OSHO ZEN TAROT


mood of the moment:

Grote arcana VIII:
Courage •  Moed
 



 

Commentaar op de kaart:
Grote arcana 8:
Courage • Moed

Op deze kaart staat een kleine bloem die de rotsen en stenen op haar weg heeft getrotseerd en naar het daglicht is gegroeid. Omgeven door een aura van stralend, goudkleurig licht, toont ze de luister van haar piepkleine zelf. Ze schaamt zich niet, ze is de gelijke van de stralendste zon. • Als we geconfronteerd worden met een heel moeilijke situatie hebben we de keus: óf we proberen verontwaardigd iets of iemand de schuld te geven van onze tegenspoed, óf we kunnen de uitdaging aannemen en groeien. De bloem toont ons de weg, want haar passie voor het leven voert haar uit de duisternis naar het licht. Het heeft geen zin tegen de beproevingen van het leven te vechten of te proberen ze te omzeilen of te ontkennen. Ze bestaan nu eenmaal en als het zaad een bloem wil worden moeten we ze doormaken. Wees moedig genoeg om te groeien naar de bloem die je bestemming is.
 


En Osho zegt:
‘Het zaad kan niet weten wat er gaat gebeuren, het zaad heeft nooit de bloem gezien. En het zaad kan niet eens geloven dat het de mogelijkheid heeft een prachtige bloem te worden. De reis is lang en het is altijd veiliger niet aan die reis te beginnen, want het pad is onbekend, er zijn geen garanties. Er kunnen geen garanties zijn. De reis kent duizend-en-een gevaren, vele valkuilen – en het zaad is veilig, het zit verscholen in een harde kern. Maar het zaad doet zijn best, het spant zich in; het laat de harde schil los die voor zijn veiligheid zorgt, het komt in beweging. Meteen begint de strijd: het gevecht met de grond, met de stenen, met de rotsen. En het zaad was heel hard en het jonge plantje is heel zacht, er dreigen vele gevaren.
Het zaad liep geen gevaar, het zaad had duizenden jaren kunnen overleven, maar het jonge plantje staat bloot aan allerlei gevaren. Toch gaat het plantje op weg naar het onbekende, naar de zon, naar de bron van het licht; het weet niet waarheen of waarom. Het te dragen kruis is zwaar, maar het zaad is bezeten van een droom en komt in beweging.
Het pad voor de mens is hetzelfde. Het is moeilijk begaanbaar. Er is veel moed voor nodig.’
from The Zen Manifesto, # 9

uit het OSHO ZEN TAROT HANDBOEK:
Grote arcana 8:
Courage • Moed

Groei heeft beslist één ding nodig en dat is moed. Dat is de meest fundamentele religieuze kwaliteit. Alle andere dingen zijn gewoon en kunnen later komen maar moed is het meest fundamentele, het allereerste.

Je bent een zaadje. Het zaadje heeft vier mogelijkheden. Het zaadje kan voor altijd een zaadje blijven: gesloten, zonder opening, niet in aanraking met het bestaan, dood omdat leven contact met het bestaan inhoudt. En het zaadje is dood, het heeft nog niet gecommuniceerd met de aarde, met de hemel, met de lucht, met de wind, met de zon, met de sterren. Het heeft nog geen poging gedaan in een dialoog te komen met al wat bestaat. Het is volkomen alleen, opgesloten, ingekapseld in zichzelf, omgeven door een Chinese Muur. Het zaadje leeft in zijn eigen graf.

De eerste mogelijkheid is dat het zaadje een zaadje blijft. Dat is erg ongelukkig, als een mens niet meer dan een zaadje wordt. Met alle potentie tot je beschikking, met alle zegeningen die klaar staan om op je neer te dalen, open je dan misschien nooit je deuren.

De tweede mogelijkheid is dat het zaadje moedig genoeg is en mogelijk diep in de aarde duikt, misschien sterft als ego, misschien zijn pantser laat vallen, misschien een verbinding met het bestaan aangaat, misschien één wordt met de aarde. Veel moed is nodig, want wie weet? Deze dood is misschien het einde, er volgt misschien geen geboorte op. Wat is de garantie? Er is geen garantie, het is een gok. Slechts enkele mensen verzamelen voldoende moed om te gokken, om het risico te nemen.

