lichaam en hij is zijn lichaam niet meer, hij is hier bij jou en niet meer bij jou, hij raakt je aan en toch bestaat er een onmetelijke, oneindige afstand tussen hem en jou. Een wijze is het enige wonder. Als je in zijn buurt leeft en gewoon stilletjes zijn wijn drinkt en in je opneemt, zul je het wonder al gauw voelen. Je gaat merken dat je erdoor verandert.

Het is net als wanneer je ziek bent: dan ga je naar Zwitserland. Wat kan Zwitserland voor je doen? Maar het is zo'n gezond klimaat, in dat gezonde klimaat kan je ziekte geen stand houden. Je ziekte heeft steun nodig en die steun is daar niet. Daarom valt de ziekte weg, zonder steun valt ze weg.

Bij een wijze leef je in een ander klimaat. Je leeft temidden van mensen die even onwetend zijn als jij. Je leeft in een bepaald klimaat, een bepaald milieu. Dan kom je bij een wijze - je bent van klimaat veranderd, nu ben je in de Himalaya, in de Alpen, in Zwitserland. Het is een ander klimaat, hij zal je ziektes geen steun geven. Hij zal alle steunpunten stuk voor stuk weghalen. Zonder steunpunten valt de ziekte weg. En als er geen ziekte is, komt je eigen gezondheid tot bloei.

Het enige dat gedaan moet worden is het wegnemen van de ziektes - de gezondheid is er al, die hoeft je niet gegeven te worden. Je hoeft alleen maar de ziektes weg te nemen, dan komt je gezondheid tot bloei. Bij een wijze verandert het klimaat. Maar je moet open zijn. Als je naar Zwitserland gaat met een ijzeren, stalen pantser om je heen, zul je niet veranderen, want je stalen pantser heeft van binnen zijn eigen klimaat. Ga naar een wijze zonder pantser, zonder bescherming - dat is de betekenis van overgave.

Toen ze thuiskwamen werd Jen Poe'i 
de discipel van een wijze 
om zich te ontdoen van alles waarin hij uitblonk.

Kijk... het enige dat we in ons leven doen is leren uitblinken. De beste worden van de klas, de beste van de universiteit, gouden medailles winnen, een Nobelprijs winnen, ergens in uitblinken - onverschillig waarin.

Op een keer klopte Moella Nasroedin aan bij de bedrijfsleider van een groot circus. Hij zei: `Moet u mij eens zien, ik heb een geweldige act! Ik ben een dwerg.' 
De bedrijfsleider keek naar Nasroedin. Hij was een meter vijfentachtig en hij zei: `Ik ben een dwerg'! De bedrijfsleider zei: `Waar hebt u het over? U lijkt mij een meter vijfentachtig!'
Nasroedin zei: `Ja, dat klopt. Ik ben de grootste, de langste dwerg ter wereld.'

Het denken vindt steeds een andere manier om uit te blinken. Als je niets anders kunt zijn, dan kun je ten minste de langste dwerg worden. Maar je moet iets of iemand zijn. Je hele opleiding, de cultuur, de beschaving leert je dat je moet uitblinken en de tao zegt: Wees geen uitblinker, ontdoe je van alles waarin je uitblinkt; wees gewoon, wees simpel. Wat ontspannen gaat is goed; als je gewoon bent is het goed, want als je gewoon bent, ben je ontspannen. Als je bijzonder wilt zijn, wilt uitblinken, blijf je altijd gespannen en slecht op je gemak, want dan moet je iets bewijzen. Je moet anderen overtuigen en je hele leven blijft besluiteloos. Als je besluiteloos bent weifel en beef je van binnen.

Jen Poe'i werd de discipel van een wijze 
om zich te ontdoen van alles waarin hij uitblonk. 
Hij zag af van alle genoegens. 
Hij leerde zijn talenten te verbergen. 
Weldra kon niemand in het koninkrijk 
hem nog doorgronden. 
Daarom hadden ze ontzag voor hem.

En de tao zegt dat als niemand je kan doorgronden - je bent zo gewoon dat niemand weet wat hij aan je heeft, niemand weet hoe hij gebruik van je kan maken, je bent niet te gebruiken, je bent zo gewoon, zo zonder enig talent - dan, zegt de tao, onthult het ware mysterie zich via jou. Dan word je een waar mysterie. Als je niet te gebruiken bent word je als een god. Wat wil dat zeggen? Als er gebruik van je wordt gemaakt word je een ding; als je niet te gebruiken bent, word je een mens.

