OSHO ZEN TAROT


mood of the moment:

Kleine arcana:
Vuur, Energie – actie – respons
Ridder: Intensiteit
• Intensity


 

 

Commentaar op de kaart:
Kleine arcana: Vuur, Energie – actie – respons
Ridder: Intensiteit • Intensity

De figuur op deze kaart heeft de vorm aangenomen van een pijl en beweegt zich met de gerichte concentratie van iemand die precies weet waar hij heen gaat. Hij beweegt zich zo snel dat hij bijna pure energie is geworden. Maar zijn intensiteit mag niet worden verward met de manische energie die automobilisten ertoe aanzet met topsnelheid van punt A naar punt B te komen. Dat soort intensiteit behoort tot de horizontale wereld van ruimte en tijd. De intensiteit die de Vuurridder vertegenwoordigt, behoort tot de verticale wereld van het huidige moment – het inzicht dat nú het enige moment is dat bestaat, en hier de enige ruimte.
• Als je met de intensiteit van de Vuurridder handelt, ontstaat er waarschijnlijk deining in het water om je heen. Sommigen zullen je aanwezigheid als opbeurend en verfrissend ervaren, anderen kunnen zich erdoor bedreigd voelen of zich eraan ergeren. Maar de mening van anderen doet er weinig toe; niets kan je op dit moment tegenhouden


En Osho zegt:
‘Zen zegt: Beschouw alle grote woorden en grote leerstellingen als dodelijke vijanden. Ga ze uit de weg, want je moet je eigen bron vinden.
Je moet geen volgeling worden, geen naäper. Je moet een oorspronkelijk individu worden; je moet zelf je meest innerlijke kern vinden, zonder gids, zonder handleiding. De nacht is donker, maar met het intense vuur van je onderzoekingsdrang kun je de zonsopgang niet mislopen. Iedereen die een intense onderzoekingsdrang in zich heeft voelen branden, heeft de zonsopgang gevonden. Anderen geloven er alleen maar in. Gelovigen zijn niet religieus, door te geloven gaan ze simpelweg het grote avontuur uit de weg dat religie is.’

uit het OSHO ZEN TAROT HANDBOEK:
Kleine arcana: Vuur, Energie – actie – respons
Ridder: Intensiteit • Intensity

Alles hangt af van de zoeker, van zijn gepassioneerde en intense zoektocht.
Het hangt af van je intensiteit.
Als je laks bent in je zoektocht, dan is het ultieme ver verwijderd van je nietsheid. Als je totaal bent in je dorst en je je door niets hebt laten weerhouden – je bent erin gesprongen, je hebt niets achtergelaten, je bent er helemaal in meegegaan, je hebt de sprong gemaakt als een compleet organisch geheel, met je woede, je liefde, je haat, je hebzucht, alles bij elkaar, je hebt alles wat je hebt op het spel hebt gezet – dan is de afstand bijna nihil.

Het hangt van je intensiteit af. De mate van je intensiteit zal bepalend zijn voor de grootte van de afstand tussen goddelijkheid en je goddeloze slaap.

Is het je nooit opgevallen dat het zelf verdwijnt als je iets heel intens beleeft? Je bent op iemand verliefd: in die intensiteit van liefde verdwijnt het zelf. Jij bent er niet meer, er is alleen nog liefde. Of je verkeert in woede: in de intensiteit en totaliteit van de woede verdwijnt het zelf. Jij bent er niet meer, alleen de woede is er.

Je kunt het in je eigen leven waarnemen. Telkens wanneer je door iets volledig in beslag genomen wordt, is het zelf niet meer te vinden. Dat is een duidelijke aanwijzing: het zelf is er alleen maar als je halfhartig in iets bent. Datgene wat je achterhoudt, wordt het zelf.

Als je volledig opgaat in schilderen, in het doen van iets, een lied zingen of dansen of gitaar spelen, als je er helemaal in zit, zul je onmiddellijk merken dat jij er niet bent. Iets buiten jou heeft bezit van je genomen. Het zelf is er niet, het niet-zelf is er.

En je hebt dit punt vele malen bereikt, heel onopzettelijk natuurlijk. Bij het zien van een schitterende zonsondergang ben je zo in de schoonheid ervan opgegaan dat er één moment geen besef was van het zelf. Jij was er niet. Er was een totaal andere kwaliteit: jij was er niet. Iets was er, maar je kunt dat niet ‘ik’ noemen, je kunt dat niet de bevroren toestand noemen die het ego is. Je was vloeibaar, stromend.

Dit is wat Krishnamurti het moment noemt dat de waarnemer het waargenomene wordt.
De zonsondergang was er en die zonsondergang overweldigde je. Hij nam bezit van je. De waarnemer verdween in het waargenomene. De zonsondergang was alles. Je stond daar niet los van, je stond er niet afstandelijk naar te kijken, je was geen toeschouwer. Je zat erin, je was er een deel van, je kreeg het gevoel dat je oploste, dat je versmolt.

Vandaar de bevrijdende ervaring van schoonheid, vandaar de bevrijdende ervaring van liefde, vandaar de bevrijdende ervaring van muziek, grootse muziek. Die momenten heb je gekend. Ze komen heel natuurlijk en verdwijnen weer. Maar het is je nooit gelukt om ze wetenschappelijk te bestuderen. Je hebt er niet over gemediteerd, je hebt de sleutels niet onderzocht die erin verborgen zijn.