Een zoeker worden is het begin van de gok. Je riskeert je leven, je riskeert je ego. Je neemt risico’s doordat je al je zekerheden laat vallen, al je veiligheidsmaatregelen. Je zet ramen open… wie weet wie er binnenkomt, een vriend of een vijand? Wie weet? Je wordt kwetsbaar. Dat is wat zoeken is. Dat is het wat Boeddha zijn hele leven heeft onderwezen. Tweeënveertig jaar onophoudelijk zaadjes in planten transformeren, dat was zijn werk: gewone mensen transformeren in zoekers.

Een zoeker is een plant, een loot, zacht, teer. Onthoud dat het zaadje nooit in gevaar is. Welk gevaar kan er voor het zaadje bestaan? Het is volkomen beschermd. Maar de plant is altijd in gevaar, de plant is erg zacht. Het zaadje is als een steen, hard, geborgen binnen een harde korst. Maar de plant moet duizend-en-een gevaren doorstaan. Dat is de tweede fase: het zaadje dat oplost in de aarde, de mens die verdwijnt als ego, die verdwijnt als persoonlijkheid, door een plant te worden.

De derde mogelijkheid die zelfs nog zeldzamer is, omdat niet alle planten die hoogte bereiken dat ze in bloei komen te staan, duizend-en-een bloemen… Heel weinig mensen bereiken de tweede fase, en heel weinig van hen die de tweede fase bereiken, komen in de derde fase, de fase van de bloem. Waarom kunnen zij de derde fase niet bereiken, de fase van de bloem? Ze zijn uit hebzucht, uit gierigheid, niet bereid te delen… uit een staat van liefdeloosheid.

Moed is nodig om een plant te worden en liefde is nodig om een bloem te worden. Een bloem betekent dat de boom zijn hart opent, zijn geur vrijlaat, zijn ziel schenkt, zijn wezen in het bestaan laat stromen. Het zaadje kan een plant worden alhoewel het moeilijk is het pantser te laten vallen, maar in één opzicht is het eenvoudig. Het zaadje verzamelt alleen maar meer en meer, slaat meer en meer in zich op; het zaadje neemt alleen maar aan van de aarde. De boom neemt alleen maar van het water, uit de lucht, van de zon. Niets staat zijn gretigheid in de weg, integendeel, hij krijgt wat zijn hartje begeert. Hij wordt almaar groter. Maar er komt een moment dat je zoveel hebt genomen dat je het nu moet delen. God heeft je zoveel gegeven, nu moet je dankzeggen, dankbaar zijn en de enige manier om dankbaar te zijn is jouw schatten te laten stromen, ze terug te geven aan het bestaan, even genereus te zijn als het bestaan voor jou is geweest. Dan komt de boom vol bloemen te staan, hij bloeit.

En de vierde fase is die van de geur. De bloem is nog grof, ze is nog stoffelijk, maar de geur is subtiel, hij is bijna iets onstoffelijks. Je kunt hem niet zien, hij is onzichtbaar. Je kunt hem alleen maar ruiken, je kunt hem niet grijpen, je kunt hem niet vastpakken. Om een dialoog met de geur te hebben, moet je een heel ontvankelijke intelligentie hebben. En voorbij de geur is er niets. De geur verdwijnt in het universum, wordt er één mee.

Dit zijn de vier fasen van het zaadje en ook de vier fasen van de mens. Blijf geen zaadje. Verzamel moed, moed om het ego te laten vallen, moed om zekerheden te laten vallen, moed om veiligheden achter je te laten, moed om kwetsbaar te zijn. Maar wees dan niet tevreden met louter een boom te zijn, omdat een boom zonder bloemen arm is. Een boom zonder bloemen is leeg, een boom zonder bloemen mist iets heel essentieels. Hij heeft geen schoonheid – zonder liefde is er geen schoonheid. En de boom laat alleen maar door middel van bloemen zijn liefde zien. Hij heeft zoveel van de zon en de maan en van de aarde ontvangen. Nu is het tijd om te geven!

 OSHO PUBLIKATIES
 
Churchillstraat 11, 7091 XL Dinxperlo
  tel. +31-(0)315 – 654 737

 e-mail: info@osho.nl

 
© Copyright teksten, foto’s en illustraties van Osho: Osho International Foundation
 © Copyright Nederlandse teksten van Osho: Osho Publikaties
Voor informatie over kopiëren/publiceren van teksten van Osho, zie: 
www.osho.com/copyrights