Een mens is geen gebruiksvoorwerp; een ding is een gebruiksvoorwerp. Als iemand je vraagt: `Wie ben je?' dan zeg je: `Ik ben arts.' Wat bedoel je daarmee? Het betekent dat de maatschappij je als arts gebruikt. Het is een functie, niet je persoonlijkheid. Het is niet je persoon, niet je wezen, het is een nut - de maatschappij gebruikt je als arts.

De een is timmerman, de ander is schoenmaker. Is dat je wezen? Of alleen maar een nut voor de maatschappij? De maatschappij gebruikt je als een voorwerp en hoe nuttiger je bent in het gebruik, des te meer stelt de maatschappij je op prijs. Maar als je je ontdoet van al je talenten, als je heel gewoon wordt en niemand weet wat voor nut je hebt, niemand kan je gebruiken, dan ben je boven de maatschappij uitgestegen. Nu ben je geen ding meer, je bent een persoon geworden. En dat wil niet zeggen dat je niets doet. Dat doe je wel, maar niemand gebruikt je. Je doet je eigen ding en zo kom je tot bloei.

Een roos bloeit, maar niet voor de passanten, niet voor de mensen die ernaar kijken, niet voor de mensen die de geur opsnuiven. Nee! Ze bloeit voor zichzelf. Iemand die in de tao leeft bloeit voor zichzelf. Hij is net een roos, hij is geen gebruiksvoorwerp. En iemand die zijn meest innerlijke wezen niet heeft gekend, blijft altijd als een ding, altijd uitgestald in de etalage; hij zit altijd te wachten tot iemand hem kan gebruiken, met al zijn diploma's, alles waarin hij uitblinkt, zijn talenten. Hij roept altijd: `Kom hier en gebruik mij, maak een ding van me. Ik ben een heel nuttig ding, iets beters dan ik vind je nergens. Kom hier en gebruik mij!' Daar roep je om. En als je daarom roept, word je een ding.

Iemand die in de tao leeft ontdoet zich van alle aanzien, hij verbrandt al zijn diploma's, hij verbrandt alle schepen achter zich, hij blijft in zichzelf, hij wordt een bloem. En die bloei heeft geen doel, geen nut. Velen profiteren ervan, maar het is niet voor hen bedoeld, het is voor zijn eigen zelf. Hij heeft zijn eigen bestemming bereikt. Dan is hij vervuld.

Als ding blijf je onvervuld, want je moet een mens worden, een echt mens. Je moet geen ding zijn, geen echtgenoot, want een echtgenoot is een ding; je moet niet iemands vrouw zijn, want iemands vrouw zijn betekent dat je nuttig bent. Wees alleen maar een bloem, dan kun je liefhebben. Maar je hoeft niet iemands man of vrouw te worden. Je kunt de ander deelgenoot maken, maar je hoeft er niet mee te koop te lopen. Een bloem bloeit, ze heeft geen reclame nodig. Als iemand meegeniet van haar plezier en geluk is dat okť; als niemand die plek passeert is het ook goed. Als je voor jezelf bloeit is alles okť, is er niets mis. Als je voor een ander leeft, als je zit te wachten in een vitrine, voorzien van etiket en prijskaartje, vermeld in catalogus en advertentie, kom je nooit tot vervulling, want een ding is dood, alleen een mens leeft.

Leef en wees een mens. En dat kun je nooit zijn als je blijft imiteren. Als je op de apenberg blijft word je nooit echt, dan blijf je altijd onecht. Laat alle onechtheid, alle vertoon en toneelspel varen. Wees alleen maar jezelf, gewoon en uniek, en kom tot je bestemming. Niemand anders kan dat voor je doen. Je kunt mij in je opnemen, je kunt me niet volgen. Ik heb nooit iemand gevolgd, ik had mijn eigen pad. Jij hebt ook je eigen pad. Je bewandelt een weg die niemand ooit bewandeld heeft en die niemand ooit weer zal bewandelen.

In de spirituele wereld laat je geen voetsporen na. Net als in de lucht: een vogel vliegt - hij laat geen voetsporen na, niemand kan hem volgen. Geniet van mij, wees gelukkig bij mij, dan kun je me indrinken. En dat wordt een licht in je binnenste en dat wijst je de weg. Wees geen našper, wees geen gelovige of ongelovige, blijf niet in je hoofd zitten. Wees geen aap - wees een mens.

uit: Osho, Als de schoen past

OSHO PUBLIKATIES
Churchillstraat 11, 7091 XL Dinxperlo
tel. +31-(0)315 Ė 654 737
e-mail: info@osho.nl

© Copyright teksten, fotoís en illustraties van Osho: Osho International Foundation
© Copyright Nederlandse teksten van Osho: Osho Publikaties
Voor informatie over kopiŽren/publiceren van teksten van Osho, zie: 
www.osho.com/copyrights