De sleutel is: wanneer jij er niet bent, is er goddelijkheid.
Als je dit bewust kunt doen, is het niet nodig om op een zonsondergang te wachten, omdat dit uiteindelijk een soort afhankelijkheid schept. Dan is het niet nodig op de liefde te wachten. Dat schept ook weer een soort afhankelijkheid: eventjes kan het bevrijdend werken, maar dan wordt het weer een vorm van onderworpenheid. Als je verliefd wordt op een vrouw of een man, is dat bevrijdend. Daarom worden mensen verliefd. Maar vroeg of laat ontdekken ze dat de bevrijdende ervaring verdwenen is, verdampt is en in plaats van die bevrijdende ervaring worden ze plotseling wakker in slavernij, geketend in een gevangenis.

Wat met de liefde die zo bevrijdend werkte, is gebeurd? Hoe kwam het dat ze een gevangenis is geworden? Je bent er afhankelijk van geworden, je bent er verslaafd aan geraakt. Het was zo mooi, het is een verslavend middel voor je geworden. En als iets eenmaal een verslavend middel is, als je eenmaal aan iets verslaafd bent, wat het ook is, dan zit je gevangen. Dan werkt het niet bevrijdend, het kan niet bevrijden. Het wordt iets lelijks; alles wordt wrang, bitter en giftig.

Nee, je kunt door deze bescheiden ervaringen van schoonheid, liefde, muziek niet bevrijd worden. Het is waar dat ze je glimpjes geven, maar die glimpjes kun je niet je staat van zijn noemen. Je moet het geheim leren jezelf leeg te maken van je zelf.

Elke ervaring die je een vorm van vrijheid heeft gegeven, is in de grond een ervaring van jezelf leegmaken geweest. Begin nu dus liever met jezelf leeg te maken van je zelf dan dat je weer van iets afhankelijk wordt. Verdwijn als je stil in meditatie zit: wees er niet. Verdwijn als je werkt: wees er niet. Verdwijn, steeds als je er tijd voor kunt vinden. Dan krijg je er langzaamaan de slag van te pakken. Dan kun je vierentwintig uur doorgaan met werken, je gewone leven leiden, terwijl jij er toch niet bent. Er ontstaat een soort zuivere, stille ruimte in je.
Die stille ruimte is goddelijkheid.

Kijk eens naar een kind van drie en je weet weer wat levendigheid is, hoe opgewekt het kind is en hoe gevoelig voor alles wat om hem heen gebeurt, hoe alert, hoe oplettend. Zijn oog mist niets. En hoe intens in alles: als het kwaad is, is het alleen nog kwaadheid, pure kwaadheid. Het is prachtig om een kind in woede te zien, want oude mensen zijn altijd halfhartig, zelfs als ze kwaad zijn, zijn ze daar niet totaal in, ze houden zich in. Ze hebben niet totaal lief, ze zijn niet totaal kwaad, ze doen niets totaal, ze zijn altijd berekenend. Hun leven is lauw geworden. Het bereikt nooit die intensiteit van honderd graden waarbij dingen verdampen, waarbij iets gebeurt, waar revolutie mogelijk wordt.
Maar een kind leeft altijd op honderd graden, wat het ook doet. Als het je haat, haat het je totaal en als het van je houdt, houdt het totaal van je. En in een enkel moment kan het omslaan. Het is zo vlug, het neemt er de tijd niet voor, het broedt er niet op. Een ogenblik geleden nog zat het op je schoot en vertelde het je hoe veel het van je houdt. En dan gebeurt er iets, je zegt iets en er gaat iets mis tussen jou en hem en het springt van je schoot en zegt: ‘Ik wil je nooit meer zien.’ En zie in zijn blik de totaliteit waarmee het dit voelt.

En omdat het totaal is, laat dit geen spoor achter. Dat is de schoonheid van totaliteit: ze hoopt geen psychische resten op. Psychische resten ontstaan alleen door maar half te leven. Dan blijft alles wat je maar gedeeltelijk geleefd hebt, je bij, de rest van je leven blijft dat je bij. En er zijn duizenden dingen, die onafgemaakt, zo blijven hangen.

Daar komt de hele theorie van karma op neer: dingen die niet afgemaakt zijn, handelingen die niet voltooid zijn blijven wachten om afgemaakt te worden, voltooid te worden en blijven je achtervolgen: ‘Voltooi mij,’ omdat iedere handeling vraagt om voltooiing.
Maar als je totaal, intens leeft, dan ben je er vrij van, je hebt in het moment geleefd en het is af. Je kijkt niet achterom en je kijkt niet vooruit, je blijft gewoon hiernu, er is geen verleden, geen toekomst. Dat is wat ik onder feestvieren versta. Als je er echt een feest van maakt, bestaat alleen het heden.

 OSHO PUBLIKATIES
 
Churchillstraat 11, 7091 XL Dinxperlo
  tel. +31-(0)315 – 654 737

 e-mail: info@osho.nl

 
© Copyright teksten, foto’s en illustraties van Osho: Osho International Foundation
 © Copyright Nederlandse teksten van Osho: Osho Publikaties
Voor informatie over kopiëren/publiceren van teksten van Osho, zie: 
www.osho.com/copyrights